Preek van de voorlaatste keer

Ned-vlag

Hier staat de voorlaatste nederlandstalige preek die ik gehouden heb. Soms staat de laatste preek (Preek van deze week) er erg kort op en hebben mensen geen gelegenheid gehad om hem te lezen. Nu gaat er dus minimaal nog een preek ‘overheen’ voordat deze wordt verwijderd.
Wil je een reactie geven? Stuur een mailtje !

===========================================


Havelte

23 februari 2020

Exodus 22: 21-27

Matteus 5: 33-48

Sinds enkele jaren is er een nieuw begrip, dat prachtig weergeeft waar het in de evangelielezing van vandaag over gaat: . ..Om-denken. Bedoeld wordt eigenlijk: ándersom-denken. Er is een website en er zijn diverse boeken over dit om-denken. De Facebookpagina van hen heeft bijna een half miljoen volgers en het Twitteraccount inmiddels ook al meer dan 400.000.
Uitgangspunt is eigenlijk: Zie iets niet als een ‘probleem’, maar als een ‘mogelijkheid’, een uitdaging.
Als voorbeeld werd eens op hun Twitteraccount voorgesteld dat Mexicanen en Amerikanen volleybalden met de Trumpmuur als net. Of: Een vader ging met zijn zoon en dochter hardlopen. De dochter kwam als laatste over de streep en zei: “Maar ik heb het wel het langste volgehouden.”
Nog een voorbeeld uit eigen ervaring.
Tien jaar geleden waren mijn vrouw en ik in Barcelona toen het vliegverkeer stil kwam te liggen door de aswolk uit IJsland. De eerste reactie was natuurlijk ergernis en balen, immers: de planning liep in de war en afspraken in Nederland moesten afgezegd. Maar ergernis heeft een negatief effect en na een poosje hebben we de knop om kunnen zetten en nog flink kunnen genieten van de extra tijd die we er zo konden doorbrengen. Ómdenken dus. Maak van een probleem een mogelijkheid, een uitdaging.

Via Omdenken kwam ook eens de volgende tekst: “Vrijheid is – wat je doet met wat je is aangedaan.” Het is een uitspraak van de franse filosoof Jean Paul Sartre en is een mooi voorbeeld van dat omdenken en ook geeft die aan hoe de gelezen tekst uit de Bergrede het beste geïnterpreteerd kan worden.  “Vrijheid is – wat je doet met wat je is aangedaan.”
In die Bergrede grijpt Jezus steeds terug op oude voorschriften, de van oudsher overgeleverde regels voor het leven. Die oude regels waren onder andere bedoeld om uitwassen in de samenleving tegen te gaan. Als iemand bijvoorbeeld een ander een forse tik had gegeven waardoor die ander een tand was kwijtgeraakt, dan mocht je hem niet iets aandoen dat nóg erger was, je mocht hem bijvoorbeeld geen oog uitsteken. Want, zo luidde de regel, “een oog voor een oog en een tand voor een tand”. In het Oude Testament is dus sprake van en vorm van weerwraak.

Ook werd gezegd dat je geen valse eed mocht afleggen. Anders kon niemand immers meer een ander vertrouwen? Jezus grijpt in zijn Bergrede dus terug op die oude voorschriften. Maar …… opvallend is daarbij dat hij ze niet gewoonweg uitlegt, dus niet in de trant van: “Zo en zo moeten jullie dus leven, dit en dat is bedoeld met die oude regeltjes.” Nee ! En ook verzacht Jezus die oude voorschriften niet, zo van: “Het staat er wel letterlijk zo, maar je kunt het ook anders lezen”, om vervolgens de boodschap uit die regels  helemaal weg te relativeren. Nee ! Al die oude regels worden door Jezus gewogen …… en te licht bevonden. Hij poetst al die oude regels niet alleen maar op; hij scherpt ze juist aan! Maar dan wél op een manier die voor alle partijen voordelen biedt: Waarom zou je nog een eed moeten afleggen, als je onderling afspreekt dat jouw ‘ja’ ook altijd een echt ‘ja’ is en jouw ‘nee’ een werkelijk ‘nee’? En als iemand jou zó slaat dat je een tand verliest, waarom zou jij je dan moeten wreken door datzelfde bij die ander te doen? Dat is toch kwaad met kwaad vergelden? Dan werk je toch mee aan de spiraal van geweld en verloedering?

