Columns 2020

4 juni 2020

Geloofsbelijdenis

Afgelopen zaterdag stond er een fraai interview in de NRC: Bas Heijne in gesprek met de Amerikaanse godsdienstwetenschapper Elaine Pagels. Zij is een autoriteit op het gebied van het vroege christendom en auteur van het vorige jaar verschenen ‘Waarom religie blijft’. De recensie in Trouw heb ik destijds gemist, maar het artikel van Bas Heijne nodigt me uit het boek alsnog te gaan lezen.
Pagels, opgegroeid in een  anti-religieus gezin, was als puber op een bijeenkomst van de evangelist Billy Graham waar ze de kracht van verhalen ontdekte. Vervolgens kreeg ze echter een koude douche te verwerken toen ze hoorde dat de hemel blijkbaar alleen maar bestemd is voor wedergeboren christenen, waarmee haar verongelukte joodse vriend werd buitengesloten.
Wat mij trof in haar verhaal is hoe ze omgaat met de dood van haar zesjarig zoontje en, een jaar later, haar man. Ze kwam tot het inzicht dat je cultureel in een bepaalde richting wordt geduwd (‘Het kind van David en Bathseba wordt gedood omdat de ouders gezondigd hebben’). Dergelijke dogma’s heeft ze ingeruild voor een nadruk op innerlijke beleving.
Ik herken me in haar benadering. Neem de geloofsbelijdenis, die toch een centrale functie heeft binnen het christendom. Het middenstuk daarvan gaat over Jezus, maar het gaat vloeiend over van ‘geboren uit de Maagd Maria’ naar ‘die geleden heeft onder Pontius Pilatus’. Twee stevige dogma’s (maagdelijke geboorte en verzoenend lijden), dát is alles wat over Jezus beleden wordt. Dat is één van de redenen waarom ik deze geloofsbelijdenis nooit lees of laat zingen in de kerkdienst. Als de 33 jaar leven van Jezus er helemaal niet toe doen, waarom is er dan een hele beweging op zijn leven gestoeld?
Mijn inspiratie zit ‘m niet in die dogma’s van de geloofsbelijdenis, maar juist in de – pak ‘m beet – laatste twintig jaar van Jezus’ korte leven. Mijn inspiratie zit ‘m in de innerlijke beleving van een basaal vertrouwen. René Diekstra noemde dat in Adieu God ‘I trust the pilot’, wie, wat en waar dat ook maar is. Geloof is voor Pagels geen leer-systeem maar een leef-systeem. Dát is een geloofsbelijdenis waar ik volmondig AMEN op zeg.

23 april 2020

Ik hou van je

Jaren geleden was er een documentaire op televisie waarin nabestaanden van een schietincident op een Amerikaanse highschool werden geïnterviewd. Een man vertelde dat zijn dochter daarbij om het leven was gekomen. Hijzelf, docent aan dezelfde school, was de macabere dans ontsprongen. Het werd een aangrijpend relaas. Maar ondanks het immense verdriet kon de man toch ook een lichtpuntje noemen en tegelijk een tip meegeven aan de kijkers.
Twee jaar vóór die fatale dag, moest hij met het hele gezin ergens heen en ze gingen met twee auto´s. De dochter reed in de auto achter die van haar ouders. Vader zag op een bepaald moment in de achteruitkijkspiegel dat z´n dochter uit de bocht vloog. Toen hij met z’n vrouw snel omgekeerd en teruggereden was en ze de ravage zagen, hadden ze erg weinig hoop, maar het bleek gelukkig mee te vallen.
`Maar op dát moment´, zo zei de vader, ´besloten we om elkaar bij elk afscheid te zeggen dat we van elkaar hielden. Elke keer kan immers de laatste keer zijn. Zonder uitzondering werd vanaf dat moment bij elk afscheid de liefde naar elkaar toe uitgesproken.’ Dát hielp de vader nu door het bittere verdriet om de dood van z´n dochter heen. Het auto-ongeluk hadden ze beschouwd als een soort van wake up call.
In deze crisistijd, waarin mensen soms geen afscheid meer kunnen nemen van hun partner en kinderen de verschrikkelijke ervaring hebben dat ze niet bij hun ouder kunnen zijn in de laatste levensfase, is het misschien niet zo gek om te besluiten nú al geen gelegenheid voorbij te laten gaan om duidelijk te maken dat je van elkaar houdt, hoe je de ander waardeert. Het kan beide partijen enige rust geven op het moment dat er tóch een contactloos definitief afscheid komt.
John Denver zong het al: ‘Vandaag is de eerste dag van de rest van mijn leven.’  Als je wat vaker stilstaat bij die nuchtere werkelijkheid, dan kan dat leiden tot een meer bewust leven. Bewust van de schoonheid van het leven, maar ook van de schoonheid van de mensen om je heen: ik hou van je!


