Preek van de voorlaatste keer

Ned-vlag

Hier staat de voorlaatste nederlandstalige preek die ik gehouden heb. Soms staat de laatste preek (Preek van deze week) er erg kort op en hebben mensen geen gelegenheid gehad om hem te lezen. Nu gaat er dus minimaal nog een preek ‘overheen’ voordat deze wordt verwijderd.
Wil je een reactie geven? Stuur een mailtje !

===========================================

1 september 2019, Scherpenzeel

Deuteronomium 24: 17-22

Lucas 14: 1 en 7-14

Wij hebben bij ons, tot enkele jaren geleden, elk jaar vrij uitgebreid het Sinterklaasfeest gevierd. Vanwege de toestanden rondom Zwarte Piet zijn we er mee gestopt. Door dat wat voor de één een feest is, voor anderen heel anders uitpakt – en dat hebben we van erg dichtbij meegemaakt – ging voor ons de lol er flink vanaf. Maar tót dat moment waren het bijzondere feesten. Wat eten en drinken er bij, mooie pakjes, fopkadootjes en – natuurlijk – de prachtige gedichten.
Als je met een grote groep mensen bent, dan kun je mooi, zo vlak voor het feest begint, het verschil in gedrag zien. De één moet wat vaker dan anders naar het toilet. Een ander is meer uitbundig dan gebruikelijk. Een derde zit stilletjes en met angstige ogen voor zich uit te kijken. En er zijn er ook die ver voor het uitpakken van de pakjes al de hele tijd juist met pretoogjes rondlopen.
Mijn inmiddels volwassen kinderen zeggen nog regelmatig, als ze het gevoel hebben dat ik met een geheimpje rondloop, of dat ik ze een poets wil bakken: “Kijk eens, papa heeft weer van die Sinterklaasoogjes”.
Maar duidelijk is dus, dat we met verschillende gevoelens naar zo’n avond toeleefden. Dat zegt niks over die avond, want dat is één en dezelfde avond

waarvan niemand weet wat er gebeurt. Nee, die verschillende gevoelens komen dus door dát wat mensen zélf van die avond verwachten. En dat is erg verschillend. Sommige mensen hebben van zichzelf al een angstige natuur. Die zullen wellicht meer tegen bepaalde dingen opzien dan anderen, die doorgaans met een opgeruimd karakter door het leven gaan. Voor heel veel mensen geldt de zo bekende spreuk:  “De mensheid lijdt het meest, door het lijden dat hij vreest en dat nooit op komt dagen.”

Deze spreuk is eigenlijk ook prachtig van toepassing op de tekst van vandaag. Het begint namelijk al direct in het eerste vers van Lucas 14: “Toen hij op sabbat naar het huis van een vooraanstaande Farizeeër ging, waar hij voor een maaltijd was uitgenodigd, hielden ze hem in het oog.” Op zich was het natuurlijk ook al vreemd: Jezus die ingaat op een uitnodiging van een Farizeeër. Jezus en Farizeeërs – dat was altijd een ongelukkige combinatie, die hadden nooit van die warme contacten. De Farizeeërs wisten ook nooit precies wat ze konden verwachten. Jezus kwam immers vaak juist met voor hén opzienbarende uitspraken. Ze hielden hem dus in het oog. Waren ze bang voor wat er ging komen? Zoals sommige mensen bang zijn voor Sinterklaas? Waren ze bang dat ze persoonlijk zouden worden aangesproken? Dat was namelijk wél de stijl van Jezus: mensen direct en persoonlijk aanspreken op hun gedrag en op hun persoonlijke verantwoordelijkheid. Dat is dus wellicht de angst van de aanwezige Farizeeërs geweest: “Kom ik wel belangrijk genoeg over? Hoe ziet Jezus mij? Wat heeft-ie dit keer op mij aan te merken?”
Vragen die wij wel herkennen, vermoed ik. Want hoeveel mensen lijden er niet onder de stress, van vragen omtrent hun eigen persoonlijkheid: “Hoe kom ik over bij anderen?” “Hoe zien anderen mij?” Of  stress door de vragen over de contacten die ze hebben met anderen: “Wat levert het contact met die ander mij op? Kan ik er ook beter van worden, of moet ik alleen maar geven en inleveren?” Als dit soort vragen ons bezig gaan houden, dus de angst en het gebrek aan zelfvertrouwen, dan gaat dat ons functioneren waarschijnlijk flink blokkeren. Je gaat in een kramp leven.

