Preek van de voorlaatste keer

Ned-vlag

Hier staat de voorlaatste nederlandstalige preek die ik gehouden heb. Soms staat de laatste preek (Preek van deze week) er erg kort op en hebben mensen geen gelegenheid gehad om hem te lezen. Nu gaat er dus minimaal nog een preek ‘overheen’ voordat deze wordt verwijderd.
Wil je een reactie geven? Stuur een mailtje !

===========================================

Norg

13 september 2020

Matteus 18: 21 – 35

Toen ik me voor het eerst over de tekst van vanmorgen boog, stuitte ik op een probleem. In de tekst die we lazen begint het ermee dat Jezus aan Petrus meldt dat je niet zeven maal, maar zeventig maal zeven maal moet vergeven. Maar aan het eind blijkt dat de kóning in het verhaal, en die staat toch model voor God, slechts eenmaal vergeeft. Want als de knecht van de koning, nadat hemzelf alle schuld is kwijtgescholden, een andere knecht over de kling jaagt voor een luttel bedrag, dan wordt de genade teruggedraaid en moet hij alsnog boeten en alles tot op de laatste cent terugbetalen.
De genade wordt teruggedraaid. Niks zeventig maal zeven maal vergeven dus. Het heeft me een tijdje gepuzzeld hoe deze tegenstelling in dit hoofdstuk verklaard moet worden. Toen ik er wat commentaren op nageslagen had, bleek dat veel preken gaan over de eerste twee verzen –  dus over het gesprek tussen Petrus en Jezus. Anderen gaan alleen maar over de gelijkenis – daar komt de vraag van Petrus niet aan de orde. Wellicht hebben deze voorgangers dezelfde tegenstelling ontdekt en daarom maar een deel van de tekst gebruikt om zo het probleem te omzeilen. van het eenmalig vergeven door God.
Maar achteraf was het probleem naar mijn idee toch niet zo groot als ik eerst dacht. We zullen er nog op terugkomen.

De laatste jaren is er in Nederland een toenemende aandacht voor een kritische terugblik op het eigen verleden als land. De gemoederen laaien soms nogal hoog op als het gaat over de begane gruwelijkheden in Nederlands Indië of het Nederlandse aandeel in de slavernij ten tijde van de VOC. De Japanse keizer maakte trouwens in 2000 al excuses voor het Japanse oorlogsverleden.
Eergisteren was het al weer negentien jaar geleden dat twee vliegtuigen de Twin-towers in New York invlogen En ook twee andere objecten in Amerika waren het doelwit van aanslagen. De wereld was in een shock. En we hebben nog steeds last van naweeën. Dergelijke wreedheden hield men niet voor mogelijk.
En deze week was er weer aandacht voor de aanslag op Charly Hebdo omdat de rechtszaak begint tegen betrokken bij dat geweld.

Hoe moeten de nabestaanden van al die doden en gewonden zich opstellen tegenover de daders van deze gruweldaden? Zijn  dergelijke gebeurtenissen, zulke schulden, eigenlijk wel te vergeven? En wat als het steeds weer opnieuw gebeurt? Wat als mensen keer op keer dezelfde fout begaan en denken – doordat ze elke keer weer sorry zeggen – dat alles wel vergeten en vergeven zal zijn?

We volgen het bijbelverhaal.
Petrus gokt er op dat je de ander wellicht zeven keer moet vergeven. Dat moet toch wel genoeg zijn? In die dagen was volgens de Farizeeën drie keer vergeven wel voldoende. Petrus denkt daarom een heel groot gebaar te maken door het voorstel te doen om er zeven keer van te maken. En zeven is immers het getal van de volheid. Genoeg dus !
En dan komt de onthutsende reactie van Jezus: “Je moet niet zeven keer, maar zeventig maal zeven keer vergeven.” En dat moet niet als rekensom worden opgevat  –  als 490 keer, nee, bedoeld wordt: grenzeloos, oneindig vaak vergeven, dus altijd.
Wat hier opvalt is dat Petrus kennelijk de ander als kwaaddoener ziet. Hij vraagt hoe vaak hij zélf moet vergeven als zijn  broeder of zuster tegen hém zondigt. De vraag: hoe vaak ze hém moeten vergeven – en wanneer de maat vol is aan zijn gedrag – die vraag komt blijkbaar niet bij hem op.
Och, dat kennen wij ook wel: dat verhaal over de splinter en de balk. We weten het vaak zo goed: hoe ánderen zouden moeten zijn. Wat ánderen moeten denken en geloven. Wij vragen ons dan te weinig af, welk aandeel wij zelf in het leven hebben. Maar waarom zouden ándere mensen net zo moeten denken als wij?