27 februari 2020

Onmachtige God

Vanwege onze aanstaande verhuizing versleepte ik een doos boeken waarop stond: Bonhoeffer. Zo’n veertig jaar geleden heb ik veel van en over hem gelezen. Momenteel, nu herdacht wordt dat hij 75 jaar geleden door de nazi’s werd opgehangen, is er volop aandacht voor deze Duitse theoloog die betrokken was bij de mislukte aanslag op Hitler op 20 juli 1944.
Een tekst die mij het sterkst is bijgebleven is die uit een brief van vier dagen vóór die aanslag, waarin hij aan zijn vriend Eberhard Bethge schrijft “dat we in de wereld moeten leven, etsi deus non daretur” (= alsof God niet bestaat). Dit zinnetje intrigeerde me toen al en het houdt me nog steeds bezig. Even verderop: “God laat zich uit de wereld terugdringen tot op het kruis, God is zwak en machteloos in de wereld en juist zo en alleen zo is Hij met ons en helpt Hij ons. (…) Het religieuze in de mensen verwijst hem in zijn nood naar Gods macht in de wereld. De bijbel verwijst de mens naar Gods onmacht en lijden.”
Ook schreef Bonhoeffer: “Je wordt geen christen  door religieus te handelen, maar door, levend in de wereld, te delen in Gods lijden.” In een gedicht had hij die gedachte ook al geuit: Een christen staat naast God in al zijn lijden.
Volgens Bonhoeffer is God niet machtig maar juist onmachtig. En velen maar denken dat Hij alles kan en alles bestuurt. Niet dus, volgens Bonhoeffer: “Onze verhouding tot God is een nieuw leven, gericht op het ‘er zijn voor anderen’, deelnemend aan het bestaan van Jezus.” God is voor Bonhoeffer niet het hoogste denkbare, machtigste, verhevenste wezen. Want zo’n wezen bestaat niet. Volgens hem kun je God alleen vinden in Jezus, de  Christus. Wellicht vind ik het mooiste citaat van Bonhoeffer nog: “Jezus roept ons niet tot een nieuwe religie, maar tot een nieuw leven in hem.”
In deze 40-dagentijd staan we stil bij het lijden van die Jezus aan het verkeerde, aan dat wat niét goed is in de wereld, en horen wij ons wat mij betreft te bezinnen op het lijden om ons heen.

2 januari 2020

De andere wang

Op de dag dat ik dit schrijf is bekendgemaakt dat de net 16 jaar geworden Roan overleed aan zijn steekwonden die hem in Drachten werden toegebracht. En in dezelfde periode waren er meer vergelijkbare incidenten.
Waardoor worden die veroorzaakt? Is het slechts een kwestie van alcohol en drugs, zoals me dat op een verjaardagsfeestje werd verzekerd? Ik denk het niet. De lontjes zijn tegenwoordig kort en de grenzen, van wat nog kan, worden snel overschreden; ook door mensen van wie je het niet verwacht. Een goedbedoelde actie van boeren escaleerde in vernielingen van het provinciehuis in Groningen en later tot spandoeken met walgelijke leuzen. Zeker, die daders waren enkelingen, maar de meeste incidenten worden door enkelingen verricht.
Het lijkt meer een kwestie van een toenemend gevoel van onbehagen. We zien andere mensen opkomen voor hun ‘rechten’, dus kunnen wij niet achterblijven; anders zijn we watjes. En dat terwijl we in een van de beste landen ter wereld leven.
Momenteel lees ik een boek waarin gesteld wordt dat er basaal twee emoties zijn: angst en liefde. Veel frustratie komt voort uit een vorm van angst: angst om een loser gevonden te worden, om minder te hebben dan de buurman, om in een lagere sociale klasse te zitten, om er niet bij te horen, om te falen, angst om…..
Dergelijke angsten zorgen er voor dat we ongelukkig zijn met het leven dat we leiden waardoor we ons gaan afzetten tegen anderen. Maar daar worden noch die anderen noch wijzelf gelukkig van. En natuurlijk: er is in ons land sprake van ongelijk verdeelde welvaart en natuurlijk mag je voor jezelf opkomen. Maar om dan een rode waas voor de ogen te krijgen?

De emotie die kan helpen is liefde. Des te meer liefde we geven en uitstralen, des te gelukkiger worden we zelf en des te minder weerstand ontmoeten we. De andere wang toekeren nadat je op de ene geslagen bent, het klinkt als zelfkastijding, maar met die Bijbeltekst is bedoeld dat je de liefelijke kant plaatst tegenover de gewelddadige kant. Demonstreren kan ook zonder vernielingen en een geschil kan uitgepraat worden zonder wapen. Liefde is sterker dan de haat.