Columns 2022

Titus (19-05-2022)

De laatste tijd ben ik zo nu en dan weer druk met mijn stamboom. Dit met het doel om over enige tijd een boek te maken zodat mijn (klein)kinderen kunnen zien uit welk nest ze komen. Het wordt een boek waarin naast alle namen, geboorte-, huwelijks- en overlijdensdatums, ook verhalen worden opgenomen over het wel en wee van mijn (voor)ouders. Het is fascinerend om zo gaandeweg een steeds completer beeld te krijgen van mijn roots.
Een mooie ontdekking was voor mij dat mijn naam teruggaat naar ca. 1690 toen Jan Koops, toen nog  Coobs, geboren werd als zoon van Coob Jans(en). Via vernoeming van vader op zoon of door naar een oom vernoemd te worden heb ook ik uiteindelijk die naam van mijn ouders gekregen.
Dat vind ik waardevol omdat zodoende mijn voorouders in ere blijven die hun best deden, natuurlijk met vallen en opstaan, hun kinderen letterlijk en figuurlijk te doen groeien in het leven.

Afgelopen zondag werd Titus Brandsma heilig verklaard. Nu heb ik weinig met heiligverklaringen, maar des te meer met de boodschap die Titus Brandsma uitdroeg. Centraal in zijn mystiek staat het concept van “de mens als beeld van God”. Ergens las ik: De mens wordt uit God geboren; en mystiek houdt in, zó te leven dat God uit óns geboren wordt.
Volgens Brandsma kan de mens beeld van God zijn als hij of zij leeft vanuit liefde. De erfenis van Titus is zijn boodschap van onvoorwaardelijke liefde voor ieder mens afzonderlijk, en voor alle mensen zonder uitzonderingen. Prachtig!

Maar waar ik eigenlijk wat mee zat, was het feit dat Titus eigenlijk Anno Sjoerds Brandsma heette. Toen hij 17 jaar was trad hij in bij de karmelieten waar hij de kloosternaam Titus aannam. Ik begreep wel dat hij daarmee duidelijk maakte dat hij, door een aan God gewijd leven te beginnen, als het ware een nieuwe identiteit kreeg. Maar om daarmee de naam, die jouw ouders je meegaven, op te geven?
En wat blijkt: Anno Sjoerds vader en moeder heetten Titus en Tjitske. Wat een prachtig eerbetoon. Als hij nu geleefd had zou hij vast Titus Tjitte als kloosternaam hebben aangenomen.

WWJD (24-03-2022)

WWJD was de in de jaren ’90 bekende afkorting voor What would Jesus do? – Wat zou Jezus doen? De tekst was bedoeld om met name jongeren te inspireren zich bij belangrijke keuzemomenten steeds af te vragen ‘Wat zou Jezus doen? En dan: Nou, doe dát dan!’
Een volgens mij ‘fout’ kinderliedje van vroeger beklemtoonde dat idee: ‘Ik wens te zijn als Jezus, zo need’rig en zo goed; Zijn woorden waren vriend’lijk, Zijn stem was altijd zoet.’ Ik noem dit een fout liedje omdat het suggereert dat Jezus altijd nederig was met altijd een vriendelijke stem. Nou, zo nederig was hij niet altijd en toen hij de geldwisselaars uit de tempel bonjourde, toen was zijn stem vast niet zoet.
Het probleem met dit soort versimpelingen is dat ze de indruk wekken dat Jezus in één blik gevangen kan worden, dat hij eenduidig was in zijn optreden. Dat was echter niet het geval.

De slogan ‘Wat zou Jezus doen?’ wekt de indruk dat je, bij alle keuzes die je moet maken, heel eenvoudig die vraag aan jezelf kunt stellen en dan automatisch op het juiste antwoord komt. Ook dát is echter een illusie. Daarvoor is het leven te complex.
Afgelopen zondag was Thomas Quartier bij Jacobine op zondag. De Theoloog des Vaderlands had een uitdagende benadering van de vraag hoe wij hebben te reageren op de inval door de Russen in Oekraïne. Zijn stelling was dat je geweld niet met geweld moet beantwoorden omdat dat leidt tot nog meer bloedvergieten. Quartier denkt waarschijnlijk dat ook Jezus zo zou hebben gereageerd. Maar het was Poetin zélf die Jezus citeerde uit Johannes 15: ‘Er is geen grotere liefde dan je leven te geven voor je vrienden.’ Poetin doelde op zijn soldaten waarvan er al velen sneuvelden.
Het Westen staat voor een duivels dilemma: wél of niet ingrijpen? Heeft zij iets aan de slogan (betekent letterlijk: oorlogskreet!) WWJD? Kiest ze dan de Jezus van het toekeren van de andere wang, of de Jezus die de tempel leeg veegde? Laten we maar klein beginnen, opdat wij ‘de mensen blijdschap geven en vredestichters zijn. Geef vrede, Heer, geef vrede.’ (NLB lied 1010).

Gasten (27-01-2022)

Het kan niemand zijn ontgaan: op de Middellandse Zee en op de stranden van Italië en Griekenland spelen zich hartverscheurende taferelen af. Veel te veel mensen op gammele boten die denken hun heil in Europa te kunnen vinden. En dan komen ze eindelijk aan de grenzen van Europa of zelfs tot in ons land en dan wacht hen jaloezie, onbegrip tot zelfs soms brute weerstand.
Een vriend van me zag parallellen met de vreemdelingen bij Lot.

Even de Bijbelkennis (Genesis 19) wat opfrissen:  Er komen drie gasten bij Abraham, naar later zal blijken zijn het de Heer en twee engelen.  Ze zeggen Abraham dat hij en zijn vrouw Sara, beide al flink op leeftijd en kinderloos, alsnog een zoon zullen krijgen.
Nadat Abraham vervolgens met de Heer heeft onderhandeld over het wel of niet verwoesten van de goddeloze steden Sodom en Gomorra, gingen de beide andere mannen naar Sodom om er op het plein te overnachten. Daar zat Lot. Hij was een neef van Abraham en ook een vreemde in die stad. Hij nodigde de mannen uit bij hem thuis de nacht door te brengen. Eerst weigerden ze, maar op Lots aandringen gingen ze met hem mee en hij verzorgde een maaltijd voor hen.
Maar nog voordat de gasten gingen slapen kwamen mannen uit de hele stad naar het huis, misschien wel met fakkels: ‘Stuur die mannen naar buiten. Dan kunnen we ze eens lekker pakken.’ Lot wilde zelfs zijn twee nog maagdelijke dochters aan de bedreigers aanbieden, maar het was het volk te doen om de vreemdelingen.
De twee vreemdelingen zorgden dat Lot en zijn gezin veilig buiten de stadsgrenzen kwamen. En vanuit zijn onderduikadres in het stadje Soar zag Lot dat Sodom en Gomorra door vuur werden verwoest.

Er is ten opzichte van dit oude verhaal weinig veranderd. Vreemdelingen wacht jaloezie, onbegrip en soms brute weerstand. Ook al doen ze nóg zo hun best, ook al hebben wij ze nu en straks dringend nodig, ze worden met Argusogen bekeken.
Het wordt tijd dat wij in gasten ‘de Heer en engelen’ gaan zien. Anders kon het nog wel eens slecht met ons land aflopen.