Maar goed, Petrus gaat er dus van uit dat het kwaad in de ánder schuilt. En hij vraagt dan of hij goed genoeg handelt als hij zeven keer vergeeft. Daarmee geeft hij aan: ik ben bereid een stap verder te gaan dan wat gebruikelijk is, maar er zijn natuurlijk wel grenzen. We kunnen maar niet voortdurend met ons laten sollen, of wel soms?
En dan Jezus maar zeggen dat je grenzeloos, dus altijd, moet vergeven. Is dat niet teveel gevraagd? Is dat niet een vrijbrief voor anderen om maar met ons te doen zoals ze willen? Is er dan niks meer over van de stelregel: oog om oog en tand om tand?

En dán komt Jezus met de gelijkenis over de vergeving van schulden. Een koning vraagt zijn dienaren om verantwoording af te leggen. Zij hebben een schuld en moeten zich daarvoor verantwoorden. De gelijkenis borduurt voort op die vraag van Petrus waarin hij het heeft over het zondigen van anderen tegenover hém. Dat Jezus een schuld vergelijkt met de zonde, houdt eigenlijk in dat er dus sprake is van zonde als een schuld nog openstaat. Zolang de schuld nog als een doem tussen twee mensen in staat, zolang komen beide mensen niet tot hun bestemming, want dat is de definitie van zonde: niet tot je bestemming komen. In die zin houdt ‘schuld’ hebben tevens een oproep in tot het afleggen van verantwoording over die schuld. En die verantwoording vraagt de koning dus in onze gelijkenis. Hij vraagt: Hoe staat het er eigenlijk met jullie, schuldigen, voor ?
En dan wordt er iemand naar voren geschoven met een gigantische schuld – laten we zeggen een half miljoen. De koning had blijkbaar veel vertrouwen in de dienaar dat hij de schuld zo had laten oplopen. Hij geeft het bevel dat deze man, samen met zijn vrouw en kinderen én al zijn hebben en houden, verkocht moet worden. Maar de dienaar valt op de knieën voor hem neer en smeekt om uitstel. Hij smeekt niét om vergéving of om kwijtschelding! Nee, hij vraagt alleen maar om uitstel van betaling. Een belachelijk voorstel, want zo’n enorme schuld zou die man nooit kunnen afbetalen. Maar hij is zich terdege bewust van de moeilijke situatie  waarin hij en zijn gezin verkeren en vraagt dus om uitstel van executie. En daardoor krijgt de koning medelijden met hem. Logisch, want de koning zal ook bij zichzelf redeneren: “Die man, die denkt het zeker nog terug te kunnen betalen. Elke realiteitszin ontbreekt blijkbaar bij de dienaar.” En de koning geeft hem vergéving in plaats van het gevraagde uitstel.
Nou, dan denk je dat de man vervolgens uitzinnig van vreugde is en een groot feest gaat geven, een soort bevrijdingsfeest, vrij van schuld. Hem is immers een vermogen kwijtgescholden ! Maar nee, niets is minder waar:

