Preek van de week

Ned-vlag

Hier staat mijn laatstgehouden (meestal: nederlandstalige) preek die wordt ververst op de zondag (ca. 13.00 uur) waarop de volgende preek wordt gehouden.
Zie hiernaast onder Pagina’s voor de gebruikte orde van dienst
Onder Pagina’s vind je ook mijn laatste Stellingwerver of Friese preek.
Wil je een reactie geven? Stuur een mailtje !

===========================================

16 juni 2019

Spreuken 8: 22 – 31

Johannes 3: 1 – 16

Mensen die zich onomwonden duidelijk uitspreken in het leven roepen bij het publiek verschillende reacties op. Ik hoef maar de namen te noemen van politici als president Trump en Thierry Baudet, of van theologen als Harry Kuitert en Klaas Hendrikse, dan weet u gernoeg. Het roept bij de ene groep positief enthousiasme op: zij voelen zich vertegenwoordigd door die politicus of zij ervaren dat de theoloog heeft gezegd en geschreven wat zij zélf denken, maar niet zo mooi onder woorden kunnen brengen.
Maar anderen wenden hun hoofd af vol afgrijzen; zo oneens zijn ze het met de politicus of de theoloog.
Mensen die zich uitspreken – die voor hun mening uitkomen – die roepen tegelijkertijd ontzag bij de één en weerstand bij de ander op. Datzelfde gold ook voor Jezus. Hij predikte frank en vrij over het Koninkrijk van God en over de manier hoe de mensen daaraan konden meewerken. En daarbij had hij een klein aantal directe volgelingen en vaak een grote schare nieuwsgierigen en soms ook meelopers. Daartegenover stonden echter ook mensen die fel tégen hem waren en hem probeerden uit te schakelen. En ook zij hadden grote groepen mensen die het met hén eens waren.

