Preek van de week

Ned-vlag

Hier staat mijn laatstgehouden ( nederlandstalige) preek die wordt ververst op de zondag (ca. 13.00 uur) waarop de volgende preek wordt gehouden.
Zie hiernaast onder Pagina’s voor de gebruikte orde van dienst
Onder Pagina’s vind je ook mijn laatste Stellingwerver of Friese preek.
Wil je een reactie geven? Stuur een mailtje !

===========================================

Oldeberkoop

28 juni 2020

Matteus 10: 34-42

Om direct maar met de deur in huis te vallen: Ik heb sterk geaarzeld of ik wel het oecumenisch leesrooster zou volgen. In de eerste plaats omdat ik er nog geen overdenking bij gemaakt had; en in de drukke periode vóór onze verhuizing was het verleidelijk om een andere tekst te kiezen en een preek van de plank te nemen. Maar je moet het jezelf niet altijd gemakkelijk maken, is mijn stelling, dus díé drempel had ik al snel overwonnen. Maar toén kwam de confronterende inhoud van de tekst van vandaag. Want elke keer als ik deze tekst las bekroop mij een erg ongemakkelijk gevoel.
Wij zijn toch allemaal gepokt en gemazeld met een beeld van Jezus als een erg vredelievend persoon, iemand die zelden of nooit boos wordt. En wordt ie wél boos, dan is het om misstanden, onrecht en dergelijke. Maar wat moeten we dan met onze tekst van vandaag? “Denk niet dat ik ben gekomen om op aarde vrede te brengen. Ik ben niet gekomen om vrede te brengen, maar het zwaard.” En daarna volgt een al even moeilijk stuk, waarin Jezus een wig drijft in allerlei familierelaties, zowel binnen de eigen als met de schoonfamilie. En dat in de Bijbel, een boek dat we toch kennen als het Evangelie, de blijde boodschap, als het goede nieuws! En dát uit de mond van Jezus, die je eerder associeert met een duif dan met een zwaard.

Wij zien toch over het algemeen de manier van Jezus’ leven als een afspiegeling van het bedoélde leven, het ‘Gode welgevallige’ leven.  En dat is toch een leven in liefde, verbonden met God én mensen; een leven van vrede, en recht, dat toch haaks lijkt te staan op de woorden uit de Matteus-tekst van vandaag?
De onverwachte woorden van Jezus geven immers aan hoe familierelaties nu net niét moeten zijn. We kennen de situaties van verscheurde families in landen van het voormalig Joegoslavië of Rwanda. We zagen het in WO-II waar soms familie van verzetsleden kozen voor de andere kant en zich aansloten bij de NSB. Wie zien het in Israël waar hardliners en gematigden, ultra-orthodoxen en liberalen, elkaar bestrijden. We zien het in families waar kinderen de djihad ondersteunen en opstaan tegen de ouders die proberen te integreren. We zien het waar kinderen ideologisch worden beïnvloed en tegen hun familie worden ingezet. We weten dat kerkscheuringen soms dwars door families heen gingen.
Zo hebben we een scala aan mogelijke invullingen van deze woorden en een overvloed aan even ingrijpende voorbeelden waar jarenlange familietrauma’s het gevolg van waren. En géén van die voorbeelden doet toch denken aan de nabijheid van het koninkrijk van de hemel, terwijl daarover in vers 7 van ons hoofdstuk nog wordt gesproken. Het Koninkrijk van God dat het beeld is van een écht thuis en thuiskomen.
En daarmee staat dat beeld van het Koninkrijk van God tegenover dat van de ballingschap waarover we lazen uit Jeremia.

De ballingschap. Dat is ver van huis zijn, ver van Jeruzalem, ver van sjalom, van vrede. Dáár in Jeruzalem – daar klinken juist woorden die oproepen tot vrede, tot een goede verstandhouding met wie eigenlijk je vijanden zijn. De ballingen worden vanuit Jeruzalem door de profeet opgeroepen om te investeren in hun léven. Niet in opstandigheid, verzet of terreur. Zij moeten huwen, huizen bouwen, kinderen krijgen en ondernemen, een bijdrage leveren aan de welvaart van de samenleving waarin zij als balling leven. Voor een kleine groep in een vreemd land betekent het advies van de profeet een mogelijkheid om te overleven. Verzet zou namelijk bijna zeker tot de dood leiden. Ze moeten in een goede verstandhouding gaan samenleven met de authentieke bevolking, en bij gaan dragen aan de plaatselijke economie en welvaart; dat is voor hen een keuze voor het leven. Door te huwen en te bouwen en kinderen te verwekken, investeren zij (ondanks verdriet en verlangen naar huis) in de toekomst.

Nieuwe Nederlanders krijgen van allerlei kanten eenzelfde advies: integreer in de Nederlandse samenleving, maak er deel van uit. Leer de taal, volg een studie, zoek werk, ga bij een vereniging. Datzelfde gold dus ook voor de ballingen uit Jeremia. Zij schikken zich naar de mogelijkheden van de omstandigheden mét vertrouwen op de Eeuwige en zonder zichzelf te verliezen. Dat is een blijk van vertrouwen in Gods belofte. En daarmee is hun handelen ook een daad van vrede. Echte vrede.

