Preek van de voorlaatste keer

Ned-vlag

Hier staat de voorlaatste nederlandstalige preek die ik gehouden heb. Soms staat de laatste preek (Preek van deze week) er erg kort op en hebben mensen geen gelegenheid gehad om hem te lezen. Nu gaat er dus minimaal nog een preek ‘overheen’ voordat deze wordt verwijderd.
Wil je een reactie geven? Stuur een mailtje !

===========================================


Appelscha, 9 februari 2020

Jesaja 58: 1 – 10

Matteus 5: 13 – 16

“Gelooft u ook in een leven vóór de dood?”
Een paar jaar geleden had ik een discussie met iemand over deze reclame-uitingen van het Humanistisch Verbond. Die organisatie maakte destijds in haar radioboodschappen dankbaar gebruik van een klassiek beeld dat veel mensen hebben, van de manier waarop christenen tegen het leven aan zouden kijken. En – zoals zo vaak gebeurt – was dat een karikatuur van de werkelijkheid.
Die visie van christenen zou namelijk zijn, zo zou je de reclame van het Humanistisch Verbond kunnen begrijpen, de visie van christenen zou zijn, dat het leven één groot tranendal is, uiteraard vaak door eigen schuld veroorzaakt. Op die schuld volgt logischerwijze de straf met daarna natuurlijk de vergeving en verlossing. En dát mondt dan uiteindelijk uit in ‘een eeuwig leven’ – een eeuwig leven  de dood …. Het Humanistisch Verbond riep ons echter door de radio toe: “Gelooft u ook in een leven vóór de dood?”
Veel mensen ergerden zich nogal aan deze slogan; en vonden dat hierdoor de spot werd gedreven met het christendom. “Gelooft u ook in een leven vóór de dood?” Zelf had ik juist géén  moeite met deze reclame. Sterker nog: Ik vind dat ook christenen deze slogan zouden moeten omhelzen. Want wie zou er als christen niet willen geloven in het leven zoals ons dat door God gegeven is? Het leven vóór de dood…..!

Bijbels-filosofisch gezien is er ook nog een ándere dimensie. In de Bijbel is ‘dood’ vaak de benaming voor een manier van leven waardoor je zelf niet tot je bestemming komt, of waardoor het ‘koninkrijk Gods’ wordt gemist of zelfs gedwarsboomd.
De vader uit de gelijkenis van de verloren zoon bijvoorbeeld, die onthaalt zijn zoon liefdevol en roept uit: “Laten we eten en feestvieren, want deze zoon van mij was dood en is weer tot leven gekomen.”
En uit het oude liedboek zongen we vroeger het lied: “Sta op uit de doden, o zondaar, en leef!” Blijkbaar moet je in ‘dood’ dus niet, of niet alleen, de situatie zien ná het uitblazen van je laatste adem. En ‘leven’ is bijbels gezien méér dan alleen ‘nog kunnen ademhalen’.

Dood? Dood is met misdadige ketenen vastzitten. Dood is verdrukt worden en een te zwaar juk te dragen hebben. Dood is honger hebben, dakloos zijn, naakt. Het zijn de situaties die in de Jesajalezing naar voren werden gebracht. Vasten – zo staat er in die tekst – vasten is niet zozeer het laten staan van eten of drinken. Nee! Want, zo staat er in het eerste gedeelte van die tekst, tijdens dat vasten wordt nog uitgebreid handel gedreven. Er wordt nog volop slaande ruzie gemaakt. En arbeiders worden nog steeds afgebeuld.
Maar dát, zo zegt de Heer, dát is geen vasten. Er staat: “Het vasten dat ik verkies, zo zegt de Heer, is ketenen losmaken, verdrukten bevrijden, brood delen, onderdak bieden aan daklozen en naakten kleden.” Met andere woorden: Vasten is je bekommeren om je medemensen.