Dit klinkt allemaal nogal logisch en veel mensen zullen zich hier dan ook wel in kunnen vinden. Maar……Jezus zegt meer. Hij laat het niet bij een logica die we ook zelf hadden kunnen bedenken. Onze logica gaat immers vaak uit van een vorm van egoïsme, namelijk “Waarom zou iemand mij niet gewoon op m’n woord vertrouwen? Kom op, ik ben een mens uit één stuk en duld geen wantrouwen.”  Of “Waarom zou ik eigenlijk iemand terugslaan?  De kans dat ik dan zelf helemaal in elkaar wordt geslagen is dan erg groot.”
Dat is dus het navolgen van de regeltjes op basis van eigen-belang-logica.
Maar de logica van Jezus lijkt (!) niet ego-gericht maar naaste-gericht. De voorbeelden die hij noemt blijven immers niet beperkt tot de eed en de ogen en de tanden. Nee, ook zegt Jezus: “Ben je op de rechterwang geslagen? Keer dan ook de linker nog toe! Is van jou het onderkleed afgenomen? Geef dan ook nog het bovenkleed! Iemand dwingt jou tot het meelopen van één mijl? Ga er dan twee! Heb je vrienden maar ook vijanden? Bidt dan juist voor de laatste groep.” Het Nieuwe Testament ademt hier de geest van de weerloosheid.

Het lijkt er dus op dat Jezus de oude voorschriften een zódanige uitleg geeft dat die juist aan ánderen ten goede komt en niet onszelf. Die anderen worden er juist beter van of krijgen geen weerwoord. Zij krijgen immers meer dan ze opgeëist hadden?
Komt Jezus’ oproep dus alleen maar ten goede aan de naaste? Nee, bepaald niet, schijn bedriegt hier denk ik. Het kan dan wel zo overkomen uit de evangelielezing dat wij ons als watjes moeten gedragen, als makke lammetjes die onszelf naar de slachtbank laten leiden. Maar dan missen we de kernboodschap die in de Bergrede is opgesloten. Ten diepste gaat het in de Bergrede namelijk om richtlijnen waardoor we juist zélf tot onze bestemming kunnen komen, waardoor we uiteindelijk zélf kunnen worden waartoe we geroepen zijn. De ondertoon uit het evangelie is dat wij niét tot onze bestemming komen als wij de anderen om ons heen niet zien staan, of als we alleen maar hún gedrag overnemen. Immers: als die ander ons dwarszit, als we last hebben van haar of zijn gedrag, waarom zouden wij ons dan laten verleiden tot hetzelfde? Dat is dan misschien wel de eerste impulsieve reactie. Maar waarom zouden we niet zelf de keuze maken om ánders te reageren? Immers: Vrijheid is – wat je doet met wat je is aangedaan.
Die ander verwácht juist vaak dat we een stomp teruggeven, of dat we protesteren en het afgenomen onderkleed terug willen hebben, of dat we weigeren om ongewild een eind verder met iemand op te lopen. Dát is de wereld zoals veel mensen die verwachten, hún werkelijkheid. Maar het doel van het evangelie is om juist níét te worden zoals die ander. Het gaat er om dat wij onze éígen bestemming bereiken. En dan is het van belang dat we juist een ándere keuze maken dan die welke anderen van ons verwachten.

Ik las dat iemand één van de verzen uit onze lezing als volgt vertaalde: “Als iemand je dwingt één mijl met hem mee te lopen, bedrieg hem dan met twee.” Dat vind ik een schitterende vertaling. Immers: je doorbreekt het patroon van die ander. Dát is om-denken! Je doet iets origineels, iets onverwachts, namelijk méér dan het gewone.
Daarom is het in dit geval jammer dat de Nieuwe Bijbelvertaling steeds de andere benadering van Jezus opent met het woordje ‘en’. “Jullie hebben gehoord dat  ….  en ik zeg jullie.” Beter zou hier het woordje ‘maar’ gebruikt kunnen worden. “Jullie hebben gehoord dat  ….  máár ik zeg jullie.” Jezus’ benadering is immers niet een aanvulling op (én ik zeg) of een interpretatie van de oude regels en voorschriften; nee, het zijn geheel andere regels, die de traditie doorbreken.
Jezus hanteert niet het gezag van de voorvaderen, Hij leert met een heel eigen gezag; en dat is eigenzinnig én gewaagd! Hier zijn die regeltjes van Jezus radicaler dan de oude. Ergens anders, bijvoorbeeld bij genezingen of aren plukken op de sabbath,  – dán relativeert en verzacht Jezus juist de oude regels. Ook hierin kunnen we zien dat het Jezus altijd alleen maar ging om de uiteindelijke bestemming van de mens. Afhankelijk van het soort oude regels worden ze afgezwakt of juist aangescherpt. Voor Jezus telt de mens en niet de sabbath.
Daarom moeten we ook niet doen alsof Jezus een ‘nieuwe wet’ leert. Want zodra er wetten zijn, proberen mensen allerlei uitvluchten te vinden om onder die wetten en regels uit te komen en ze naar hun hand te zetten. Nee, eigenlijk houdt Jezus ons een spiegel met regels voor Op die spiegel zijn de voorschriften geschreven, maar we zien in de spiegel ook onszelf terug. En dat zet ons vanzelf aan tot goed nadenken.

