Preek van de week

Ned-vlag

Hier staat mijn laatstgehouden ( nederlandstalige) preek die wordt ververst op de zondag (ca. 13.00 uur) waarop de volgende preek wordt gehouden.
Zie hiernaast onder Pagina’s voor de gebruikte orde van dienst
Onder Pagina’s vind je ook mijn laatste Stellingwerver of Friese preek.
Wil je een reactie geven? Stuur een mailtje !

===========================================

Steggerda

28 februari 2021

1 Koningen 19: 9 – 18

Marcus 9: 2 – 10

De dienst is ook te zien via Kerkdienstgemist.nl

De laatste jaren is er steeds meer openheid over bijzondere ervaringen, ervaringen die mensen soms kunnen hebben tijdens een ernstige ziekte, een operatie of soms ook in de laatste momenten voor het overlijden. De afgelopen jaren heb ik meerdere mensen gesproken die zelf zo’n ‘Bijna-Dood-Ervaring’ – of zelfs meerdere – hebben gehad. En allemaal waren ze enorm opgetogen én opgelucht dat ik geïnteresseerd was in hun verhaal; dat er iemand was die er voor openstond en die hen niét afwees. Want in hun omgeving kunnen ze er soms moeilijk over praten. Door die bijzondere ervaring die ze hadden, staan ze namelijk vaak heel anders in het leven en worden ze door de omgeving, zelfs door familie, niet meer begrepen. Dat is erg jammer, omdat ze de ervaringen wel uit willen schreeuwen, maar zich meestal inhouden omdat het vaak onbegrip oproept. Sommigen schrijven er daarom een boek over, omdat ze dan tóch het hele verhaal kunnen doen

zonder dat ze worden tegengesproken. Zo’n boek is vaak een soort coming-out voor mensen met zo’n BDE.

Wat in al die verhalen elke keer als een soort rode draad terugkeert, dat is een overweldigend licht. Een licht sterker dan de zon. En vaak is dat licht zichtbaar aan het eind van een tunnel.
De bekende schilder uit Ootmarsum, Ton Schulten, heeft ook zo’n ervaring gehad. Na een auto-ongeluk raakte hij in coma en ontwaakte als een nieuw mens. En daarom zie je op veel van zijn werken een opvallend witte vlek tussen een verder veelkleurige omgeving. Die witte vlek staat voor het licht aan het eind van de tunnel.
Bijna altijd vinden mensen het erg jammer dat ze na een bijna-dood-ervaring, tijdens een ziekte of operatie, weer teruggekeerd zijn in het gewone leven. “Liever”, zo zei iemand me, “liever was ik tijdens de operatie overleden, dan was ik daar gebleven waar het zo mooi en vredig was.”
Soms ziet men familie en andere bekenden die al zijn overleden. Bij velen trekt in een flits hun hele leven aan hen voorbij, komen alle ervaringen en belevenissen weer even langs. En ook opvallend aan de verhalen die ik hoorde, was de terugkerende reactie die ik kreeg op mijn vraag of ze angst kenden voor het levenseinde. Niemand van hen had namelijk nog angst voor de dood. Iemand zei: “Ik weet hoe het er hierná zal zijn en kan er zelfs naar verlangen.”

Iets vergelijkbaars overkomt andere mensen. Soms kunnen ze dag en uur benoemen van een bijzonder moment. Van twee mensen hoorde ik dat ze ‘het licht’ hadden gezien. In een flits drong het tot hen door: “Het is goed; alles is goed; ik ben goed, ik hoef nergens angst voor te hebben.” Zo’n moment kunnen ze helaas niet vasthouden; die flitst even binnen en is ook heel snel daarna weer verdwenen. Soms probeert men vervolgens wanhopig die ervaring weer op te roepen. Maar dergelijke ervaringen laten zich niét afdwingen. Het overkomt je, óf het overkomt je niet. Wél kun je je zintuigen er voor openzetten, maar dan nóg is er geen garantie dat je zo’n ervaring ooit zult krijgen.

