Preek van de voorlaatste keer

Ned-vlag

Hier staat de voorlaatste nederlandstalige preek die ik gehouden heb. Soms staat de laatste preek (Preek van deze week) er erg kort op en hebben mensen geen gelegenheid gehad om hem te lezen. Nu gaat er dus minimaal nog een preek ‘overheen’ voordat deze wordt verwijderd.
Wil je een reactie geven? Stuur een mailtje !

===========================================

Appelscha

3 januari 2021

Jesaja 60: 1 – 6

Matteus 2: 1 – 12

We komen (wat mij betreft: gelukkig) weer in wat rustiger tijden terecht. De soms té drukke dagen van Kerst en oud-en-nieuw zijn voorbij. Alle aangesleepte lichten en kerstbomen e.d. worden weer opgeruimd. Het oude jaar is ingewisseld voor het nieuwe waarvoor we elkaar allemaal alle goeds en heil en zegen toewensten. Het is een jaarlijks terugkerend ritueel dat enigszins een metafoor is – een beeld – voor de hele levenscyclus. Immers zoals er mensen sterven en anderen worden geboren, zo laten wij met oudjaarsdag een periode achter ons om vervolgens opnieuw te beginnen; wel of niet met nieuwe goede voornemens om te proberen het beter, of nóg beter te doen dan in het afgelopen jaar.
Maar …. wat is er eigenlijk zo nieuw aan dit nieuwe jaar, afgezien van het veranderende jaartal: van 2020 naar 21? Een week blijft zeven dagen houden en een dag 24 uren. Heel veel gedenkdagen liggen al jaren vast op dezelfde datum. En in veel agenda’s stond al keurig vermeld hoe laat de zon op nieuwjaarsdag zou opkomen en hoe laat hij die avond weer achter de horizon zou verdwijnen. Dat ligt allemaal vast in astronomische wetten.
Het coronavirus is niet opeens verdwenen, de vluchtelingen in kamp Moria zijn niet ineens gehuidvest en het klimaatprobleem is niet plotseling opgelost.
Ons ritme is dan weliswaar even verstoord door de feestdagen, maar vervolgens krijgt het leven meestal zijn gewone beloop weer. Er is bar weinig veranderd ten opzichte van twee, drie weken geleden. Dus: wat is er dan eigenlijk nog nieuw, behalve dan een ander jaartal?

Hebben de rituelen met de oliebollen, knijpertjes en rolletjes die deze dagen rijkelijk zijn verorberd, hebben die rituelen ook een vernieuwende invloed op ons leven gehad? Hebben de kerstdagen, met verschillende vieringen, iets met ons gedaan? Is er iets nieuws uit naar voren gekomen? Iets goeds misschien? Zijn wij veranderd? Wijzelf?
Of hebben we alleen maar genoten van de gezelligheid, de sfeer, de uitbundige verlichting, de kerstliedjes en de maaltijden? Want ondanks de coronamaatregelen hebben veel mensen toch wel geprobeerd het zo gewoon normaal te laten verlopen.
De vraag is uiteindelijk steeds weer: Wat is voor onszelf de betekenis geweest van de afgelopen feestdagen? Zeker, we vierden de geboorte van Jezus. Maar was dat alleen maar een viering zoals we een verjaardag vieren? Met een feest, lekkere hapjes en eventueel cadeau’s? Of overstijgt het dát niveau en doet het werkelijk iets met ons innerlijk?
Want dát is waar het eigenlijk om zou móéten gaan: de verschijning van Jezus, eigenlijk van Christus, in ons eigen leven, die verschijning zou vernieuwing, verandering teweeg moeten brengen. Vernieuwing in ons eigen leven, in onze mentaliteit, in onze houding.
Al die Kerstvieringen, jaar-in-jaar-uit, die hebben alleen maar zin als elke keer ook Christus in onszélf opnieuw geboren wordt, zodat wij lichtdragers van hem kunnen zijn in een gebroken wereld. Paulus zegt het in de brief aan de Fillippenzen zo: Laat die gezindte in u zijn welke ook in Jezus Christus was. Dus dat de Christusgeest ook in onszélf geboren wordt.