Dat is ook wat er doorklinkt in het Matteusevangelie. Jullie zijn het zout der aarde en het licht der wereld. Die ‘jullie’ tegen wie Jezus dit zegt; dat zijn zijn volgelingen. Het zijn de mensen over wie even daarvóór de zaligsprekingen werden uitgesproken; het zijn zij die verlangen naar een betere wereld, naar vrede, barmhartigheid en gerechtigheid.
Ook wij kunnen ons er – als christenen, dus als Jezus’ volgelingen – ook wij kunnen ons er door aangesproken voelen. “Jullie zijn (dus niet: jullie moeten zijn of jullie moeten worden, nee:)  jullie zijn (!) het zout der aarde en het licht der wereld.” Dat zijn we dus omdat we Jezus willen volgen. Christen-zijn impliceert dat je zout van de aarde bent en licht in de wereld.

Zout. Zout was destijds een kostbaar bezit. Ons woord salaris is er zelfs van afgeleid.  Het Latijnse Salarium betekent zoutrantsoen Zout, en dat is heel wezenlijk, zout is alleen van betekenis als het ergens in verspreid wordt. Maar te veel is ook weer niet goed, dat maakt de etenswaar juist ongenietbaar. Jullie zijn het zout der aarde. Dat is: christendom heeft pas een goede werking als het verspreid wordt, het moet opgaat in de massa; maar dan wél om er smaak aan te geven. Maar wees niet te prominent of te dominant aanwezig. Dat maakt het leven van anderen misschien wel ongenietbaar.

Het licht in de wereld. Ik moest hierbij even denken aan het verhaal dat ik ooit hoorde in een dienst in de Trefkerk hier in Oud-Appelscha. Het verhaal ging over een kerkje, ergens in de Pyreneeën, gelegen op een behoorlijke loopafstand van de bewoonde wereld. Er is geen elektriciteit en tóch is er wekelijks een avonddienst. In het kerkje lopen dan de mensen uit de omgeving binnen en ze nemen allemaal een kaars mee. Al die kaarsen bij elkaar zorgen er namelijk voor dat iedereen de teksten kan lezen van de liederen die ze moeten zingen en de te lezen bijbelgedeelten. Het gevolg is dat mensen niet zo gemakkelijk thuisblijven van de kerk, Want als je thuisblijft dan ontneem je alle anderen jouw licht en wordt het te donker om te kunnen meezingen en meelezen. Dat is een mooi voorbeeld van: “Jullie zijn het licht in de wereld.”
Licht, zo blijkt ook hieruit, licht is alleen van betekenis als het zichtbaar is, als mensen er door ‘verlicht’ worden. Jullie zijn het licht der wereld. Eenvoudig gezegd is dat: Wês in sinnestriel, in oar het d’r ferlet fan. Dat is; dat is: breng het zonnetje in huis – anderen zitten er om te springen!

Gelukkig zijn er veel mensen die zo’n licht willen zijn. Zij geven volop liefde, aandacht, troost en geborgenheid. Zij zijn niet uit op eigen gewin of eigenbelang. Ze cijferen zichzelf soms weg ten gunste van anderen. Maar het risico is dan dat de energiebron bij henzelf op raakt. Je moet ook het licht in jezelf brandende houden. Ter vergelijking: Naast vet of olie is er nog iets wezenlijks dat de lamp brandende moet houden, en dat is lucht. Kaarslicht dooft vanzelf als er geen lucht meer beschikbaar is. Voor mensen die zelf een licht in de wereld willen zijn is het grote risico dat zij niet voldoende lucht nemen, dat zij onvoldoende zelf op adem komen om voor anderen nog een licht te kunnen zijn. Om in deze metafoor blijven: dergelijke mensen raken in een ‘burn’-out. Wij hebben allemaal op gezette tijden ontspanning nodig: even bijtanken, adem krijgen, lucht, om vervolgens weer aan onze bestemming – te voldoen.