Eén zo’n tegenstander van Jezus was Nikodemus, een Joods leider. Hij behoorde tot de elite van het volk, was leraar, Farizeeër en lid van de Hoge Raad – de overste van de Joden. In de nacht kwam hij naar Jezus toe. Waarom in de nacht? Was dat uit angst om samen met Jezus gezien te worden? Was dat om ongestoord met Jezus in gesprek te kunnen gaan? De tekst geeft hierover geen duidelijkheid. Wel  is het zo dat in dit vierde evangelie, dat van Johannes dus, de nacht vaak staat voor ‘iets onheilspellends’, een periode van beproeving en angst, van twijfel en aanvechting.
In zo’n nacht begint Nikodemus direct met het gesprek. Maar hij  komt er wel wat onbeholpen mee aan, want hij spreekt in de wij-vorm terwijl hij alleen is. Waarom doet-ie dat? Is hij als vertegenwoordiger van de Hoge Raad op Jezus afgestuurd? Of verbergt hij zich achter die ‘wij’, om zelf buiten schot te blijven?
‘Rabbi,’ zegt-ie, ‘wij weten dat u een leraar bent die van God gekomen is, want alleen met Gods hulp kan iemand de wondertekenen doen die u verricht.’ …….. Is dit werkelijk gemeend, of wil hij met dit gevlij Jezus in een val lokken?
Hoe dan ook, Jezus gaat totaal niet op deze zalvende woorden in. “Waarachtig, ik verzeker u”, zegt Jezus, “alleen wie opnieuw geboren wordt, kan het koninkrijk van God zien.” Dat lijkt inderdaad niet echt in te gaan op de woorden van Nikodemus, die de woorden “koninkrijk van God” niet in de mond had genomen. Maar het ligt toch wat anders.
Jezus doelt hier op iets dat we ook in Matteus 16 kunnen lezen; de Farizeeën en Sadduceeën geloofden op grond van uiterlijkheden. Zij zeiden: “Wij willen een teken gezien. Geef ons een teken.” Maar in die tekst van Matteus zegt Jezus daarover dan resoluut dat alleen een verdorven en trouweloze generatie om tekens vraagt. Nikodemus en zijn maten – zij zijn volgens Jezus dus van het soort dat tekens verlangt, dat uit is op materieel geloof. En nu opent Nikodemus het gesprek met Jezus, door te zeggen dat Jezus wel van God gekomen moet zijn vanwege de wonderen – de tekens – die hij heeft verricht.
Maar Jezus – op zijn beurt – is helemaal niet blij met dit compliment. Wellicht heeft hij het zelfs wel als een belediging ervaren. Het was Jezus immers juist niét te doen om het materiële koningschap. Hij was er niet op uit om bij mensen een goede naam te krijgen door het verrichten van wonderen. Nee, hij wilde optimaal in verbinding staan met God en daardoor volledig ‘mens zijn onder de mensen’. “Het koninkrijk van God zie je niet in tekens”, zegt Jezus, “nee, dat koninkrijk zie je alleen als je opnieuw wordt geboren.”
En dan ontspint zich met Nikodemus dat vraag-en-antwoord spel; een gesprek waaruit blijkt dat ze niet op dezelfde golflengte zitten. Nikodemus vat Jezus’ woorden namelijk steeds letterlijk op. En Jezus maakt dan duidelijk dat hij in metaforen, in beelden, spreekt. We moeten niet alles altijd letterlijk opvatten, zo luidt Jezus’ reactie; het gaat er om dat we begrijpen wat er achter de woorden bedoeld wordt. Waar het op aankomt is dat mensen uit water en Geest geboren worden.
Dat water verwijst ongetwijfeld naar de doop door Johannes de Doper. Die riep op tot bekering, tot boetedoening. En de Geest is de Geest van God, de Geest van de waarheid. En Jezus spreekt wat dit betreft uit ervaring. Hij liet zich door Johannes dopen en was vol van Gods Geest.
Dat iemand door water en Geest opnieuw wordt geboren, dat wil dus zeggen dat iemand die zich bekeert van zijn foute weg, en met God leeft, dat die wérkelijk een ander mens wordt.
Nikodemus snapt er echter nóg niets van en vraagt daarom “Maar hoe kan dat dan?” En daardoor valt hij voor Jezus definitief door de mand. Die zegt: “Jij noemt jezelf leraar en je begrijpt deze dingen niet?” En dan volgt Jezus de wij-vorm van Nikodemus bij de eerste zinnen. Ook Jezus  heeft het vanaf vers 11 niet meer over ik, maar over wij. Hij zet zichzelf hier dus neer als representant en leraar van een beweging. Maar ook spreekt hij Nikodemus niet meer aan met  jij, maar met jullie. Nikodemus wordt hier dus door Jezus aangesproken als representant van dat dom en ongelovig geslacht.
Ongetwijfeld heeft Johannes bij het schrijven hiervan gedacht aan het ontbreken van wijsheid bij Nikodemus. Het Johannesevangelie begint als volgt: “In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God.” Dit lijkt een verwijzing naar de eerste schriftlezing uit Spreuken 8. Hierin wordt de Wijsheid, ook wel Inzicht, aan het woord gelaten. De wijsheid die er al was vanaf het begin, zo staat daar.
En Jezus maakt nu in zijn gesprek met Nikodemus duidelijk, dat deze Farizeeër en Joodse leraar al lang uit de schriften kon weten hoe er geleefd moest worden en wat het Koninkrijk van God inhoudt. “Begrijpt u dit niet, terwijl u een leraar van Israël bent?” En dan wijst Jezus er fijntjes op dat het hem niets verbaasd, want: “Jullie geloven me niet eens als ik over aardse dingen spreek. Hoe zou je me dan kunnen geloven als het gaat over hemelse zaken?”
En dan volgt die zin over de Mensenzoon. “Er is toch nooit iemand opgestegen naar de hemel behalve degene die uit de hemel is neergedaald: de Mensenzoon?” Veel mensen denken bij de term Mensenzoon aan Jezus Maar het is nog maar zeer de vraag of Jezus het hier wel, of alleen maar, over zichzelf heeft. Want wat Johannes in zijn evangelie over Jezus heeft geschreven, biedt ook ruimte voor een andere benadering. Dan doel ik weer met name op dat Woord dat bij God was, de woorden uit Johannes 1 als parallel met de lezing uit Spreuken 8. Jezus wijst er op dat dat inzicht, dat dat dieper weten, dat dat Woord nodig is om een leven met God te leiden en het koninkrijk van die God te kunnen ervaren. Alleen als je dat Woord omarmt, dan komt als het ware in jouw leven de Mensenzoon naar beneden, naar binnen – als Christusgeest.

