Preek van de week

Ned-vlag

Hier staat mijn laatstgehouden ( nederlandstalige) preek die wordt ververst op de zondag (ca. 13.00 uur) waarop de volgende preek wordt gehouden.
Zie hiernaast onder Pagina’s voor de gebruikte orde van dienst
Onder Pagina’s vind je ook mijn laatste Stellingwerver of Friese preek.
Wil je een reactie geven? Stuur een mailtje !

===========================================

Noordwolde, 15 september 2019

Exodus 32: 7 – 14

Lucas 15: 1 – 10

“Wie gaat niet zoeken wat verloren was – totdat het gevonden is?”  Dat is in het kort de typering van de twee gelijkenissen die we in Lucas hebben gelezen. En het komt ons o zo vertrouwd voor: dat beeld van de goede Herder die, met een schaapje over de schouders, terugkomt bij zijn kudde. We hebben de verhalen allemaal wel gehoord, hoe dat schaapje verdwaald rondliep, hoe het verstrikt raakte in de struiken en hoe het hunkerend uitkeek naar de herder. Maar…… alles wat over dat ene schaapje is gezegd is teveel. De tekst vermeld immers niets over het schaap; helemaal niets.
Ik las ook ergens dat het eigenlijk wel wat vreemde gelijkenissen zijn, want de herder en de vrouw die haar muntstuk terugvindt – zij nodigen buren en vrienden of vriendinnen uit – zo stond in dat artikel – om feest te vieren. En dat feest zou waarschijnlijk meer gekost hebben dan de waarde van een schaap of van die ene munt, de drachme. Maar die schrijver van deze opmerkingen heeft niet goed gelezen. Er staat beide keren alleen maar dat de herder en de vrouw andere mensen uitnodigen met de opmerking: “Deel in mijn vreugde!”
In onze maatschappij wordt bij vreugde direct gedacht aan grote partijen en feestjes met drankjes en hapjes. Wij zijn het blijkbaar verleerd om gewoon plezier te kunnen hebben en vreugde te hebben zonder al die toeters en bellen en uitwassen. En vanuit dat perspectief lezen we in zo’n verhaal soms dingen die er helemaal niet staan. Maar wat staat er dan wel? Het begint ermee dat alle tollenaars en zondaars

naar Jezus kwamen om naar hem te luisteren. Dat is een goede houding: naar iemand toe gaan om te luisteren. Veel mensen zijn geneigd om steeds hun eigen verhaal te doen. Die vragen vaak nog wel eerst aan iemand hoe het ermee gaat, maar binnen een paar minuten zijn de rollen omgedraaid en zijn ze alleen maar hun eigen verhaal aan het vertellen. Die mensen zitten meer vol van zichzelf, dan dat ze aandacht hebben voor de ander. Deze tollenaars en zondaars hebben wél een luisterende instelling. Dat is wat anders dan de Farizeeën en Schriftgeleerden. Die luisteren niet; die kijken en beoordelen alleen maar. Ze beoordelen mensen op de buitenkant: op de kleding, op de huidskleur, op de afkomst, op met wie ze omgaan. In plaats van af te gaan op wat iemand van binnen bezig houdt. Het enige dat zij uit kunnen brengen is, tegen elkaar te zeggen: “Die man ontvangt zondaars en eet met hen.”

En dan volgt die bekende vraag van Jezus: `Als iemand van u honderd schapen heeft waarvan er een verloren is geraakt, laat hij dan niet de negenennegentig andere in de woestijn achter om naar het verdwaalde dier op zoek te gaan tot hij het gevonden heeft?’ Een bekende vraag, waar we het antwoord wel op weten. Dat is ons met de paplepel ingegeven. Die goede Herder, dat is Jezus, die deed wat we mogen verwachten; Hij ging achter dat ene schaapje aan.
Maar hebben wij ons daarmee niet in de luren laten brengen? Stelt u zich eens voor: een leerkracht van een basisschool is met 25 kinderen onderweg op een schoolreisje. Ze komen door een bos, en plotseling blijkt er een kind zoek te zijn. Verwachten wij dan dat die leerkracht de 24 overige kinderen alleen in de bos achterlaat om dat ene te zoeken? Ik denk dat ouders hun kind dan in het vervolg thuis zouden houden. Nee, op die vraag van Jezus -welke ‘herder in ons’ niet zijn 99 schapen in de steek laat om een verloren schaap te zoeken, op die vraag past eigenlijk maar een antwoord: waarschijnlijk geen van ons! Je laat toch geen 99 schapen alleen in de woestijn achter?

