Preek van de voorlaatste keer

Ned-vlag

Hier staat de voorlaatste nederlandstalige preek die ik gehouden heb. Soms staat de laatste preek (Preek van deze week) er erg kort op en hebben mensen geen gelegenheid gehad om hem te lezen. Nu gaat er dus minimaal nog een preek ‘overheen’ voordat deze wordt verwijderd.
Wil je een reactie geven? Stuur een mailtje !

===========================================

Veenhuizen, 10 maart 2019

Genesis 2: 15 – 3: 9

Lucas 4: 1-13

Het verhaal van vanochtend – de verzoeking in de woestijn – roept bij de meeste mensen vaak maar weinig herkenning op. Want wat moeten wij vandaag de dag immersmet dit verhaal over de verzoekingen in de woestijn? O, zeker…. het geeft aan dat Jezus niét bezweken is voor de duivel  –  het verhaal zet dus niét de duivel, maar Jezus op een voetstuk. Maar ……wat betekent dit verhaal dan eigenlijk voor onszélf? Wat kunnen wij er voor hier en nu en voor ons verdere leven van leren? Want daar moet het toch om gaan bij de Bijbelverhalen: Wat hebben ze óns te zeggen voor vandaag?
Om ons wat beter in de situatie te kunnen inleven moeten we een aantal zaken niet uit het oog verliezen. Om te beginnen staat er heel duidelijk dat Jezus door de Geest naar de woestijn werd geleid. Door de Geest,  Gods geest dus. Met andere woorden: het willen doen van Gods wil door Jezus

heeft hem uiteindelijk naar de woestijn geleid.
Het navolgen van Gods geboden brengt je inderdaad vaak in de woestijn van de eenzaamheid. Als je wilt leven zoals het leven voor jezelf én voor anderen is bedoeld, dan haken soms vrienden en familie bij je af. Dan sta je vaak alleen. De woestijn staat in de bijbel namelijk meestal model voor een plek van eenzaamheid, voor een periode van beproevingen.
Dát herkennen wij dat wel denk ik: een periode waarin we niet meer weten waar we het zoeken moeten – we zijn vertwijfeld: God, waar bent U nu ik zo naar uw aanwezigheid verlang ? Of, zoals Gerard Reve het in een gedicht verwoordde: Dat Koninkrijk van U, weet U wel, wordt dat nog wat?

Dat zijn moeilijke momenten, gemeente, zulke periodes waarin we het zwaar te verduren hebben. Mozes……, het volk Israël…….., Elia….en dus hier ook Jezus; zij allen moesten een barre tocht van veertig dagen of veertig jaar door de woestijn maken om uiteindelijk nieuwe kracht voor het leven te krijgen, of voordat ze in het beloofde land zouden komen. In die woestijn, in die eenzaamheid, daar ben je erg kwetsbaar; daar komen de zwakke kanten van de mensen naar boven. In de woestijn ben je gevoelig voor alle impulsen die op je af komen.
Als je erg hongerig bent, dan geldt datzelfde: je staat emotioneel minder sterk in je schoenen dan anders. Jezus doet veertig dagen lang aan vasten; dat wil zeggen: hij wil zich volledig concentreren op de weg die hij gaan zal.  De weg van God. Bij Jezus gaat het dus dubbelop: en hij is in de woestijn én hij heeft veertig dagen en nachten niet gegeten.

Wij concentreren ons in deze veertig-dagen tijd op het lijden en sterven van Jezus. Een lijdensweg die geen willekeurige afsluiting van Jezus leven is. Nee! Het lijden en sterven van Jezus is een logische consequentie van alles wat hij daarvóór heeft gezegd en gedáán. Dat is dus het eerste waar we op moeten letten: dat Jezus zich bij dat alles laat leiden door Gods Geest.