Terug naar het Matteusgedeelte: geen vrede, maar het zwaard. Die tekst van Jezus wordt al een stuk minder confronterend als we ons realiseren dat met die ‘vrede’ hier niet gedoeld wordt op de afwezigheid van oorlog; en dan met het zwaard juist wél de oorlog. Nee, vrede is hier een begrip dat doelt op heelheid.
Bijbels gezien is het ultieme teken van vrede door Micha verwoord in zijn stuk over het Koningschap van de Heer: “Ieder zal zitten onder zijn wijnrank en onder zijn vijgenboom, door niemand opgeschrikt.”
Het rustig kunnen zitten in je wijngaard of onder je eigen vijgenboom: Als je een gerust geweten hebt, en genoeg te eten, dan kun je van je bezit genieten. Dan is het vrede.
Vrede houdt namelijk in: recht en gerechtigheid, zorg om de zwakken, de zwaarste lasten op de sterkste schouders, geen discriminatie, geen uitsluiting, geen groepsdemonisering.
Want ….. hoe zouden de ballingen-van-vandaag huizen kunnen bouwen en hoe zouden ze kunnen ondernemen, als ze de kansen niet krijgen? Hoe moeten die ballingen goede opleidingen doen en afronden, als docenten hen al bij voorbaat beschouwen als potentiële afvallers, of als ze door hun migratieachtergrond geen stageplek krijgen? Hoe moeten die ballingen een baan vinden, als ze worden afgewezen vanwege hun niet-Nederlandse naam of hun niet-blanke huidskleur? Hoe moeten die ballingen zich prettig voelen in een land, als er sprake is van institutioneel racisme; als je als migrant in grote steden een kleinere kans hebt op een particuliere huurwoning?
Wat héb je dan als balling, als migrant, aan het advies: “Leer de taal, volg een studie, zoek werk, ga bij een vereniging.”
De laatste en echoënde woorden van George Floyd, I can’t breath, die staan symbool voor veel ballingen, óók vandaag en óóok in Nederland.

Het ontbreken van dié heelheid, dat is o.a. waar Jezus op doelt. In dié situaties wil Jezus geen mantel der liefde brengen, geen ‘vrede’, waardoor dergelijke misstandem steeds maar door kunnen gaan. Nee, dan moet de zweep er over en het zwaard gehanteerd. Dat wil zeggen dat mensen maar moeten voélen dat het anders moet. En het is ook in díé situaties dat de woorden van Jezus bedoeld zijn, dat er een wig wordt gedreven in gezinnen en families.
Dat is namelijk het geval als er eentje is in een groep die consequent is; consequent in het nastreven van de heelheid waar Jezus op doelde. Consequent in het aan de kaak stellen van discriminatie of dat nu is vanwege huidskleur, sekse, seksuele geaardheid, geloof, de hoogte op de maatschappelijke ladder of wat dan ook.
Als je je nek uitsteekt voor mensen die met discriminatie te maken hebben dan ben je op verjaardagsfeestjes, in een sportkantine, langs het voetbalveld niet zelden zélf de gebeten hond. Als je genuanceerder denkt dan de mainstream dan moet je sterk zijn om staande te blijven. En soms moet je er zelfs voor kiezen om afstand te nemen. Zo van: hier wil ik niet bij horen.
We zien ook in de politiek van die figuren met een sterk karakter. Pieter Omtzigt wordt ook door sommigen in zijn éígen politieke familie als drammer ervaren omdat hij zich extreem inspant voor gerechtigheid voor de slachtoffers van de toeslagenaffaire. Johan Remkes liet een onverwacht sterk kritisch geluid horen over de stikstofaanpak van het kabinet van zijn eigen partijfamilie. En u kunt dit ongetwijfeld met andere voorbeelden wel aanvullen. Wij zeggen dan: dat zijn mensen met karákter.
En dát is precies waar Jezus op doelt. Als je karakter hebt en gerechtigheid nastreeft dan werk ja als het ware aan dat Bijbelse begrip ‘vrede’; dan werk je mee aan het koninkrijk van God. Maar als dat niét gebeurt, zo zegt Jezus, dan zal hij geen fluwelen handschoenen hanteren, nee, dan moet die gerechtigheid en heelheid maar worden afgedwongen. Dáár komt het immers op aan: God liefhebben boven alles en je naaste als jezelf. Échte vrede, Bijbelse vrede, heb je dus als beide samengaan, namelijk: Goed leven zoals het bedoeld is én goed kunnen leven met je naasten.

We zouden het ook anders kunnen formuleren. Medewerker zijn van Gods koninkrijk vergt een bepaalde manier van leven, En dan moet je álles wat strijdig is met dat koninkrijk, ook al is het je familie, kunnen loslaten, of je er zelfs van verwijderen. Dat is dus als het ware een tegenhanger van het Jeremiaverhaal. De ballingen passen zich aan aan de nieuwe omstandigheden en assimileren met de mensen bij wie ze zijn komen wonen. Maar in Matteus zien we de optie om je zelfs te verwijderen uit éigen kring. In beide situaties is het bedoeld om trouw te kunnen blijven; trouw aan het koninkrijk van God, en als het goed is blijven we dan ook trouw ons zelf en aan onze naaste.

