Columns 2019

10 oktober 2019

Haaientanden

Vorige week werd ik 65 en zolang bestaat ook de Kinderboekenweek. En gedurende de laatste twintig jaar daarvan hebben wij een traditie opgebouwd.

Nadat het oudste kleinkind werd geboren (tijdens de kinderboekenweek!) besloten we elk jaar de kleinkinderen in de kinderboekenweek een boek te geven inclusief het gratis geschenk. De afgelopen week heb ik daarom op een ochtend geprobeerd voor elk kind iets te vinden dat goed bij hem of haar past en tien boeken gekocht. Binnenkort kunnen we dus weer uitdelen. Ik ga niet verklappen welke boeken ze krijgen, maar het niet ingepakte Kinderboekenweekgeschenk wil ik hier wel noemen: Haaientanden, geschreven door Anna Woltz.

Wát een schitterend boekje. Ik las het in een uur uit, maar de inhoud bleef nog lang natrillen in mijn hoofd. Het thema van ‘de week’ is dit keer Reis mee!. En dat is in dit boekje niet alleen verwerkt in de fietstocht die de elfjarige Atlanta maakt samen met Finley, die ze toevallig ontmoet. Nee, we krijgen ook iets mee van de reis die ze allebei maken in hun nog zo jonge leven. Als je ze ziet fietsen over de Afsluitdijk of langs het IJsselmeer, dan denk je aan twee zorgeloze kinderen die hun energie kwijt moeten. Maar als je leest waaróm ze allebei van huis zijn gefietst, dan wordt je stil.

Kinderen moeten geen zorgen hebben! Nee, maar helaas is de werkelijkheid anders. Dit boekje maakt dat op een speelse manier duidelijk. Atlanta en Finley hebben elk zo hun eigen redenen om er voor twee dagen of voor langere tijd op uit te trekken. Maar hun ontmoeting zorgt er ook voor dat ze inzicht krijgen in het leven van elkaar en dat ze, hoe jong ze ook zijn, elkaar tot steun zijn.

Volwassenen die het boekje lezen kunnen zich spiegelen aan de ouders van Atlanta en Finley, die in het boekje op de achtergrond een rol spelen. Zo kunnen ze oog krijgen voor wat de ziekte van een ouder met een kind doet, of welke impact bepaalde uitlatingen kunnen hebben.

Haaientanden is daarmee een boekje waar niet alleen kinderen plezier aan kunnen beleven en wat van leren!

12 september 2019

Juf

Het is gebruikelijk dat je als voorganger van een kerkdienst na afloop bij de uitgang staat en met een handdruk de kerkgangers nog even groet voordat ze weer naar huis gaan.
Soms krijg je een korte reactie op de dienst: men laat weten dat een bepaald lied indruk heeft gemaakt of dat een passage uit de overdenking hem of haar zeer heeft aangesproken.

Onlangs raakte ik zo, na een kerkdienst ergens in ons mooie Stellingwerver land, kort in gesprek met een van de kinderen. De vakantieperiode was net afgelopen en ze zit nu in groep acht van de basisschool. Op mijn vraag of ze al wist wat ze later zou willen worden antwoordde ze met glimmende ogen: ‘Juf zijn, dat lijkt me wel leuk!’ Mijn reactie was dat het waarschijnlijk fijn zou worden bij haar in de klas. ‘Je hebt namelijk een open en vrolijke uitstraling’, voegde ik er aan toe. Omdat andere mensen me ook de hand wilden geven bleef het bij deze korte conversatie.