Het tweede aspect is dat de duivel Jezus als volgt aanspreekt: “Als je de Zoon van God bent…..”  Dat vraagt om een toelichting. Ons gelezen tekstgedeelte uit Lucas 4 volgt direct op het geslachtsregister van Jezus. En die stamboom sluit af met: “Set, de zoon van Adam – de zoon van God”.  Het gaat daar over Jezus, de zoon van God. En zo noemt de duivel hem ook. De duivel wil vervolgens een spelletje met Jezus spelen: “Nou, als men dan zegt dat je Gods Zoon bent, dan wil ik dat wel eens even testen. Wat betekent dat eigenlijk voor jou, Jezus, dat je Zoon van God bent? Hoe sterk sta je eigenlijk in je schoenen?”
Jezus, die zélf gevraagd heeft om door Johannes gedoopt te mogen worden, wil hij ook wel de consequenties van die doop aanvaarden, wil hij ook de gevolgen van zijn belijdenis dragen? Dat is: wil hij zich voegen in het verbond dat God met zijn volk gesloten heeft? De duivel waagt het allemaal te betwijfelen:  “Als…. je de Zoon van God bent…..”

En dan volgt de eerste verleiding: “Kun jij van stenen brood maken?” De duivel legt hier alle nadruk op de materiële kant van het leven. Hij schenkt geen aandacht aan de geestelijke aspecten. Bij de geestelijke kant hoort ook het eigen verantwoordelijkheidsbesef. En dat besef is bij de duivel blijkbaar niet aanwezig. Ook wij willen God wel eens in verleiding brengen  om wonderen te verrichten: Wij vragen om genezingen, wij bidden om een oplossing voor de oorlogen in de wereld; wij leggen het probleem van de honger en armoede aan God voor. Maar we moeten ons daarbij wél realiseren dat de mensen, wij zelf dus, mede verantwoordelijk zijn voor al deze dingen.
Het is natuurlijk wel het meest geschikte momént voor de duivel om deze verzoeking te doen: Jezus heeft erge honger na het vasten en dan vraagt de duivel hem om van stenen brood te maken. Maar Jezus weerstaat de verleiding: hij kiest ervoor om zich niet te binden aan de duivel maar te vertrouwen op God. Hij is gehoorzaam aan het Woord van God, want zegt Jezus:  “Er staat geschreven: “De mens leeft niet van brood alleen.”” Dat betekent concreet dat we ons niet moeten verlaten op bezit,  op materieel gewin, maar juist wel op een goede levenshouding. Als we onafhankelijk kunnen worden van de materiële zaken  dán pas staan we echt open voor het geestelijke, voor dát waarom het écht gaat in het leven.

Dan volgt de tweede verleiding. Nadat de duivel alle koninkrijken van de wereld aan Jezus heeft laten zien, zegt hij: : ‘Ik geef u de macht over dat alles en ook de roem die ermee gepaard gaat;als u in aanbidding voor mij neervalt, zal dat allemaal van u zijn.’  Hieruit blijkt eigenlijk de ware bedoeling van de duivel: hij wil alle macht naar zichzelf toe trekken. Hij wil zélf God zijn. Het lijkt wel wat op Adam en Eva uit het Genesisverhaal. De slang houdt ook hén voor dat ze aan God gelijk kunnen worden. De duivel verkeert dus nu blijkbaar in de veronderstelling dat het Jezus wel om macht te doen zal zijn. Maar Jezus weigert om met deze chantage mee te gaan. Jezus is immers niet uit op eigen macht, maar hij wil juist God rechtdoen: “Aanbid de Heer, uw God, vereer Hem alleen”, zegt hij dan ook.