“Wat moet ik aan doen naar dit feestje?” “Hoe bereid ik me het beste voor op een bepaalde bijeenkomst?” “Wat zal ik precies zeggen?” “Doe ik het wel goed genoeg?”
Het lijkt wel alsof ons leven dan alleen bestaat uit het werkwoord moeten. En als we niet oppassen dan ver-worden de contacten met anderen tot competities, tot wedstrijden, in plaats van dat het heilzame ont-moetingen zijn, waarin je mag zijn wie je bent en waarin niets moet.
De Farizeeërs leken dus mee te doen aan zo’n onderlinge competitie. Ze probeerden allemaal de beste plaatsen te veroveren.  Maar Jezus heeft op zijn beurt hén óók in de gaten gehouden. Hij heeft opgelet waar ze waren gaan zitten toen ze binnenkwamen. “Want”, zo staat er, “hij had gezien hoe ze de ereplaatsen voor zichzelf kozen.” Blijkbaar waren ze bij binnenkomst

meer gefixeerd geweest op de beste plaatsen dan op het onderlinge contact of dan op het contact met Jezus. Ze wilden blijkbaar niet onderaan in de hiërarchie komen. De een wilde niet voor de anderen onderdoen.
En zo genieten ze misschien wel van een warme maaltijd maar dan wel in een situatie die lijkt op een koude oorlog. En in plaats van een rustig diner

is het meer een situatie van een gewapende vrede. Om ze daarmee te confronteren, om hen een spiegel voor te houden, vertelt Jezus de aanwezigen dan de twee gelijkenissen die specifiek op deze situatie zijn gericht. Eén over hoe de genódigden zich zouden moeten gedragen en één speciaal bedoeld voor de gástheer.
De Farizeeën hebben zich ongetwijfeld aangesproken gevoeld. Want de gelijkenissen gaan toch over de etiquette voor een etentje? Wie nodig je wel of niet uit voor een diner? En waar ga je zitten als je op de uitnodiging bent ingegaan? Nou, dat is dan misschien wel de benadering van de gelijkenissen die het meest voor de hand ligt, maar de Farizeeërs waren geen domme jongens, en zij hebben vast ook wel de diepere bedoeling begrepen die Jezus ongetwijfeld met deze gelijkenissen heeft gehad. De oppervlakkige betekenis die wordt dus gezocht in de etiquette: hoe te handelen bij een feestje? Maar de diepere laag heeft een meer ethische lading. En daarbij gaat het dus niet om de tafelmanieren maar staat een juiste levenshouding voorop.
De gelijkenissen van Jezus lopen namelijk – bijna altijd – vooruit op het Koninkrijk van God. En de hiërarchie in dat Koninkrijk is, volgens Jezus, heel anders dan wat wij ons er bij voorstellen. Wij redeneren -zoals de Farizeeën – vaak in termen van winst of verlies. Het is bij ons vaak een kwestie alles of niets. Vaak willen mensen graag de beste zijn, ze willen de top. En als dat er niet in zit, dan voelen we dat als verlies. Er is dan geen tussenweg tussen die twee uitersten.
Jezus geeft hier een wijze raad. Ga juist niét bij voorbaat uit van de beste plaatsen. Reken niét steeds maar met de best mogelijke uitkomst. Want als je dat wél doet dan kan het alleen maar flink tegenvallen. Kies gewoon de minste plaatsen. Dan kan het zijn dat de gastheer naar je toekomt en je alsnog uitnodigt om een betere plaats uit te zoeken.
Wat mij betreft zit er ook in dit advies van Jezus nog weer een diepere betekenislaag verborgen. Want, als wij, die het goed hebben, de mindere plaatsen gaan bezetten dan blijven er voor de mensen aan de onderkant van de samenleving alleen maar de betere plekken over. Dan kunnen ook zij – die daarvoor nóóit in aanmerking komen – eens ervaren hoe het is om niet altijd de minste te hoeven zijn. Dan werken wij dus mee aan het Koninkrijk van God, waar vele eersten de laatsten en vele laatsten de eersten zullen zijn.
In onze maatschappij wordt dit vaak anders opgevat. Er is een grote groep mensen die bij een goed draaiende economie steeds maar weer achteraan loopt en er niet van mee profiteert. Maar als het roer om moet en er bezuinigd moet worden dan draait de hele maatschappij ook om en dan staan deze mensen dus vooraan … als het om inleveren gaat. Maar zo wordt het in de bijbel niet bedoeld. Aan ons wordt juist gevraagd om bij ons handelen rekening te houden met degenen die het minder hebben dan wijzelf.
We lazen dat ook al in Deuteronomium. “U moet de rechten van vreemdelingen en wezen eerbiedigen; van weduwen mag u het overkleed niet in pand nemen.” Het zou mooi zijn als politici en gewone mensen over de hele wereld deze woorden serieus in praktijk zouden brengen. Wat zouden er dan veel meer mensen gelukkig kunnen zijn.  We kunnen straks op de derde dinsdag van september checken of de miljoenennota van dit principe uitgaat of niet. We zouden bij verkiezingen onze stem moeten uitbrengen met deze les van Jezus in onze gedachten.

