Preek van de week

Ned-vlag

Hier staat mijn laatstgehouden (meestal: nederlandstalige) preek die wordt ververst op de zondag (ca. 13.00 uur) waarop de volgende preek wordt gehouden.
Zie hiernaast onder Pagina’s voor de gebruikte orde van dienst
Onder Pagina’s vind je ook mijn laatste Stellingwerver of Friese preek.
Wil je een reactie geven? Stuur een mailtje !

===========================================

19 mei 2019

Deuteronomium 6: 1-9

Johannes 13: 31-35

Toen ik eens op een aantal van onze kleinkinderen paste en we voor het slapen gaan een gebed zouden doen, kwam eentje van hen als vanzelfsprekend met het bekende: “Ik ga slapen ik ben moe.” Toen het gebed afgelopen was heb ik er met haar over doorgepraat. En vooral over die ene zin: “Schoon mijn zonden vele zijn, maak om Jezus wil mij rein.” Toen het kind daar zelf eens wat beter over ging nadenken, riep die zin niet alleen bij mij, maar ook bij het kind vraagtekens op. “Veel zonden, opa?”, was de vraag,

“ik heb vandaag alleen maar met vouwblaadjes gespeeld!”
Van mijn eigen kinderjaren herinner ik me dezelfde reactie. Ik sprak die niet uit naar mijn ouders, maar vroeg me wel steeds af of ik werkelijk zo’n zondig klein mensje was.
Zo zijn er ook kinderliedjes die vergelijkbare vraagtekens oproepen Zo had ik vroeger al moeite, maar nu nog méér, met het bekende: Blij, blij, mijn hartje is zo blij. Want Jezus is een vriend van mij, Daarom is mijn jonge hartje (en nu komt het) altijd blij, blij, blij.
Het probleem met veel van dergelijke liedjes is, dat ze uitstekend geschikt zijn voor bepaalde gelegenheden, maar dat ze op andere momenten problemen opleveren. Met het zojuist genoemde liedje is het nóg erger, want  welk kinderhartje is altijd blij, blij, blij? Altijd? Kinderhartjes zijn váák blij; gelukkig maar. Zo hoort het immers! Stel je voor! Maar altijd?…..
Blij als je knuffel zoek is? Blij als je huisdier is weggelopen? Blij als je opa of oma is gestorven? Of je pappa of mamma? Blij als je ouders uit elkaar zijn gegaan? Blij als je een andere zware teleurstelling hebt moeten ondergaan?
Nee, ALTIJD blij is zélfs voor een kind teveel gevraagd.

Als kinderen dergelijke liedjes tóch moeten zingen ook al zijn ze verdrietig, dan kan dat wel eens een averechtse uitwerking hebben. Het gaat wringen en het leidt tot vragen. En ik ken mensen die er flink door in de problemen zijn geraakt. Dat kan zelfs nog op latere leeftijd.

Een vergelijkbare reactie zou iemand kunnen krijgen bij het lezen van de gelezen Bijbeltekst uit het Johannesevangelie. Daar gaat het niet om ‘vrolijk zijn, terwijl je verdrietig bent’, nee, de crux in de opdracht tot liefhebben. “Ik geef jullie een nieuw gebod: heb elkaar lief.” Een ‘nieuw gebod’. Die andere geboden, ach die kunnen we nog wel begrijpen: Gij zult niét stelen, niét liegen, niét jaloers zijn. Dat zijn geboden om iets slechts niét te doen, iets vervelends na te laten. Bijvoorbeeld geen valse aangifte doen bij een verzekering; geen inkomsten verzwijgen bij de belastingen; niet iemand de schuld geven van iets dat je zelf hebt gedaan; niet jaloers zijn omdat iemand anders meer verdient of meer geluk heeft; jezelf niet verrijken ten koste van een ander.
Maar…. liefde, dat moet toch van binnenuit komen? Dat is toch een gevoelskwestie, dat kun je toch niet opdringen?
Het gebod  ‘Heb elkaar lief’, is toch net zoiets als de oproep: Hè, toe, wees toch een wat vrolijker! Of: Wees toch eens een keer spontaan! Dat zijn van die onmogelijke opdrachten die zich niet laten afdwingen. En dat geldt toch ook voor de liefde?….
Is het gebod om elkaar lief te hebben, niet net zoiets als uitgehuwelijkt worden; als meisje of vrouw gedwongen worden met een man te trouwen, terwijl je zelf die keuze nooit zou maken? Liefde is toch een gevoel, een emotie die spontaan ontstaat? Of ….kan het tóch?….   kun je liefde ook ánders definiëren?