En dan komt de derde verleiding. “Spring van het tempeldak naar beneden. Als je werkelijk Zoon van God bent, dan heb je toch niets te vrezen, dan zal hij jou toch op handen dragen?”
Velen denken dat nog steeds: als je gelooft, dan heb je niets te vrezen, dan wordt je gesterkt tijdens je leven, dan zullen jou geen erge dingen overkomen…………En als ze dan tóch ziek worden, of ontslag krijgen, een echtscheiding doormaken – dan is hun vertrouwen op God verdwenen, het geloof raakt zoek en ze haken af. Ze hebben……., zo blijkt dan achteraf, ze hebben een geloof gehad dat meer op eigenbelang gericht was dan op hun inzet voor anderen of op de relatie met God.
Maar: geloof is geen levensverzékering – geloof is een levenshóuding. Een houding waarbij je niét zwicht voor macht of aanzien, voor bezit of voor geweld.
Maar de duivel wil zijn woorden kracht bijzetten. Hij leert snel van Jezus, want …… nadat Jezus na de eerste verleiding heeft gewezen op een tekst uit de Tora, doet de duivel het bij de derde verleiding óók: Hij zegt: “Want er staat geschreven: “Zijn engelen zal hij opdracht geven om over u te waken.”” Maar Jezus gooit er direct een tekst overheen, alsof hij wil zeggen: Dit kan natuurlijk niet – een tekst uit zijn verband rukken. Daarom zegt Jezus: ‘Er is gezegd:…”  ( Hij kaatst de bal dus terug….)  “Er is gezegd: Stel de Heer, uw God, niet op de proef.”’ Jezus kiest ervoor om het tegenovergestelde te doen van wat de duivel van hem vraagt. Dat deed hij trouwens zijn hele leven. Tegenover het némen van brood zet Jezus het uitdelen ervan aan duizenden mensen. En waar Adam nog zwichtte voor de verleiding om te eten van de boom van kennis van goed en kwaad, is Jezus erop gericht het verbond met God te herstéllen. Hij is liever de geliefde Zoon van God dan dat hij goede vrienden is de duivel is.

De verzoekingen van de duivel zijn in feite opdrachten om door manipulatie jezelf groot te maken ten koste van anderen; of – erger nog – ten koste van je relatie met God en met jezelf. Later zal Jezus uitspreken: “Mij is gegeven alle macht over de koninkrijken.” Maar die macht werd hem niet door de duivel gegeven maar door God. En dat is toch een wezenlijk verschil. Het weigeren van Jezus om  in te gaan op de verzoekingen is geen automatisme. Het is een voortdurende strijd als een logisch gevolg van zijn geloof. Die strijd …..moet ook óns de moed geven  om in onze eigen situaties van verleidingen, dezelfde weg te kiezen als Jezus en dus in te gaan tegen de duivel. Want de verleidingen zijn elke dag om ons heen.

Tijdens de bijeenkomst in Rome, over het misbruik binnen de Rooms Katholieke kerk, nam de paus de term duivel in de mond. Hij had het over dienaren in zijn kerk die misbruik hadden gepleegd en zei: “Die ingewijde persoon, gekozen door God, om zielen tot de redding te leiden, laat zich onderwerpen aan zijn eigen menselijke zwakheid of aan zijn eigen ziekte en wordt zo een werktuig van de duivel.” (hij gebruikte de term satan) “In het misbruik”, zo zei de paus, “zien we de hand van het kwaad die zelfs de onschuld van kinderen niet spaart.”
Mijn eerste reactie was: dat is nogal gemakkelijk zeg, je schuift je eigen verantwoordelijkheid simpel af ……. naar de duivel. En enkele columnisten van dagblad Trouw hadden eenzelfde reactie. Maar de reactie van een priester van de oud-katholieke kerk in dezelfde krant had als kop: “De duivel bestaat echt, ….. binnen onszelf.” En zo is het! Net zoals we de Christusgeest in ons kunnen laten wonen geven we soms ook ruimte aan de minder goede eigenschappen, aan duivelse, satanische trekjes.
Dat klinkt nogal afschrikwekkend, maar het is eigenlijk vrij simpel: Als iets het goede tegenwerkt dan is dat een verkeerde, duivelse invloed. De priesters en alle anderen die misbruik plegen, zij gaan voor hun eigen wellust en genot, met desastreuze gevolgen voor de slachtoffers en zó voor de wereld. En ook voor henzelf want de hele wereld spreekt er terecht schande van.