Ook in de gelezen Bijbelverhalen lijkt zoiets aan de orde te zijn. Marcus meldt dat Jezus met drie leerlingen de berg op ging. Hij schrijft dat Jezus voor hun ogen van gedaante veranderde; dat de kleding van Jezus stralend wit werd en dat er twee mannen, namelijk Elia en Mozes, kwamen om met Jezus te praten. Petrus zegt dan dat ze drie hutten zullen maken; voor Jezus één, en voor Mozes en voor Elia. Marcus schrijft dat Petrus zomaar wat zei omdat hij en de anderen wel erg geschrokken zouden zijn. Natuurlijk, want als je Jezus in een stralend wit licht zou zien zo licht dat niemand zulke witte kleren kan maken, dan is dat eng en dan ga je wellicht wartaal uiten.
Maar op datzelfde moment kwam er een wolk boven hen. Een wolk waaruit een stem klonk: “Hij alleen is mijn Zoon, Luister naar hem!” Dat lijkt erg veel op de woorden die klonken nadat Jezus door Johannes was gedoopt. Toen zei de stem  volgens Marcus: “Jij alleen bent mijn Zoon. Mijn liefde voor jou is groot.” Voorafgaand aan de lezing uit Marcus over deze verheerlijking op de berg had Jezus tegen zijn leerlingen gezegd: “Luister goed naar mijn woorden: Sommigen van jullie zullen nog tijdens hun leven meemaken dat de mensenzoon met de engelen uit de hemel zal komen. Zij zullen Gods nieuwe wereld zien.”
Doelde Jezus daarbij op die bijzondere ervaring die veel mensen hebben als ze ziek zijn of geopereerd worden? Doelde Jezus op de bijzondere ervaring die Petrus en Johannes en Jacobus hadden op de berg? De ervaring dat ze Elia en Mozes zagen? Of was dat stralend witte gewaad van Jezus misschien symbool voor het koninkrijk van God?
Marcus meldt dus dat Petrus niet wist wat hij zei, toen hij over Mozes en Elia begon. Daarmee keurt hij de ervaring van Petrus dus min of meer af. Maar Petrus verwijst later in zijn boek wél naar deze ervaring. Die belevenis moet voor hem dus erg ingrijpend zijn geweest.

Ook de wiskundige en filosoof én theoloog Blaise Pascal overkwam zoiets. Na zijn dood vond men twee handschriften van hem in de voering van een kledingstuk, een getuigenis in tweevoud – op perkament en papier – en de tekst begint zo:
“Het genadejaar 1654 – Maandag 23 november (…) vanaf ongeveer half elf ’s avonds tot ongeveer half één ’s nachts. VUUR God van Abraham, God van Isaak, God van Jakob. Niet de God van filosofen en geleerden. Zekerheid. Zekerheid. Gevoel. Vreugde. Vrede. God van ‘Jezus Christus’ (…)”

De manier waarop deze ervaring door Pascal is geformuleerd, maakt duidelijk dat die ervaring moeilijk onder woorden te brengen was. Hij wilde blijkbaar iets overbrengen dat zó persoonlijk is en tegelijkertijd zó indrukwekkend, dat er nauwelijks woorden voor zijn.