Maar op de terugweg naar huis overviel me een licht gevoel van verwarring. Had ik er wel goed aan gedaan haar de vraag te stellen wat ze later zou willen worden? Of eigenlijk: had ik die vraag niet anders moeten formuleren? Want vragen wat iemand later wil worden kan de indruk wekken dat je er van uitgaat dat iemand nu nog niets is. En dat is wel het laatste dat ik bij dit meisje zou willen suggereren. Ze is namelijk heel veel: dochter van, zusje van, kleindochter van, vriendin van, buurmeisje van, leerlinge van, enzovoort. Misschien is ze wel muzikaal en kan ze goed zingen of een instrument bespelen. Of ze is creatief en maakt mooie tekeningen of zo. Ze schrijft wellicht leuke verhalen in een dagboekje. Dus overviel me plots de gedachte: Ze hoeft niks te worden! Ze is al heel veel! Door wie ze nú is heeft ze al een hele positieve invloed op haar omgeving, in elk geval op mij.
Dus zonder het te beseffen heeft ze me nu als (kleine) juf al wat geleerd: Je hoeft niks te worden. Je bént al heel wat!!

18 juli 2019

Oproepen

‘Waar je mee omgaat word je mee besmet.’ Dit is een variant van de Bijbeltekst Spreuken 13:20-21.

Die spreuk kwam in me op bij het lezen van een e-bookje in de Psychosynthese Reeks: ‘De techniek van oproepende woorden.’ Het werd geschreven door de grondlegger van de psychosynthese, Roberto Assagioli (1888-1974). Hij vroeg erkenning voor het bestaan van de ziel. De mens kan volgens hem niet alleen gezien worden als afhankelijk van zijn biologische instincten, want de uit de ziel voortkomende hogere energieën en strevingen van het menselijke bestaan spelen ook een belangrijke rol: vreugde, zin, vervulling, creativiteit, liefde en wijsheid.
De techniek van oproepende woorden komt er kortweg op neer dat je een kaart met een bepaald woord op één of meerdere plekken in je huis zet. Ook al kijk je er niet bewust naar, het woord zal tóch betekenis voor je krijgen. De van Mindf*ck  bekende illusionist Victor Mids gebruikt het vaak in zijn experimenten. En ook het gebruik van de sets met (spirituele) inzichtkaarten is gebaseerd op deze ‘wet van synchroniciteit’: je trekt ’s ochtends een willekeurige kaart uit de set en de tekst die je leest wordt op dat moment al van betekenis voor je.

De praktische gevolgen van deze theorie zijn enorm. Alles wat je ziet of leest zal namelijk op een of andere manier jouw leven beïnvloeden. De reclame maakt daar natuurlijk dankbaar gebruik van. Maar ook dingen die we bewust zelf kiezen kunnen grote gevolgen hebben. Welke krant lees ik om mij van informatie te voorzien? Door welke tv-programma’s laat ik me ‘vermaken’? Wie kies ik als mijn vrienden? Door welke politici laat ik me aanspreken? Door welke (Bijbel)teksten laat ik me vooral inspireren?

Assagioli noemde zeventien woorden die we als ‘oproepend’ kunnen gebruiken; woorden die we volgens hem overigens naar hartenlust kunnen aanvullen: Kalmte, begrip, vertrouwen, moed, energie, enthousiasme, goedheid, dankbaarheid, harmonie, vreugde, liefde, geduld, sereen, stilte, eenvoud, wil, wijsheid.
Het zijn woorden die een positieve lading hebben. Als iedereen nu eens zijn of haar keuze voor een krant, politicus, boek, tv- of radioprogramma zou afstemmen op deze zeventien woorden, dan zouden we een mooiere samen-leving oproepen.