We zagen in Exodus wat er fout ging toen Mozes zijn volk in de steek liet om God op de berg te ontmoeten. Ze gingen daar onder aan de berg ‑ zonder hun herder Mozes – helemaal het verkeerde pad op. Ze dwaalden als een kudde zonder herder. In dat gedeelte uit Exodus dat we gelezen hebben is er trouwens sprake van een mooie ontwikkeling. Het begint ermee dat de Heer tegen Mozes zegt: `Ga terug naar beneden, want JOUW volk (dat is dus Mozes’ volk), jouw volk dat je uit Egypte hebt geleid, misdraagt zich.’
Maar in het laatste vers van ons gedeelte klinkt het anders. Nadat Mozes een warm pleidooi heeft gehouden, staat er: Toen zag de Heer ervan af ZIJN – dat is dus Gods – volk te treffen. Van het volk van Mozes, werd het weer volk van God. Het lijkt er bijna op

dat Mozes een bekering van God heeft bewerkstelligd. We zouden hieruit kunnen concluderen: Bidden helpt !

We keren terug naar Lucas. Er zit iets oneerlijks in de gelijkenis van de herder. Hij is zielsgelukkig met het ene schaap dat gevonden is. Maar er wordt met geen woord gerept over blijdschap omdat de andere 99 trouw zijn blijven wachten en zelfs helemaal niet van de kudde zijn afgedwaald. Dat hoor je nu ook wel eens: Predikanten krijgen wel eens het verwijt, dat ze teveel tijd steken in rand- of buitenkerkelijken; of huwelijken bevestigen van mensen die vervolgens nooit meer in de kerk komen; of een kerkelijke begrafenis verzorgen van iemand die nooit in de kerk kwam, “maar ja, de kinderen vinden het anders zo kaal.”
“Daardoor heeft dominee niet voldoende tijd voor ons”, zo is dan wel eens het verwijt. Met andere woorden: “wij zijn die 99 schapen die wél trouw bleven.” Maar dat is dan eigenlijk hetzelfde verwijt als wat de Farizeeërs en schriftgeleerden deden in het begin: “Hij ontvangt tollenaars en zondaars en eet met hen.”
Het tweede waar vaak overheen gelezen wordt, is dat er staat: Jezus vertelde hun toen deze gelijkenis – enkelvoud. Maar we hebben toch twee gelijkenissen gelezen? Dat klopt; en direct na onze tekst volgt zelfs nog een derde: het verhaal over de verloren zoon. En dat alles valt volgens Jezus onder de noemer van: ‘een’ gelijkenis. En als we er wat beter naar kijken, dan zullen we zien dat het wel klopt. De drie onderdelen (de herder, de munt en de verloren zoon), ze lopen naar een soort climax toe. Het verloren schaap is er maar eentje van de honderd. De drachme, de munt, is er een van de tien. En de verloren zoon is een van de twee. Er zit dus een bepaalde spanning in de opbouw van het verhaal. Het verlorene lijkt steeds belangrijker te worden. En datzelfde geldt voor de manier waarop de hereniging plaatsvindt.  Bij het schaap, trekt de herder erop uit om het te zoeken. Maar voor het muntje hoeft de vrouw er niet op uit ze moet alleen thuis alles afzoeken om de verloren drachme terug te vinden. En bij de verloren zoon trekt de vader er niet op uit, en hij hoeft ook thuis niet te zoeken. Nee, de verloren zoon komt zélf weer bij hem terug.
En dat maakt het verhaal over de verloren zoon wellicht tot het meest emotionele, de meest aansprekende, van de drie. Ook op deze manier wordt de spanning opgevoerd in het verhaal.

Dat deed Jezus natuurlijk om de hoorders extra gevoelig te maken voor de goede boodschap die uit die verhalen moest doorklinken. Zo’n uitwerking heeft het hier waarschijnlijk ook gehad. Aan het begin van Lucas 15 stellen de Farizeeërs en Schriftgeleerden zich op als degenen

die zeker behouden zullen worden. “De ánderen, dát zijn de zondaars!”, zo kunnen we hun gedrag typeren. Maar in een gelijkenis met een drieluik van verhalen over een verloren schaap, een verloren munt en een verloren zoon, draait het uit op de opmerkingen van Jezus: “Ik zeg u: zo zal er in de hemel meer vreugde zijn over een zondaar die tot inkeer komt dan over negenennegentig rechtvaardigen die geen inkeer nodig hebben.” Jezus zegt dus dat er in de hemel vreugde is over die zondaars. Meer dan over de rechtvaardigen (zoals de Farizeeërs).