Van oud-secretaris-generaal van de VN, Dag Hammarskjöld, verscheen ná zijn dood een boekje met teksten over zijn mystieke leven. Dat boekje, Merkstenen, is een erg persoonlijk dagboek geworden waarin hij zijn spirituele zoektocht en levenshouding beschrijft. Zijn beschrijving spreekt mij zeer aan, want ik herken me goed in zijn verwoording. De kern van zijn ervaringen beschrijft hij als volgt:
“Ik weet niet wie – of wat – de vraag stelde. Ik weet niet wanneer zij gesteld werd. Ik herinner me niet dat ik antwoordde. Maar eens zei ik ‘ja’, tegen iemand – of iets. Vanaf dat moment heb ik de zekerheid dat het leven zinvol is en dat mijn leven, in onderwerping, een doel heeft.”
Dit is het onder woorden brengen van een levenshouding die op een bepaald moment is ingezet, maar waarvan Hammarskjöld niet precies wist wanneer en door wie. De manier waarop hij het verwoordt, geeft eigenlijk aan wat geloven is, namelijk: niet het aanhangen van dogma’s, maar een manier van leven. En dat hoeft niet altijd te gaan om grootse dingen; en we hoeven niet de hele wereldproblematiek op onze nek te nemen. Want in een ander citaat van Hammarskjöld  zegt hij: “Het is beter om met geheel je hart één enkel mens goed te doen  an je op te offeren voor de mensheid.”
Zo leefde Jezus ook, hij had het geluk van individuele mensen voor ogen. Maar doordat hij zóveel enkelingen hielp en nabij was, ging de hele wereld er anders uitzien.

Jezus ging de berg op om er te bidden. Ook Blaise Pascal en Dag Hammerskjöld kenden hun stiltemomenten. Momenten van meditatie, van bezinning op het leven. Momenten ook om je weer op te laden voor de komende tijd. Zij hadden niet het redden van de mensheid voor ogen, maar zijn door hun geleefde leven nog steeds van betekenis, ook voor mensen van nu.
Waar het om gaat is dat we met aandacht leren te leven, ons bewust van de extra dimensie die het leven in zich heeft. Mensen die ernstig ziek zijn geweest, zij staan soms zó in het leven. Zich bewust van het feit dat ze er ook niét meer hadden kunnen zijn. Opener zijn ze daardoor vaak voor mensen om hen heen. En vaak ook meer open voor het mystieke, voor dát wat het aardse leven overstijgt.

‘De berg’ waar Jezus heen ging om er te bidden, is de plek waar hemel en aarde elkaar raken, en staat daarom symbool voor dergelijke ervaringen in ons eigen leven. Die berg, dat is de plek of het moment waarop we even de drukte en de hectiek van alledag achter ons laten en ons hoofd proberen leeg te maken. Op die figuurlijke berg zijn ons hart en ons hoofd meer ontvankelijk voor het bijzondere. En dan kunnen we weer open en onbevooroordeeld in het leven staan.
In geloofstaal gezegd: Op de berg stellen wij ons hart open om God te ontvangen. En dan kunnen ook wij wellicht een glimp opvangen van het Koninkrijk. Het koninkrijk dat er namelijk al lang is, als wij het maar willen zien en als wij er maar aan mee willen werken.
Soms gebeurt dat in een bijzondere ervaring zoals bij de drie leerlingen en bij Blaise Pascal. Dag en uur stonden bij Pascal in het geheugen gegrift. Bij anderen, zoals bij Dag Hammarskjöld, is het een ontwikkeling van een bepaalde levenshouding, zonder zo’n flitsend moment dat als een bom inslaat. Hij wist niet wie – of wat – de vraag stelde, of wanneer die gesteld werd. Hij had alleen maar ongemerkt eens “ja” gezegd tegen iemand – of iets. En blijkbaar had zijn leven door die onbewuste keuze een bepaalde wending genomen.

Ook Elia had zo’n bijzondere ervaring op de berg. Hij zag de Heer voorbijkomen, voorafgegaan door een zware storm, daarna een aardbeving en vervolgens een vuur. En, zo staat er dan, in die storm en in die aardbeving en in het vuur – – daarin was de Heer niet aanwezig. En na die drie dreigende visioenen klonk er het gefluister van een zachte bries. Het was bijna stil dus.