En dat is tegelijkertijd eigenlijk de kern van de boodschap van vandaag. Want veel van wat er om ons heen gebeurt of verteld wordt, draagt niets bij aan de kernboodschap die het Kerstverhaal wil uitdragen. De overvloedige verlichting, de vele inkopen en omvangrijke maaltijden, dat alles levert niet echt een wezenlijke bijdrage aan de verspreiding van het evangelie – de goede boodschap. Integendeel zou je bijna zeggen, want wellicht staan al die zaken een goed begrijpen van het evangelie juist wel in de weg.
Want waar het uiteindelijk om gaat is, dat wij het licht moeten zien en dat wij dat licht vervolgens in onszelf laten branden om het te laten schijnen voor – en door te geven aan anderen. Beeld-dragers van God willen zijn – dát zouden we moeten nastreven.En het kerstfeest en oud-en-nieuw zijn bij uitstek van die momenten waarop wij ons van dié drijfveer bewust zouden kunnen worden.

We gaan naar de schriftlezing uit Mattheus.
Dat evangelie begint en eindigt met stukken waarin álle volkeren vertegenwoordigd zijn. Hetet Het evangelie sluit in hoofdstuk 28 af met het Zendingsbevel: de mensen moeten – tot in de uithoeken der aarde – bereikt worden met het evangelie. De goede boodschap voor de wereld. Dan moeten we wel weten om welke boodschap het moet gaan. Die boodschap voor de hele wereld dus. Maar al in ons hoofdstuk twee, het hoofdstuk dat direct volgt op de geboorte van Jezus, in dat hoofdstuk staat welke boodschap dat zou moeten zijn, namelijk dat Christus is verschenen. Jezus, de Christus.
In de Kerstliederen trekken de herders en de wijzen vaak gezamenlijk, als één man, op naar het nieuw geboren kind. Maar in onze indeling van het kerkelijk jaar zijn ze uit elkaar gehaald: de herders horen bij Kerst en de wijzen horen bij epifanie. En vandaag vieren we Epifanie, dat is de verschijning van de Heer. Vaak wordt nogal zwaar tegen het zendingsbevel aangekeken: het is immers moeilijk, misschien zelfs wel onuitvoerbaar, om alle uiteinden der aarde te bereiken met het blijde evangelie. Maar in hoofdstuk 2 worden die uiteinden ons al in de schoot geworpen. De wijzen immers komen van heinde en verre. En wij hoeven dáár niet heen, nee zij komen naar Jezus de Christus toe. Zij volgen een ster, een licht. En dat licht leidt hen naar het licht der wereld, Wat de wijzen te zien krijgen is namelijk: de verschijning van de Heer. Zo wij met Kerst de gebóórte van Jezus hebben gevierd, zo vieren we vandaag die verschijning van de Heer. Epifanie.
En dat vieren, dat zou moeten betekenen dat wij ook ons léven – ons hándelen – er door willen laten leiden. Dat wij het licht van God, de Christusgeest van Jezus,  eerst omarmen in ons eigen bestaan en die vervolgens ook willen doorgeven aan anderen. Anderen dichtbij, en ook anderen ver weg. Dat die anderen in ons handelen Epifanie zien: verschijning van de Heer.