Het is goed, gemeente, om ons te realiseren in welke context dit staat. In het voorafgaande heeft Jezus de voeten van zijn leerlingen gewassen. Daarna heeft hij gezegd dat hij verraden zal worden. En door Judas een stuk brood te geven, wijst hij hem aan als zijn verrader. Nadat Judas het stuk brood had gekregen en daarna was weggegaan om hem te verraden, zei Jezus: “Nu is de grootheid van de Mensenzoon  zichtbaar geworden, en door hem de grootheid van God.”
Die grootheid is hier zichtbaar geworden, duidelijk geworden dus, door de manier waarop Jezus met Judas is omgegaan. Judas, de man waarvan hij wist dat die hem verraden zou. Judas, de man die zijn vriend Jezus als een baksteen liet vallen; en dat voor dertig zilverstukken; munten die bloedrood zouden kleuren dus.
Jezus had er ook voor kunnen kiezen om dit te voorkómen. Hij had de andere leerlingen kunnen mobiliseren; zij hadden ongetwijfeld Judas tot de orde geroepen. Maar Jezus deed dat niet, bewust niet. Hij had zijn afscheid nodig om een testament af te geven, om iets ná te laten waar wij nu nóg over spreken.
En dat testament is eigen helemaal geen groot en lang document met veel pagina’s, nee, het bestaat slechts uit die drie kleine woordjes: Heb elkaar lief.
Maar er volgt wel direct een uitleg bij, hoe we het moeten interpreteren. Het is niet zomaar een liefhebben, zoals liefde tussen twee mensen. Nee, de leerlingen moeten elkaar liefhebben zoals Jezus hén heeft liefgehad. Dat is wel een wezenlijke toevoeging. De liefde waarover Jezus het hier heeft, is een andere liefde dan die tussen twee jonge mensen met vlinders in de buik. De liefde die Jezus getoond heeft aan zijn leerlingen was er op gericht om zijn leerlingen te doen groeien aan het leven. Maar het was geen liefde met fluwelen handschoenen. Soms was Jezus keihard in zijn oordeel over de leerlingen, andere keren corrigeerde hij ze in het openbaar, maar altijd was het er op gericht om die leerlingen te doen groeien als persoon.
Jezus had het vaak aan de stok met hogepriesters en schriftgeleerden, dat zijn de mensen die naar de letter van de wet willen leven, die geen tittel of jota aan die aloude wetten en voorschriften willen afdoen. Zij houden van dogma’s en het navolgen van godsdienstige regeltjes. Maar Jezus streefde naar een andere navolging. Hij maakt het de leerlingen dan ook gemakkelijk. Hij houdt hen niet die óúde wetten en leefregels voor, nee: “Zoals ik jullie heb liefgehad, zo moeten jullie elkaar liefhebben. Aan jullie liefde voor elkaar zal iedereen zien dat jullie mijn leerlingen zijn.” Zíj moeten Jezus voorbeeld navolgen, zegt hij zelf.

Is dat dan niet hetzelfde als de oude wetten? Als de tien geboden? Nee, volgens Jezus dus blijkbaar niet. De oude gegeven geboden, die zijn nogal divers; tenminste …. als we de geboden uit het hele Oude Testament nemen. Dat zijn er nogal wat en ze bestrijken een heel breed terrein. We vinden ze dan niet alleen in de Tien Geboden in Exodus, maar ook in andere Bijbelboeken zoals bijvoorbeeld Leviticus. Alleen zijn dat wel heel erg concrete en soms vreemde geboden.
Wij spreken de laatste jaren vaak onze afschuw uit over teksten in de Koran over bijvoorbeeld homofilie of pedoseksualiteit en dergelijke. Maar wie het Bijbelboek Leviticus goed doorleest, die zal ontdekken dat ook in de Bijbel daar de doodstraf op staat. En de vraag dringt zich dan ook op: moeten wij ons dáár ook aan houden? Wij, in ónze tijd, in onze sterk veranderde wereld ten opzichte van toen?
“Maar het staat toch in de Bijbel?”zeggen mensen dan wel eens. Jazeker, het staat in de Bijbel, maar “Nee”, zegt Jezus,  “nee, je hoeft je niet aan al die oude geboden te houden. Als je mijn geboden maar houdt, dan is het voldoende.” Dat maakt het gelukkig wel een stuk eenvoudiger. Jezus leefde die geboden immers elke dag vóór. Heel concreet. En dat kwam dus eigenlijk neer op slechts die éne stelregel: liefhebben. “Mijn gebod is dat jullie elkaar liefhebben.”
En daarbij gaat het er dus niet om dat wij verliefde gevoelens moeten hebben ten opzichte van iedereen; die mogen we bewaren voor hele bijzondere situaties. Waar het om gaat is dat wij een basishouding zouden moeten hebben waarin wij het goede willen voor álle mensen en dus niet alleen voor onszelf.