En dan zijn we aanbeland bij Johannes 3, vers 16, die overbekende tekst die zo vaak wordt aangehaald. De tekst die je bij Olympische spelen of wereldkampioenschappen vaak ziet op spandoeken op de tribunes.  “Want God had de wereld zo lief dat hij zijn enige Zoon heeft gegeven, opdat iedereen die in hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leeft.”
Deze tekst wordt – vooral in bepaalde kringen – gebruikt om te wijzen op het verzoenend bloed van Jezus. Als je daarin gelooft, dan zul je niet verloren gaan, maar eeuwig leven hebben. Dat zou dan resulteren in een leven na de dood.
Het is echter de vraag of Jezus zelf wel zo blij zou zijn met deze uitleg. Sterker nog: het valt te betwijfelen of Johánnes het wel zo bedoeld heeft. Johannes’ woorden kunnen namelijk ook anders worden uitgelegd. En dan vooral weer teruggaand op de eerste verzen over het Woord. Het Woord dat als Mensenzoon naar beneden kwam. De Christusgeest. Die Christusgeest is alomtegenwoordig. Zij woont in ieder en in alles. Het is als het ware ‘de ziel’ van alles.
Die in de schepping wonende God, die noemen we wel zijn Zoon, Zoon van de Vader die zélf dus de schepper is. Maar ze zijn één, één God; ze horen bij elkaar. De ‘enige zoon’ wil in die benadering dus niets anders zeggen dan dat de Zoon – die Christusgeest – in álles leeft; in de mens die zich dat zelf bewust is, maar ook in het dier, in de plant en in delfstof, ja in alles.
In al het genoemde gaat het om dezelfde, de eniggeboren, Zoon. Het gaat dus om het geloof in die in alles aanwezige ‘Zoon van God’. “In hém geloven” is niet bedoeld in de betekenis van  dat hij ‘er is’, het is niet ‘aan hem geloven’, maar ‘in hem geloven’; dat houdt in dat je hem hebt ervaren, dat je hem kent. Dan ga je niet verloren.
En bij dat verloren gaan moeten we niet denken aan het geloof in een hel. Verloren gaan betekent niet   ‘in de hel komen’, nee, het betekent: je Goddelijke bestemming missen; niet voldoen aan de bedoeling van jouw leven. En het ‘eeuwig leven hebben’ betekent niet ‘in de hemel komen’. Nee, eeuwig leven staat hier in tegenstelling tot een schijn-leven. Eeuwig leven is ‘leven in het hier en nu’ en tegelijkertijd weten dat je in een groter geheel bent opgenomen. Het grote geheel van God, het Koninkrijk van God.
“Want God had de wereld zo lief dat hij zijn enige Zoon heeft gegeven, opdat iedereen die in hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leeft.” God heeft ons de Christusgeest gegeven opdat iedereen die in hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leeft.

Jezus had die Christusgeest en stelde zijn hele leven in dienst van God. Het was er hem om te doen de mensen dichter bij God te brengen. God was er immers al voordat het christendom ontstond. Of, zoals de theoloog Van Ruler het formuleerde: “Alles draait om Jezus, maar alles gaat om God.”
Een mensenleven  bestaat uit een heel proces van ontplooiing, ontferming, genieting, aftakeling, verdriet, enzovoort. En bij al die hoogten en diepten van zijn bestaan, roept een mens God aan. En geloof in Jezus vervangt dat Godsgeloof niet. Een andere theoloog zei eens: “Wie niet in God gelooft, heeft ook bij Jezus niets te zoeken.” Geloof in Jezus is dus een soort nadere bepaling van God. Het leven van Jezus, en ons geloof in hem, leert ons hoeveel goddelijke inzet er nodig is om kapotgelopen verhoudingen tussen mens en God – en tussen mensen onderling – weer te herstellen.
Ook in die zin zegt de bewuste tekst van Johannes 3, vers 16 dus meer over God dan over Jezus.
Dat geldt dus ook voor de laatste woorden, dat wie in hem gelooft “eeuwig leven heeft”. Het Koninkrijk van God – of het eeuwig leven, dat is niet iets voor ná onze dood, na dit leven. In Johannes 17 zegt Jezus daarover zelf: “Het eeuwige leven, dat is dat zij u kennen, de enige ware God, én hem die u gezonden hebt, Jezus, de Christus.”
Daar gaat het dus om: dat wij in ons leven verbonden zijn met God en ons laten leiden door zijn Geest die in ons is neergedaald. Het gaat er om dat wij de Christusgeest in Jezus willen navolgen – hij die de consequenties van zijn keuze volhield tot aan zijn dood. Hij die niet als een kuddedier meeliep met allerlei leiders maar die een eigen vrije keuze maakte in zijn leven en zich niet door dogma’s en leerstellingen van Farizeeërs liet leiden. Hij liet zich dopen door water en Geest. Hij werd ‘opnieuw geboren’. Als wij de Geest, waarvan we de komst vorige week gevierd hebben, laten inwerken in ons leven, dán werken wij aan het koninkrijk van God op aarde, dan werken wij aan een eeuwig leven. Dan gaan wij de weg die God behaagt. (Lied 834)

(C) Jan Koops

Wil je een reactie geven? Stuur een mailtje ! (klik op mailtje)

===========================================
De eerstvolgende Nederlandstalige preek wordt geplaatst op de eerstvolgende dag waarop ik een dienst heb om circa 15.00 uur.
===========================================