Of we het nu willen of niet: als christenen zijn we het licht der wereld. En zo’n lamp zet je niet onder de korenmaat; een stad op een berg kan niet verborgen blijven. Dat is: pas als je boven het maaiveld uitsteekt, dan val je op. Dat geldt dus ook voor christen-zijn. Dat schept verwachtingen; er hoort een bepaalde levenshouding bij. En dat is dan niet het onderschrijven van bepaalde dogma’s, of het volgen van bepaalde rituelen, zoals het vasten. Daar rekent de lezing uit Jesaja duidelijk mee af, zo zagen we.
Dergelijke dingen verwachten kerkmensen onderling vaak van elkaar. Kerkgang, Bijbellezen, het aantal keren bidden en de intensiteit ervan, het zijn kwesties die vaak langs een meetlat gelegd worden.
Maar waar het om zou moéten gaan is juist niét die theoretische kant, niét datgene waarmee je voor jezelf innerlijk bezig bent want mensen kunnen op verschillende manieren worden geïnspireerd
. Voor sommigen is drie keer Bijbellezen per dag de norm. Maar anderen worden juist enorm geïnspireerd  door boeken van Anselm Grün, of liedteksten van Huub Oosterhuis.
Sommigen bidden en danken voor het eten en voor het slapen gaan. Anderen hebben contact met God door een boswandeling of door hun tijd op een meditatiebankje of bij muziek van Bach.
Waar het op aankomt is dat ieder zijn eigen methode zoekt waardoor hij of zij contact heeft met God en mens kan zijn voor anderen. Licht brengen in een wereld  waarin mensen de duisternis ervaren. Zout brengen in een leven dat smakeloos is of aan bederf onderhevig.

Kerk-zijn of christen-zijn op zich is dus van geen enkele betekenis. Het gaat om kerk-zijn en christen-zijn in de wereld om ons heen. “Zo moet jullie licht schijnen voor de mensen, opdat ze jullie goede daden zien.” zei Jezus vervolgens. Goede daden, zo hebben we in de Jesajalezing gehoord, goede daden dat is hongerigen voeden, naakten kleden, verdrukten bevrijden; kortom je bekommeren om je medemensen. Goede daden zijn daden van troost, van gerechtigheid en vrede, van barmhartigheid en zuiverheid.
Heel treffend is dat verwoord in Micha 6, vers 8: “Er is jou, mens, gezegd wat goed is, je weet wat de HEER van je wil:  niets anders dan recht te doen, trouw te betrachten en nederig de weg te gaan van je God.”
Waar het hier om gaat is dat mensen uit een doods bestaan worden verlost en weer midden in het leven geplaatst worden. Menselijkheid en medemenselijkheid dát zou de leidraad moeten zijn voor elke christen. Menselijkheid die aan mensen – die in duisternis leven – een kwalitatief goed leven gunt, juist ook vóór de dood. Wie zó leeft, wie zo het leven van andere mensen wil verlichten, die ontstijgt ook het eigen ‘doodse’ bestaan. Want ook dát is een vorm van ‘leven vóór de dood’: er zijn voor anderen!

Toen mijn vader in 1990 was overleden en wij vanuit deze kerkgemeenschap van Appelscha, heel veel tekenen van mede-leven ondervonden, toen schreef mijn moeder aan het eind van het bedankberichtje in het kerkblad: “Want wat is leven zonder mede-leven!” Zij doelde natuurlijk op het gegeven dat zij en wij als kinderen veel steun hadden ondervonden van al die mensen om ons heen. Maar die uitspraak “Wat is leven zonder mede-leven!” die geldt voor beide partijen.
De ene kant is dus: Als je in een diep dal zit, verdriet hebt, met tegenslag te kampen hebt, dan heb je mee-levende mensen nodig die jou nabij zijn.
Maar de andere kant is er ook. Het leven bestaat niet alleen uit pret en leuke dingen. Er zijn veel mensen die hebben moeite om af te stappen op anderen waarvan ze weten dat die in rouw zijn of anderszins verdriet hebben. En dat is erg jammer, want zo onthouden ze niet alleen de ánder hun mede-leven ze misgunnen ook zichzelf daardoor de diepgang van het leven. Daarom betekent “wat is leven zonder meeleven” óók: wat stelt jouw leven voor als je niet mee-leeft met anderen?

“Jullie zijn het licht in de wereld.” Deze woorden zijn geen opdracht. Nee, Jezus’ woorden zijn een constatering. Als we namelijk pretenderen hem, de Christus, te volgen dan zijn (!) we het zout der aarde en zijn (!) we het licht in de wereld.
Dan willen wij zijn weerglans zijn, gerechtigheid en vrede, brood en wijn, zijn liefde, hoop, geloof en zonneschijn.

(C) Jan Koops

Wil je een reactie geven? Stuur een mailtje ! (klik op mailtje)

===========================================
De eerstvolgende Nederlandstalige preek wordt geplaatst op de eerstvolgende dag waarop ik een dienst heb om circa 15.00 uur.
==========================================