Elia bedekte toen zijn gezicht met zijn mantel en als hij dan de vraag krijgt: Waarom ben je hier, Elia? dan uit hij voor de tweede keer allerlei klachten: “Ik heb met al mijn kracht voor u gevochten. Maar de Israëlieten blijven ontrouw aan u. Ze hebben uw altaren verwoest en uw profeten gedood. Ik ben de enige die nog overgebleven is. En nu willen ze ook mij doden.”
Maar dan krijgt Elia van God weer nieuw perspectief, en daardoor ziet hij weer licht aan het einde van de tunnel. En hij krijgt zelfs een opvolger. Zijn werk wordt dus voortgezet; hij deed het allemaal niet voor niets.

Elia, Jezus, en ook Blaise Pascal en Dag Hammarskjöld, zij leefden allemaal vanuit zo’n bijzondere ervaring. En dat miste zijn uitwerking niet! Anderen werden er door geïnspireerd en kregen ook oog voor die andere dimensie, de dimensie die de dagelijkse drukte en hectiek overstijgt.
Het gaat dus om een open en aandachtig leven. Tegenwoordig spreekt men ook wel van een mindfulness leven, dat is leven met werkelijke aandacht voor de wereld om je heen en voor de zaken waar je nú – op dit moment – mee bezig bent. Niet treuren over het verleden, want dat is al achter de rug; en zeker ook niet piekeren over de toekomst, want die is er nog niet; nee: zijn in het hier en nú.

Zo’n vijfenveertig jaar geleden zong ik op een jongerenkoor een lied waarvan ik me helaas niet meer de volledige tekst kan herinneren, maar twee regels zijn me wel bijgebleven:
“Ons haastig, jachtig leven, zo ver bij u vandaan, teveel om ook maar even uw tekens te verstaan.”
Zo’n haastig en jachtig leven belemmert ons namelijk om God werkelijk te ervaren. Mensen die mediteren kunnen daarover meepraten: de stilte is verkwikkend en brengt je dichter bij de kern, bij de bron.

Dag Hammarskjöld verwoordde het zo: “God sterft niet uit als wij ophouden in Hem te geloven, maar wij houden op te leven als we niet meer verlicht worden door die dagelijkse, wondere ervaring van de levensbron, die alle begrip te boven gaat.”

Sommige mensen zijn bang voor de stilte; ze worden dan teveel met zichzelf geconfronteerd of er komen allerlei pijnlijke ervaringen naar boven en in plaats van rust, ervaren ze alleen maar meer onrust. Elia deed niet voor niets zijn mantel voor zijn gezicht. Maar dán doorbeekt God de stilte en vraagt: “Elia, wat doe je hier?” In die stilte, die voor Elia oorverdovend was, in die stilte doet hij inzichten op. Hier verwoord door die stem. De stem van de Heer, die hem allerlei opdrachten geeft waardoor hij weer volop in het leven staat. Geen treurnis meer over het verleden, geen angst meer voor de toekomst. En als herboren gaat Elia verder hoewel hij weet dat hij zal sterven.

Deze veertigdagentijd kan bij uitstek zo’n periode zijn om de berg op te gaan, om inzichten te krijgen, een periode waarin wij ons bezinnen op het leven, op de wereld om ons heen, en waarin wij proberen meer open te staan voor die bijzondere ervaring.
Of we dan een stralend licht zullen zien? Ach, het hoeft niet allemaal spektaculair te zijn. Als we maar ‘verlicht’ worden, dat is: anders in het leven gaan staan, want – zo las ik ergens: ‘Wie op de berg alles in het volle licht heeft gezien, kan God ook vinden in het getekende mensengezicht dat onrecht, armoede en lijden heet.’
Dan hoeft ons lied, of ons gebed alleen nog maar uit de volgende woorden te bestaan: “Vernieuw ons hart en doe ons uw beleid verstaan.”

(c) Jan Koops

Wil je een reactie geven? Stuur een mailtje ! (klik op mailtje)

===========================================
De eerstvolgende Nederlandstalige preek wordt geplaatst op de eerstvolgende dag waarop ik een dienst heb om circa 15.00 uur.