23 mei 2019
Het kwaad

Een van de meest ingewikkelde problemen binnen religies vormt het waarom van ‘het kwaad’ en de oorzaak ervan. Veel mensen hebben zich er over gebogen en getracht tot sluitende verklaringen te komen hoe het toch kan dat er ‘kwaad’ bestaat in een wereld die door de liefhebbende God geschapen zou zijn.
Niet zelden vallen mensen van hun geloof als ze geconfronteerd worden met verlieservaringen, ongeneeslijke ziekte, een ramp of iets dergelijks, omdat ze dat verlies, die ziekte of ramp niet kunnen rijmen met hun geloof in een God van liefde.
Er komen bij hen vragen op: Hoe kan God dit toelaten? Waarom houdt hij het niet tegen?
Nog indringender wordt het als mensen er van uit gaan dat God zelf achter de ramp, ziekte of dood zit: als een operator drukt hij op knopjes die leiden tot een tsunami, een aardbeving, een ongeluk of wat voor ergs dan ook.
Ik heb persoonlijk weinig met zo’n God die negatieve zaken als oorlogen, ongelukken en dergelijke strak regisseert. (Dat geldt overigens ook voor de goede dingen in het leven)
In het christendom wordt de duivel vaak gezien als de belichaming van het kwaad. Naast de liefhebbende God is er de gevallen engel die tegen God rebelleert en dood en verderf zaait en mensen aanzet tot verkeerde dingen: de duivel als negatieve geestelijke macht.
Voor mij is dat een te gemakkelijk excuus om de eigen verantwoordelijkheid van mensen te bagatelliseren. ‘Het kwaad’ huist in ons allemaal.
De Amerikaanse neurowetenschapper James Fallon deed in zijn laboratorium een ontdekking waardoor hij helemaal van slag raakte. Toen hij hersenscans bestudeerde van eigen familieleden (die een controlegroep vormden in zijn onderzoek), werd hij met een scan geconfronteerd die verdacht veel leek op die van de seriemoordenaars die hij onderzocht. Echt beangstigend werd het toen hij ontdekte dat de scan van zijn eigen brein was.
“Maar dat hij zelf een psychopatisch brein heeft, betekent niet dat hij zich ook als zodanig is gaan gedragen”, schreef Julia Shaw in Filosofie Magazine, om te vervolgen met “Mensen zijn in staat tot het grootste kwaad.” Daar moeten we God en duivel maar buiten houden.

28 maart 2019
Caroliene!?

Afgelopen zondag werd in veel kerken het verhaal gelezen van de verdorde vijgenboom (Lucas 13:1-9).

Die boom had al drie jaar geen vruchten gegeven en de eigenaar van de wijngaard wilde hem daarom laten omhakken. Maar de tuinman vroeg om clementie: ‘Laat ‘m nog één jaar staan; misschien draagt-ie volgend jaar wél vruchten en zo niet, dan kan hij alsnog omgehakt worden.

De eigenaar van de wijngaard staat in dit verhaal voor een streng persoon die geen enkel inlevingsvermogen heeft en belast is met kortetermijndenken, snelle resultaten en het gericht zijn op efficiency. De tuinman echter leeft dicht bij de natuur en wil voorkomen dat er rigoureus wordt ingegrepen. Het omhakken is immers onomkeerbaar. Hoe het verhaal vervolgens afloopt, dat vermeldt de Bijbel niet, maar duidelijk is dat de tuinman de boom niet zomaar wil afschrijven.

Wat we ons kunnen afvragen naar aanleiding van dit verhaal is, wie in ons leven de tuinman is. Wie zorgde ervoor dat wij vrucht dragen, dat we zijn geworden wie we zijn. En andersom geldt het ook: voor wie zouden wij als tuinman kunnen optreden? Wie kunnen we helpen om zichzelf te ontplooien en te groeien in het leven?

Ik moest bij dit verhaal ook denken aan Caroliene Hermans. Zij is de politiek adviseur (kortweg: pa) van Mark Rutte. Ik kende haar niet, maar door een gespeelde of werkelijke black-out van Rutte kent heel Nederland haar nu. Dat vond ik groots; dat de grote leider zich klein maakt om Carolien alle credits te geven. Hij is doorgaans welbespraakt genoeg om het ook anders op te lossen, maar nee: Caroliene werd even op het schild gehesen. Rutte maakte hiermee duidelijk dat Caroliene zijn ‘tuinman’ is die hem deed en doet groeien in de politiek.

Het vervolg van dit ‘incident’ was trouwens ook fraai: Lodewijk Asscher maakte niet van de gelegenheid gebruik door Rutte met dit voorval te vloeren, nee hij maakte er een ludiek voorval van door te vragen ‘Is Caroliene al onderweg?’ Ook een mooi gebaar, zeker in een setting die bedoeld was om van elkaar de vliegen en vooral de kiezers af te vangen. Twee tuin’mannen’ in één debat.