Maar, wat doen wij op al die momenten, waarop van ons wordt gevraagd liefde te betonen? Wordt dat als een verplichting ervaren of komt die liefde dan toch wel van binnenuit? En als we zéggen dat het uit onszelf komt, nemen we dan ook de consequenties serieus, door een pastorale, dat is liefhebbende, houding aan te nemen?
En kunnen we zo’n houding óók nog volhouden als we veel schaduwkanten van het leven hebben meegekregen, ook als we zelf die liefde van anderen niet ervaren? Want ….. mensen die vlinders in de buik hebben van verliefdheid,  ja, die vinden het niet zo moeilijk om ook de ánder met liefde te overladen. Maar wat doen we als die vlinders langzaam uit ons leven met die ander zijn weggevlogen?
En hoe reageren we als die ander, net als wij trouwens, ook minder prettige karaktertrekjes blijkt te hebben? Wat doen wij bijvoorbeeld als die ander ons heeft verraden, zoals Judas? Meer in het algemeen: hoe reageren wij op teleurstellingen in ons leven? Wat doen we als we ontslag hebben gekregen, wat doen we als onze relatie is stukgelopen, als we te horen kregen dat we ernstig ziek zijn of als bij het ouder worden steeds meer functies uitvallen? Wat doen we als ons onrecht wordt aangedaan? Kortom: wat doen wij met onze schaduwkanten? We hoeven dan niet blij, blij, blij te zijn, natuurlijk niet, maar vervallen we dan in onverschilligheid, frustratie, in haat, wrok of sarcasme?
Of kunnen we ook dán – in dergelijke vervelende omstandigheden – nog een liefhebbende houding aannemen? Zoals Jezus bedoelde met zijn opdracht aan zijn leerlingen: “Ik geef jullie een nieuw gebod: heb elkaar lief!”

Sommige mensen die ziek zijn, of zonder werk zitten, of gehandicapt zijn, of die met andere schaduwkanten te maken hebben, zij – en wij allen hebben daar wellicht last van – we vervallen dan vaak in bitterheid omdat we onszelf steeds maar weer vergelijken met anderen. Wij ervaren bij onszelf een schaduwkant die we vergelijken met de zonnige situatie van mensen om ons heen. Daarbij vergeten we wel eens dat die ánderen hun éigen schaduwkanten hebben die ze echter voor de omgeving verborgen proberen te houden. Eigenlijk zijn we zelfs zwak en onverstandig  als we ons leven laten verbitteren door ons lót of door het te vergelijken met het leven dat ánderen hebben.

Jezus verviel niet in bitterheid, haat of wrok, ook niet toen hij wist dat hij verraden zou worden; zélfs niet ten opzichte van de verrader zelf, Judas! En die zelfbeheersing van Jezus, want daar gaat het hier uiteindelijk om, die basishouding, die vraagt Jezus ook van ons: Verval niet in de spiraal van negativisme, van oog om oog en tand om tand. Het gaat er om dat de ander moet kunnen groeien in het leven.
Dat betekent niet dat je alles over je kant moet laten gaan. Ook Jezus zei mensen soms de waarheid, ook hij veegde de marktkooplui uit de tempel. Maar dat was om hen tot een dieper inzicht te laten komen. Het inzicht dat het in het leven niet gaat om brood alléén.
Jezus heeft dat in zijn leven in optima forma laten zien. Zijn hele leven was een loflied op dat van God gekregen leven. Zo kunnen ook wij een loflied zingen, omdat God van ons houdt. Omdat hij ons een nieuwe kans geeft om onze liefde voor Hem te tonen ook al kennen wij onze schaduwkanten, ook al zijn we getekend door het leven.

Na Pasen mogen we ons bevrijd weten, om ook anderen te bevrijden. Gods liefde die over ons is en wordt uitgestort, die mogen wij doorgeven aan anderen. En dat niet alleen met woorden, maar ook in ons doen en laten. Daarbij hoeven wij niet ten opzichte van iedereen vlinders in de buik te hebben. Maar we mogen ons wel realiseren dat geweld eindigt waar liefde begint. Een liefde die niet alleen met de mond wordt beleden, maar die ook in praktijk gebracht wordt. Want
Liefde, die ons hebt geschapen,
vonk waarmee Gij zelf ons raakt,
alles overwinnend wapen,
laatste woord dat vrede maakt.

(C) Jan Koops

Wil je een reactie geven? Stuur een mailtje ! (klik op mailtje)

===========================================
De eerstvolgende Nederlandstalige preek wordt geplaatst op de eerstvolgende dag waarop ik een dienst heb om circa 15.00 uur.
===========================================