Hij vliegt al snel iemand naar de keel die hem een klein bedrag schuldig is; en hij dwingt hem dat kleine bedrag terug te betalen. En als die knecht dan op zijn beurt aan de dienaar vergiffenis vraagt, dan wil die van niks weten en laat hij de man gevangenzetten.
Wat opvalt in deze gelijkenis is, dat het proces van vergeven begint met een soort  opmaken van de eindrekening. Dat houdt in dat onder ogen wordt gezien dat er schuldigen zijn. Dat kan een leerproces zijn voor mensen in onze tijd die een enorme last met zich dragen.
Vrouwen die seksueel zijn misbruikt, of mensen van wie een geliefde is omgekomen door een geweldsdelict of door alcohol in het verkeer. Of mensen die als kind op school erg zijn gepest en daar op latere leeftijd gigantisch onder gebukt kunnen gaan. Aan deze mensen wordt vaak gezegd dat ze toch wél moeten vergeven om verder te kunnen in het leven.  Sommige slachtoffers zoeken de schuld vaak zelfs bij zichzelf; soms is hen dat aangepraat, hoe onterecht ook.
Deze gelijkenis leert ons dat we dienen te beginnen met het onder ogen zien van het feit dat er een schuldige is. Dus groot leed moet je niet verdringen of wegstoppen. De koning eist immers ook terugbetaling; dus opstandigheid en boosheid als je gekwetst bent zijn soms legitieme gevoelens die er een tijdje wél mogen zijn.

Echter: een financiële schuld kun je terugbetalen, eventueel met rente. Maar angst, verdriet, eenzaamheid, onzekerheid en pijn die anderen je aangedaan hebben, die kunnen nooit vereffend worden. Want is door 2 jaar gevangenschap een moord vergeten en vergeven? Is een veroordeling van de dader tot zes maanden cel voldoende om de pijn van het verlies van je kind te vergeten? Is seksueel misbruik met € 5.000 smartengeld goedgemaakt ?

Vergeven …….betekent in dergelijke gevallen niét: het goedpraten van de daden of het liefhebben van de daders. Het betekent juist het áfzien van de wil het weer goed te maken – dat kan namelijk niet in dergelijke situaties; je kunt niet doen alsof er niks gebeurd zou zijn. Soms zelfs is het doen van aangifte nodig ter wille van de kwaaddoeners en mogelijke toekomstige slachtoffers.
Wat dus in elk geval niét moet dat is de verkéérde oproep tot vergeving als mensen zijn vernederd, misbruikt of iets dergelijks. Zij hebben al meer dan genoeg moeite om uit de puinhoop van het leven de draad weer wat op te pakken. Het leven gaat dan niét ‘gewoon verder’ zoals vaak gezegd wordt. De schuld moet juist niét ontkend worden. Maar als slachtoffer hoef je er niet meer onderdoor te gaan.

Het Griekse woord voor vergeven houdt eigenlijk letterlijk in: loslaten. Vergeven, verzoenen begint ermee dat je met jezélf in het reine komt. Je moet dus niet in de vervelende gebeurtenissen blijven hangen. Het moet verwerkt worden, het moet besproken worden, de schuld dient vast te staan en eventueel de schuldenaar gestraft. Maar daarna moeten beide partijen het kunnen loslaten. In die zin voorkomt de vergeving dat mensen, dus ook de slachtoffers, van binnen verhard en verziekt raken.
En dat ze van slachtoffers dáders worden, zoals je dat toch vaak ziet bij slachtoffers van oorlogsmisdaden of van seksueel geweld. Niet zelden worden dergelijke slachtoffers later daders. En daarmee worden ze dus zélf schuldig. En dát komt dan nog eens bij de angst, pijn, verdriet en eenzaamheid waar ze al die jaren al onder gebukt gaan.

In de gelijkenis wordt om uitstel van betaling gevraagd. Dat betekent dus dat er communicatie tussen de betrokken partijen is. Die communicatie is nodig om de lucht tussen partijen weer te klaren. Niet in staat zijn, of zelfs weigeren te communiceren, houdt in dat je niet in staat of bereid bent te vergeven. Zolang communicatie uitblijft is de kans dat je het los kunt laten ver weg. Beide partijen dienen onder ogen te zien wat er is gebeurd en welke sporen dat heeft nagelaten. Maar je moet er als slachtoffer vervolgens niet in blijven zwelgen. Vergeven is ook niét: het toegeven of het niet veroordelen. Nee, het kan zelfs zijn dat je iemand nog eens krachtig de les leest !