27 februari 2019
De kerk als tijdmachine

Afgelopen zaterdag kocht ik het boek met bovengenoemde titel. Wat een schitterende uitgave!

Al lezend in dit kleurrijke werk wordt je door twaalf verschillende tijdvakken geleid: vanaf de periode 0-500 naar het blok 1970-heden. Centraal in de hoofdstukken staat steeds een prent van kunstenaar Stefan de Keijser, afgedrukt over twee pagina’s. Daarop staan details die typerend zijn voor de kerkgebouwen in de beschreven periode. Die details komen op de volgende twee pagina’s terug en worden daar stuk voor stuk kort beschreven. Die beschrijvingen zijn van historicus Martin Hillenga die als inleiding op elk hoofdstuk ook de (kerk)bouwkundige veranderingen in die periode optekende, gelardeerd met stukjes (kerk)geschiedenis.
Vanaf de periode 1200-1250 zijn de kerken op de prenten opengewerkt zodat ook uitvoerig details uit het interieur aan bod komen. Alle aspecten van en rond een kerkgebouw worden belicht: van hagioscoop en donjon tot doksaal en calavriegroep, begrippen die ik tot nu toe niet kende maar die in het boek, door de combinatie van tekst en afbeelding, letterlijk tot de verbeelding gaan spreken.

Het initiatief voor het boek komt van de Stichting Oude Groninger Kerken die dit jaar 50 jaar bestaat. Het prentenboek lijk in eerste instantie bedoeld voor kinderen, maar ook voor volwassenen is het zeer de moeite waard. Je krijgt namelijk door de prachtige plaatjes en zeer duidelijke teksten een goed beeld van de ontwikkeling van de kerken, zéker als het om de gebouwen gaat, maar ook wordt beknopt wat kerkgeschiedenis meegegeven.
Het boek mag eigenlijk niet ontbreken als lesmateriaal op scholen. En het kan ook prima neergelegd worden in kerken die gebouwd zijn vóór 1900, om uit te leggen wat men daar binnen ziet.

Het idee van de tijdmachine zou wel eens opgepikt kunnen zijn op het Nationaal Monumentencongres in 2018 waar de ‘Tijdmachine’ werd ingezet om in gedachten terug in de tijd te gaan. Dit met de bedoeling om verschillende tijdlagen aan te boren en daarmee verhalen van de geleefde geschiedenissen boven water te halen. Dát is namelijk precies wat het boek doet: je wordt per hoofdstuk die periode ingetrokken. Voor nog geen vijftien euro veel waar voor je geld

Godenzonen

Deze column was bedoeld voor de krant van 27 februari 2019, maar ik koos uiteindelijk alsnog een ander onderwerp.

Vanavond is het: Feijenoord en Ajax, de ´club van het volk´ tegen de ´club van de godenzonen´. Maar niet alleen in de clubbeschrijvingen wordt het verschil van de clubaard verduidelijkt, ook in de typeringen van de topvoetballers die er hun beste jaren hadden. Zo werd de afgelopen week 75 geworden Willem van Hanegem, top-icoon van ‘nul-tien’, op televisie als ‘man van het volk’ bestempeld. En de bijna drie jaar geleden overleden Johan Cruijff ging als ´verlosser´ door het leven, een titel die hem nog tijdens zijn eerste Ajax-periode werd verleend door dichter Willem Wilmink. De term zou ook verwijzen naar de initialen van de magere voetballer: JC, evenals die andere verlosser.