Zo hebben we vanmorgen twee houdingen voorgeschoteld gekregen.
De ene is je te schikken naar de omstandigheden. omdat je ze tóch niet kunt veranderen; en maak er dan maar het beste van, mits je daarmee maar blijft gaan op de weg van God.
De andere weg is je juist niét te schikken als het realiseren van het koninkrijk dat van je vraagt. Dan moet je je juist niét schikken naar de anderen, maar soms rigoureuze maatregelen nemen, die een bepaalde mate van onvrede met zich brengen; maar wél een onvrede om de échte vrede als een hoger doel te bereiken.

Dat klinkt allemaal misschien wel aardig, maar …… hoe doen we dat? Hoe zorg je dat je op de goede weg belandt en er ook blijft? Want als je door jouw mening tegenover je familie komt te staan, dan kan dat voelen als een zwarte nacht, waarin je je enorm eenzaam kunt voelen. Hoe houd je dan tóch stand?
In de eerste plaats door je te laten inspireren door de juiste voorbeelden. Mensen om je heen die je ondersteunen bij het volgen van je hart. Vrienden met wie je optrekt in de goede strijd. Mensen om je heen hebben die jouw keuzes op z’n minst respecteren. Maar soms, soms gebeurt het ook zo maar dat er iets op je weg komt. Een boek, een film of een stukje muziek of natuur, waardoor je gesterkt wordt om je rug te rechten.
Dat zijn dan als het ware engelen die in de nacht verschijnen. De nacht van onrust, van beproeving, van zorg en eenzaamheid, waarin je te maken krijgt met tegenwerking en onbegrip. Die engel, dus die persoon, dat boek, dat lied, die fijne ervaring, die brengt dan licht in jouw leven, waardoor je weer de goede perspectieven ziet en je rug recht.
Want hoe groter het belang is dat op het spel staat, des te belangrijker het is om een keuze te maken  en des te groter is vaak de prijs die we ervoor moeten betalen. Soms is dat een strijd met mensen die ons dierbaar zijn.  Dat is dan niet omdat we dat willen of omdat we die strijd opzoeken. Nee, het is dan omdat we geen andere keuze kunnen maken om goed te leven, of om aan ons eigen leven toe te komen.

Aan ons is dus de keuze. Dat klinkt misschien hard. Maar je kunt niet marchanderen over zaken van absoluut belang. Niet alles leent zich voor een bloedeloos compromis. We zijn vrij, maar zaken van dood en leven vragen een duidelijke keuze én tegelijkertijd de bereidheid om de consequenties ervan te dragen.

Aanstaande woensdag is het Keti-Koti, dat is: gebroken ketenen, dat is de Surinaamse feestdag ter viering van de afschaffing van de slavernij. Maar ondanks de afschaffing in 1863 van dié slavernij zijn er nog steeds mensen die in ketenen gevangen zitten. Kinderen die kinderarbeid verrichten aan onze kleding, mensen die accu’s maken voor onze elektrische auto’s of mobieltjes, mensen die aan de leiband moeten lopen van autoritaire regimes. Kinderen die geen leefruimte krijgen van hun ouders. Maar ook mensen die in zichzelf gevangen zitten.

Afgelopen woensdag was er op TV een indrukwekkende reportage over het rechtsextremisme in Amerika. Het was schokkend om te zien hoe mensen geloven in hun eigen verhaal en hoe ze worden meegesleurd in de groep waartoe ze behoren. Maar het was ontroerend om te zien dat door persoonlijke contacten die mensen langzaamaan van inzicht gingen veranderen waardoor ze zelfs de groepsdruk negeerden en de getinte moslima die hen interviewde beschouwden als vriendin.

Jean Paul Sartre had dus groot gelijk toen hij schreef dat we ‘veroordeeld’ zijn tot vrijheid. Veroordeeld tot vrijheid. Die vrijheid namelijk dwingt ons immers verantwoordelijkheid te nemen voor ons eigen handelen. We kunnen ons niet verschuilen achter anderen. En dat zelf te moeten kiezen dat kan als een zwaard van Damocles voelen. En dán kan het leven ingewikkeld zijn, een raadsel: Waar doe ik goed aan? Want zekerheden hebben we weinig in het leven als het gaat om de uiteindelijke gevolgen van onze keuzes.

“Wie zijn leven verliest omwille van mij, die zal het behouden.” Kies dan het leven. Wanneer die strijd gestreden is om een keuze te maken vóór de liefde en dus vóór het ideaal van het koninkrijk van God,  dán is de échte vrede niet meer ver.

(c) Jan Koops

Wil je een reactie geven? Stuur een mailtje ! (klik op mailtje)

===========================================
De eerstvolgende Nederlandstalige preek wordt geplaatst op de eerstvolgende dag waarop ik een dienst heb om circa 15.00 uur.
===========================================