In Zuid-Afrika is dat mooi gebleken toen Nelson Mandela – na zoveel jaren gevangenschap werd vrijgelaten en uiteindelijk president werd. Hij keek niet om in wrok, koesterde geen haat en beging niet de fout door flink op de blanken terug te slaan. Nee, in Zuid-Afrika is de vrede bewaard door zijn vergeving. Maar hij maakte in niét mis te verstane woorden duidelijk hoe hij over het apartheidsdenken en het oude regime in Zuid-Afrika dacht. Nelson Mandela was vrij man; hij had zich niet opgesloten in wrok. Hij had zichzelf bevrijd van de last tot vergeving,

Vervolgens kwam er de Waarheid- en Verzoeningscommissie bij, onder leiding van bisschop Desmond Tutu. De doelstellingen van die commissie waren: een zo volledig mogelijk beeld schetsen van onder de onder apartheid begane grove mensenrechtenschendingen; daarnaast persoonlijke amnestie verlenen aan misdadigers, zowel uit de kringen van het apartheidsregime als aan de kant van de vrijheidsstrijders; en tenslotte de waardigheid van de slachtoffers herstellen.
Dit laatste gebeurde door de slachtoffers de kans te geven hun ervaringen te vertellen en door vergoedingen voor te stellen ter compensatie van de gebeurtenissen uit het verleden. Deze Zuid-Afrikaanse waarheidscommissie wordt internationaal gezien als een groot succes en speelde een sleutelrol in de Zuid-Afrikaanse democratische transitie.

Dat in ons verhaal de dienaar op zijn beurt zijn knecht niet kan vergeven, dat betekent dat hij nog niet écht bevrijd is van zijn last, van zijn schuld, ondanks de vergeving door de koning. Als je de werkelijke schuld en schuldige onder ogen ziet, dan kun je ook met realisme naar jezelf kijken: ook jij bent een mens die op zijn of haar tijd vergeving nodig heeft; vergeef jij dan ook de ander !
En daarmee kom ik weer bij het dilemma uit het begin: wij moeten oneindig veel vergeven terwijl de koning maar éénmaal vergeeft.
De oplossing van dit probleem staat in Matteus 6. Daar staat de tekst waarnaar ons gedeelte verwijst:
“Want als jullie anderen hun misstappen vergeven, zal jullie hemelse Vader ook jullie vergeven. Maar als je anderen niet vergeeft, zal jullie Vader jullie je misstappen evenmin vergeven.”
Eigenlijk staat er dus: Vergeving door God moet je verdienen door zelf ook vergevingsgezind te zijn. De horizontale lijn heeft consequenties voor de verticale lijn. Maar andersom geldt het – als het goed is –  ook: onze relatie met God heeft gevolgen voor de relatie met onze medemens.
En de gelijkenis maakt duidelijk dat die vergeving door God, die genade, zelfs achteraf weer teniet gedaan kan worden als blijkt dat je niét uit die vergeving leeft, dat je niét wilt vergeven…..
Als wij ánderen willen blijven vergeven, dan kunnen ook wijzelf bevrijd van schuld door het leven gaan, maar doen we dat niet, dan dragen ook wij blijvend een last met ons mee. Want als we niet wíllen vergeven maakt dat onszelf hard van binnen; dan blijven we rondlopen met gefrustreerdheid en misschien wel wrok. En die zaken belemmeren ook onszelf om vrij te leven en tot onze bestemming te komen.

Vergeven, loslaten, verandert niets aan het verleden, maar het bepaalt wel hoe we zelf de toekomst willen ingaan. Willen we gebukt blijven gaan onder wat er vroeger is gebeurd of gunnen we onszelf een opgeruimd leven? Straks gaan wij de kerk uit met de wetenschap dat wij zelf met een schone lei mogen beginnen. Hoe stellen wij ons dan op ten opzichte van anderen?

(C) Jan Koops

Wil je een reactie geven? Stuur een mailtje ! (klik op mailtje)

===========================================
De eerstvolgende Nederlandstalige preek wordt geplaatst op de eerstvolgende dag waarop ik een dienst heb om circa 15.00 uur.
==========================================