Hoe zit het eigenlijk met ons? Onder welke groep aanwezigen rekenen wij onszelf? Horen wij bij de tollenaars en zondaars, die aandachtig naar Jezus willen luisteren? Of zijn we meer als Farizeeën of schriftgeleerden, en voelen we ons beter dan veel andere mensen? En wie zijn we in het eerste deel van de gelijkenis?
Zijn wij het verloren schaap? Of horen we bij de 99 die achterblijven? Of zijn we misschien wel zoals de Herder die op zoek gaat? Wij kijken vaak anders tegen de gelijkenis aan. De anderen, de buitenkerkelijken, degenen die de kerk hebben verlaten dát zijn in onze ogen de verloren schapen. En wij, ach, wij zijn de brave kudde die – zonder als schapen te mekkeren – keurig bijeen blijft en uitziet naar de Herder. Hoewel – tegenwoordig is de groep achterblijvers in de kerk vaak veel kleiner dan de groep weglopers.

Maar mógen wij onszelf wel aanmerken als de trouwe kudde? Trouw aan de herder, de goede herder? Of kan het ook zo zijn, dat wij juist daardoor lijken op de Farizeeën en schriftgeleerden omdat wij ons beter voelen dan de tollenaars en zondaars uit onze maatschappij? Hoe praten wij over criminelen, drugsverslaafden, oplichters, helers, belastingontduikers, buitenlanders en demonstranten?

Ik herinner me de vredesdemonstratie uit 1981 in Amsterdam. Mijn vader vond het maar niks dat ik naar het Museumplein trok. Er zouden alleen maar raddraaiers komen: nozems en krakers. Het zou uitlopen op relletjes en geweld. Mijn moeder had er meer vertrouwen in. Zij zag die hele kernwapenwedloop niet zo zitten. Die zaterdag in november 1981 in Amsterdam zijn bij mij de koude rillingen van emoties over mijn rug gegaan: Geen onvertogen woord heb ik daar gehoord. Mensen die rozen stopten tussen het bit van politiepaarden. Groepen die spontaan begonnen te zingen. Achteraf denk ik – met onze evangelielezing in mijn achterhoofd: hoeveel mensen hebben toen al die demonstranten, waaronder ik, wellicht betiteld als een soort van tollenaars en zondaars? Nee, wij moeten maar niet te snel oordelen over anderen.
Bovendien hebben wij vaak, vanuit een vrij luxe positie van een welvarend volk, gemakkelijker praten dan veel anderen. In de miljoenennota van de regering kunnen we komende week horen kunnen we lezen waar men wil bezuinigen en waar extra geld heen gaat. Het zou zo mooi zijn als miljoenennota’s ons kunnen doen denken aan de beide gelijkenissen van Lucas, namelijk dat er herderlijke zorg uit zou spreken over mensen die buiten de boot dreigen te vallen. Dat de regering als de goede huisvrouw het hele huishoudboekje overhoop zou halen om het geld te vinden om er voor te zorgen dat er voor iedereen een leefbaar bestaan mogelijk is. U kunt dinsdag zelf beoordelen hoe onze regering zich opstelt.

Het mooie van de gelijkenis van het verloren schaap, is dat je die van twee kanten kunt benaderen. Dat ene – verloren – schaap is niet meer bij de kudde. Er zijn twee mogelijke oorzaken. Ofwel het is verdwaald en zoekt tevergeefs waar de anderen zijn. Ofwel het trekt bewúst weg van de kudde om het maar eens alleen te proberen. Het zoekt de vrijheid.
Maar het schaap vindt niets. Nee, het wórdt gevonden. Het lijkt wel de titel van een boek van Dorothee Sölle: ‘Zoeken en gevonden worden.’ Zo zal het wellicht ook met de tollenaars en zondaars zijn gegaan. Zij werden door iedereen veroordeeld. Ze werden met de nek aangekeken.

Maar zij zochten hun heil bij Jezus. Zij kwamen hem opzoeken — zo staat er. En aan het eind blijkt, dat Jezus hen heeft gevonden.
Dat geldt ook voor ons. Als we de weg kwijt zijn, als we verdwaald zijn in het leven, dán juist wil God ons beschermen en weer houvast en ondersteuning geven.  Zo is God, want:
Wat vurig staat geschreven: dat Gij komt
‘redden wat verloren is’, dat woord,
dat Gij het hart hebt, ogen, dat Gij hoort,
‘Ik zal er zijn’, zonsopgang, nieuw verbond.

(C) Jan Koops

Wil je een reactie geven? Stuur een mailtje ! (klik op mailtje)

===========================================
De eerstvolgende Nederlandstalige preek wordt geplaatst op de eerstvolgende dag waarop ik een dienst heb om circa 15.00 uur.
===========================================