Vandaag is dus de klimaatmars. Gods schepping startte als een paradijs. Maar het is de mensheid gelukt om zodanig te leven dat veel van dat paradijselijke is verloren is gegaan. Rivieren in Rusland bevatten zoveel gif, dat dorpen worden geëvacueerd. De zeeën bevatten zoveel plastic, dat zeehonden en andere dieren soms met kilo’s ervan in hun maag worden aangetroffen. We hebben het wel over de olifantenjacht die moet ophouden, maar in ons land daalt de bijenstand en het aantal weidevogels zienderogen.

In de gemeente Westerveld hebben inwoners uitgezocht dat in grondmonsters uit hun tuinen 57 bestrijdingsmiddelen zaten. Of dat komt door de bloembollenteelt, laten we maar even in het midden. Het ‘kwaad’ is dus dichterbij dan ons lief is en dan we willen geloven. Wij kiezen vaak voor onze eigen belangen op de korte termijn: Winst maximaliseren zonder op de uiteindelijke gevolgen te letten. Maar mét de duivel kiezen daarmee we dan ‘stenen voor brood’ !

De wereld zit vol met allerlei kleine en grotere verleidingen. De duivel in onszelf is hiermee een onbegrijpelijke maar reële kracht die scheiding brengt tussen mensen onderling en tussen de mensen en God. Zoon van God zijn, kind van God zijn, houdt in: De Christusgeest in ons laten wonen en de duivelse verleidingen weerstaan. Want echt gelukkig, echt vrij zijn we pas  als we juist niet afhankelijk zijn van bezit, van aanzien en van macht. De kunst is om niét te knielen voor de macht van het kwaad, van de duivel, maar alleen te knielen – al was het maar figuurlijk – voor God.

Deze veertig-dagen tijd is ervoor bedoeld dat wij ons bezinnen op het afleggen van onze oude mens, van de oude Adam, van de oude Eva, van ons oude ‘ik’. En dat wij, in navolging van de nieuwe Adam – Jezus –, door de woestijn van beproevingen heen – willen opstaan tot nieuwe mensen die de weg van de gerechtigheid willen gaan. De veertig-dagen tijd is een tijd van voorbereiding op de beslissende keuze. Ook Jezus kwam  voor zo’n keuze  te staan en hij nam de juiste beslissing. Hij koos duidelijk voor de weg die naar God leidt. hij maakte niet van stenen brood, maar deelde en vermenigvuldigde het brood voor de hongerige mensen; hij wilde geen machtsvertoon maar kwam later op een ezel Jeruzalem binnen; hij wilde niet de mensen onderdrukken maar dat alle volken vrijwillig tot zijn volgelingen zouden worden.
En volgeling zijn van Jezus houdt in: De keuze maken voor het goede – de duivel weerstaan! Jezus vertrouwde op het Woord van God. Hij zei daarom: “Want er staat geschreven ….” Maar de duivel gebruikte dezelfde woorden. Het gaat erom dat we onderzoeken welke geest er achter zit. Wij moeten de geesten kunnen onderscheiden. God vraagt aan ons: “Adam, Eva, Waar ben je ?”
Kan God op ons rekenen? Wij kunnen in elk geval wel op Hem vertrouwen:

God is altijd om ons heen en in ons! Daardoor kunnen wij de goede keuze maken ook al moeten we door de woestijn van eenzaamheid en ziekte, van verdriet, teleurstelling en angst. En ook al moeten we veel verleidingen trotseren. Want in de woestijn –  die het leven soms ook is ook in die woestijn kan men al Gods aanwezigheid merken.

Kies dan heden wie gij dienen zult!

(C) Jan Koops

Wil je een reactie geven? Stuur een mailtje ! (klik op mailtje)

===========================================
De eerstvolgende Nederlandstalige preek wordt geplaatst op de eerstvolgende dag waarop ik een dienst heb om circa 15.00 uur.
==========================================

(c) Jan Koops

Wil je een reactie geven? Stuur een mailtje ! (klik op mailtje)