De lezing uit het Oude Testament eindigt met de woorden: “Bedenk dat u zelf slaaf bent geweest in Egypte. Daarom gebied ik u zo te handelen.” Voor de mensen tegen wie dit werd gezegd gold inderdaad dat ze slaaf waren geweest. Wij zouden deze tekst nu kunnen lezen als: “Bedenk dat u zelf de positie zou kunnen zijn van de vreemdeling, van de asielzoeker, van de mensen aan de rand van de samenleving. Ik gebied u zó te handelen, zo u zelf behandeld zou willen worden.” Of, negatiever geformuleerd: “Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet.”
Deze teksten uit Deuteronomium en uit Lucas, het lijken wel beginselprogramma’s van politieke partijen: Meer willen betekenen voor mensen die het minder hebben, rechtdoen aan de rechtelozen, onze stem verheffen voor mensen die monddood worden gemaakt en een thuis proberen te zijn voor de vreemdeling. Jezus zei ook tegen degene die hem had uitgenodigd: “Wanneer u een maaltijd aanbiedt of een feestmaal geeft, vraag dan niet uw vrienden, uw broers, uw verwanten of uw rijke buren, in de verwachting dat zij u op hun beurt zullen uitnodigen om iets terug te doen.” “Nodig armen, kreupelen, verlamden en blinden uit.”
Dat betekent dus concreet vandaag de dag. dat wij niet alleen de rijke vakantiegangers moeten verwelkomen, maar óók de vluchtelingen uit Afrika, die vanwege ‘levensbedreiging’ hierheen willen komen. Want de Koning zegt, volgens Jezus in Mattheus 25: “Ik verzeker jullie: alles wat jullie gedaan hebben voor een van de onaanzienlijksten van mijn broeders of zusters, dat hebben jullie voor mij gedaan.”

Terug naar Lucas 14.De Farizeeërs waren wellicht wat bang voor de woorden van Jezus. Misschien moesten ze wel hun goede positie loslaten, misschien moesten ze wel op de achterste rij plaatsnemen. Want: brutalen mogen dan in onze maatschappij dan misschien wel de halve wereld hebben, het Koninkrijk van God hebben ze daarmee nog niet! Jezus zegt eigenlijk tegen hen: “Als je op de achterste rij plaatsneemt, dan ben je juist een grote.” Als je voor anderen een knieval doet, dat zul je door God worden verhoogd.” En de stress in je leven zal stukken minder worden. Want je hoeft niet meer te streven naar de top, naar het beste. Je hoeft je geen zorgen te maken of je wel goed genoeg bent.

Dat rijmpje van Nicolaas Beets, uit het begin “De mensheid lijdt het meest, door het lijden dat hij vreest en dat nooit op komt dagen.”, gaat namelijk verder namelijk:  “….Zo heeft hij meer te dragen dan God te dragen geeft.” Voor God is namelijk ieder mens goed genoeg; niemand hoeft zich anders te gedragen dan die in werkelijkheid is. Maar we moeten wel oppassen: het gaat in dit gedeelte van Jezus niet om een oproep aan iederéén om ‘per definitie’ bescheiden te zijn. Nee, de bescheidenheid verwacht hij vooral van mensen die juist altijd uit de hoogte doen, die zich hoog wanen. En ook het woord ‘vernederen’ kan verkeerd worden opgevat. Je hoeft jezelf niet door het slijk te halen. Nee, “wie zichzelf vernedert”, dat houdt hier in: wie neerzit bij de vernederden, wie solidair is met de zwakkeren, wie hún bondgenoot probeert te zijn, díé zal verhoogd worden.

Of we nu last hebben van zelfoverschatting en denken dat we de beste plaatsen moeten innemen; of als we juist te weinig zelfvertrouwen hebben en automatisch de achterste rij gaan bezetten, wij allen kunnen rust vinden bij de gedachte dat wij allemaal zijn genodigd, we horen er allemaal bij. God heeft iedereen in het leven geroepen. Als wij zo met elkaar kunnen omgaan, met elkaar als gemeente, maar ook met andere mensen buiten onze eigen kring, dan kan er nu al, in ons leven, iets zichtbaar worden van het Koninkrijk van God.  Want

Wat vraagt de Heer nog meer van ons
dan dat wij recht doen en trouw zijn en wandelen op zijn weg?
Wat vraagt de aarde meer van ons
dan dat wij dienen en hoeden als mensen naar Gods beeld?
Wat vragen mensen meer van ons
dan dat wij breken en delen als ons is voorgedaan?
Het is de Geest die ons beweegt
dat wij Gods wil doen en omzien naar alles wat er leeft.

(C) Jan Koops

Wil je een reactie geven? Stuur een mailtje ! (klik op mailtje)

===========================================
De eerstvolgende Nederlandstalige preek wordt geplaatst op de eerstvolgende dag waarop ik een dienst heb om circa 15.00 uur.
==========================================