De wijzen uit het Oosten, in onze tekst staat trouwens nergens dat het er drie waren, die wijzen openden hun kistjes met kostbaarheden en boden dat aan het nieuwgeboren kind aan. En dát is wat Epifanie eigenlijk ook van ons vraagt: onze kistjes – onze harten – te openen en de inhoud aan God aan te bieden. Dat zijn Geest er mag wonen. Of eigenlijk: dat wij de Christusgeest in ons hart laten werken. Met andere woorden: wij moeten ons hart laten spreken. Het zout der aarde zijn; het licht der wereld, klaar en rein. Want wat heeft Epifanie voor betekenis als wij niet elke keer weer Christus ook in onszelf geboren laten worden en daardoor zijn licht willen uitdragen naar andere mensen?
Om het wat concreter te maken: Wat merken de vluchtelingen in kamp Moria ervan dat wij Kerst hebben gevierd? Het calculerende beleid van Nederland op dit gebied betekent dat voor elke vluchteling van Moria die hierheen komt een andere vluchteling wordt geweigerd. Hoezo ‘goed nieuws’?
Wat hebben mensen aan Epifanie als ze op grond van hun huidskleur of afkomst door overheidsinstanties worden gediscrimineerd waardoor ze hun huwelijk zagen stranden en hun werk verloren? Hoezo ‘Gods belofte wordt heerlijk vervuld’?
Wat hebben de kinderen van nieuwe Nederlanders eraan dat wij de geboorte van Jezus gevierd hebben terwijl zij alleen al door de taalachterstand van hun ouders nú al weten dat ze het later moeilijk krijgen op de arbeidsmarkt? Terwijl hun ras-Amsterdamse juffrouw nog zó haar best doet. Hoezo ‘Door goede machten trouw en stil omgeven’?

Daarom: Mensen gevraagd

Mensen gevraagd om de vrede te leren waar geweld door de eeuwen heen model heeft gestaan.
Mensen gevraagd die de wegen markeren waarop alles wat leven heeft verder kan gaan.
Mensen gevraagd om de noodklok te luiden en om tegen de waanzin de straat op te gaan.
Mensen gevraagd om de tekens te duiden die alleen nog moedwillig zijn mis te verstaan.
Mensen gevraagd om hun nek uit te steken voor een andere tijd en een nieuwe moraal.
Mensen om ijzer met handen te breken ook al lijkt het ondoenlijk en paradoxaal.
Mensen gevraagd om hun stem te verheffen verontrust door een wapen dat niemand ontziet.
Mensen die helder de waarheid beseffen dat wie mikt op een ander zichzelf ook beschiet.
Mensen gevraagd die in naam van de vrede voor behoud van de aarde en al wat daar leeft wapens het liefst tot een ploeg willen smeden voor de oogst die aan allen weer overvloed geeft.
Mensen gevraagd. Er worden mensen gevraagd. Dringend mensen gevraagd. Mensen te midden van mensen gevraagd

Van wie dit gedicht is weet ik niet, maar Dorothee Sölle, de Duitse theologe schreef iets vergelijkbaars: “God heeft mensen nodig”, zei ze, en verder: “God heeft geen andere handen dan onze handen.” Maar… dat betekent voor Sölle niet dat God krachteloos is. Integendeel, het betekent dat wij veel krachtiger zijn dan wij zelf denken. Sölle geloofde zó sterk in de aanwezigheid van God in ons, dat ze zei dat wij deel kunnen krijgen aan Gods macht en liefde. Zo zei ze: “De wonderen zijn niet verteld om ons naar de wonderdoener Jezus te laten staren, maar om ze ons te laten doen. Werkelijk in wonderen geloven, betekent zó in de macht van God geloven dat we een deel van die macht worden en die wonderen doen. Dat is het wonder van de liefde. Alleen wie in de liefde gelooft en deel heeft aan die macht van God, is in staat het wonder te zien dat voor onze ogen gebeurt.”

Christus roept ons zijn gezicht te zijn; gerechtigheid en vrede, brood en wijn, zijn liefde, hoop geloof, zijn zonneschijn.
Als we daaraan voldoen, dan is het elke dag – ook voor anderen om ons heen – Epifanie: verschijning van de Heer. Dat het zó mag zijn!

(C) Jan Koops

Wil je een reactie geven? Stuur een mailtje ! (klik op mailtje)

===========================================
De eerstvolgende Nederlandstalige preek wordt geplaatst op de eerstvolgende dag waarop ik een dienst heb om circa 15.00 uur.
==========================================