De term godenzonen komt ook in de Bijbel voor, maar het is onduidelijk hoe die term daar bedoeld is. In Genesis 6: 1 en 2 staat: ‘De mensen werden steeds talrijker en begonnen zich over de hele aarde te verspreiden. De godenzonen zagen hoe mooi hun dochters waren en ze trouwden met de meisjes op wie ze hun keus hadden laten vallen.’ Even later staat dat de reuzen op aarde de kinderen waren ‘die de godenzonen bij de dochters van de mensen gekregen hadden’ (vers 4). 
Eeuwenlang hebben christelijke theologen zich gebogen over de vraag wie er bedoeld worden met die ‘godenzonen’. Er werden vier mogelijkheden opgeworpen: engelen, hoogwaardigheidsbekleders, nakomelingen van Set of nakomelingen van Kaïn. Voor alle vier betekenissen zijn op basis van wetenschappelijk onderzoek nogal wat voors en tegens aan te geven. Voordehand liggend is dat de godenzonen verwijzen naar de mythologie, verhalen over goden en andere bovennatuurlijke wezens. Immers het hele verhaal over de zondvloed (Genesis 6-9) is vergelijkbaar met de legende van Atrahasis in de Mesopotamische mythologie.

Sterke papieren heeft ook de betekenis van hoogwaardigheidsbekleders, dus vorsten en edelen. Mozes wordt in het boek Exodus twee keer god genoemd: ten opzichte van zijn broer Aäron en van de farao. De term dient dan om autoriteit aan te duiden. 
Hoe dan ook: ‘godenzonen’ blijft een term waarbij vraagtekens blijven staan. En ik maar hopen dat de godenzonen uit ‘nul-twintig’ er zelf vanavond een uitroepteken achter plaatsen!

16 januari 2019
Liefde is…

‘Liefde is het mooiste wat er bestaat.’ Zo begint Sophie Hilbrand elke donderdagavond de intro van haar programma ‘Liefde is…’. Ze vervolgt echter met: ‘Maar liefde is ook grillig, confronterend, pijnlijk en meedogenloos.’

In de serie toont Hilbrand op een integere manier openhartige en intieme portretten van ‘de vele vormen en gezichten van liefde’. En daarbij worden ook de schaduwkanten van liefde bepaald niet gemeden. Een stel dat elkaar omhelst en zoent nadat ze zopas samen hun echtscheidingspapieren hebben ondertekend. De vrouw vertelde dat ze de andere vrouwen in het leven van haar (inmiddels) ex niet het grootste probleem vond, maar het liegen er over door hem. Een andere vrouw vertelde dat ze ‘deze week nog’ had omgezien naar een andere woning. Ze hield het niet meer uit in het samengestelde gezin met haar nieuwe man waarin beide ook kinderen uit een eerdere relatie meebrachten. Er ontstond voortdurend gedoe over de opvoeding. Of de twee vrouwen die een relatie hebben terwijl ze twintig jaar in leeftijd verschillen: ‘Wil ik als ik vijftig ben samenzijn met iemand van zeventig?’
En tóch bleef men verliefd op elkaar en zette men alles in het werk om de relatie goed te houden. Daarbij kwamen soms eenvoudige argumenten naar voren die zo van de plaatjes van ‘Liefde is’ geplukt konden zijn. ‘Ik wil samen met hem oud worden.’ ‘Het zijn z’n ogen!’ ‘Het is een echte knuffelbeer.’ Het zijn mooie portretten waarin veel mensen zich zullen herkennen. Immers: liefde is mooi, maar kan ook confronterend zijn.

De afgelopen periode werden lesbiennes, homo’s en transgenders nog eens extra geconfronteerd met de Nederlandse vertaling van de Nashvilleverklaring. Veel dominees en andere voorgangers hadden hun handtekening er onder gezet. Zij hebben ongetwijfeld gehandeld uit liefde voor hun medemens door hen te waarschuwen voor een – in hún ogen – zondig leven. Ik vind dat dieptriest, maar wil de ondertekenaars hun recht van vrije meningsuiting niet afnemen. Dan is het echter ook mijn recht om te mogen zeggen: Liefde is het mooiste wat er bestaat, ook als dat tussen twee mannen of twee vrouwen is, want: waar vriendschap is en liefde, dáár is God!