Vanmorgen was Bas Heijne in het programma Jacobine. Hij schreef het boekje Mens/Onmens met als kernvraag eigenlijk  “Hoe kunnen we elkaar wat minder gaan haten?? “Het gaat”, zo zei Heijne, “om de existentiële oproep: kijk eens niet naar die ander maar kijk eens naar jezelf. Probeer tegengeluiden toe te laten. Zoek ervaringen waar je eigenlijk geen zin in hebt.”
Als wij iemand zouden slaan, wat zegt dat dan over ons? willen we dan eigenlijk dat we teruggeslagen worden? Of is dat slaan van ons ten diepste wellicht een teken van onmacht en zouden we daarom graag zien dat iemand ons helpt om ánders met die onmacht om te gaan? We hebben behoefte aan iemand die zegt:  “Jij bent radeloos en je neemt mijn onderkleed? Hier, heb ook mijn bovenkleed; warm je en kom even lekker bij, dan heb je gelegenheid om na te denken over je leven en wat je anderen aandoet.” Behoefte aan iemand die zegt: “Je wilt dat ik één mijl met je meeloop? Prima, ik trek mijn jas aan en loop er twee met je op. Dan hebben we tijd om samen wat te praten en te ontdekken waar jouw behoefte vandaan komt.”
Is immers niet elke vorm van geweld, of dat nu fysiek geweld is of verbaal geweld, is niet elke uiting van geweld een vorm van onmacht? Ik merk het wel in discussies. Als iemand begint te schreeuwen, dan blijkt al snel dat hij of zij geen steekhoudende argumenten heeft voor het standpunt. En dan moet met verbaal geweld de ander alsnog worden overtuigd. Iemand die controle heeft over zijn eigen leven, straalt juist rust uit. Die heeft het niet nodig anderen fysiek of verbaal te kwetsen. “Vrijheid is – wat je doet met wat je is aangedaan.” Het gaat er om dat wij zélf bepalen hoe we reageren op iets dat anderen ons aandoen. Onze reactie moeten we niet door die ánder laten bepalen, maar door wat wij zélf als onze eigen bestemming zien.

Het begrip ‘zonde’ betekent in de bijbel niet ‘iets verkeerds doen’, nee, ‘zonde‘ is als we niet tot onze bestemming komen. Ónze bestemming, niet die van anderen of wat anderen voor ons goed vinden. En als wij het gedrag van anderen kopiëren, het slechte gedrag in dit geval, dan zijn we immers geen haar beter dan die anderen, dan zijn we hetzelfde als zij, maar … dát was toch niet ónze bestemming?

Het laatste gedeelte van onze lezing uit de Bergrede, laat zien dat van ons meer dan het gewone wordt gevraagd. Liefhebben wie ons liefhebben, dat is niets bijzonders, en broers en zusters vriendelijk begroeten, ja dat kan eigenlijk iedereen. Maar dat doen de tollenaars en heidenen toch ook al? En dat waren bevolkingsgroepen waarop juist werd neergekeken. Nee: “Wees dus volmaakt, zoals jullie hemelse Vader volmaakt is.” Door dat woordje ‘dus’ – wees ‘dus’ volmaakt – blijkt  dat Jezus’ oproep uit de Bergrede leidt tot een volmaakt leven. Als je zijn aanwijzingen volgt dan handel je zoals hij dat voor ogen had.
Zó moet het dus: niet wreken of met gelijke munt terugbetalen maar een onverwachte en daarmee verrassende reactie geven. Dat is niet alleen in het belang van die ander, maar ook van jezelf. In het belang van de ander, want die krijgt een spiegel voorgeschoteld: “Wat ben ik eigenlijk aan het doen, dat had toch ook wel anders gekund? Laat ik leren van degene die mij de andere houding laat zien.” En het is in het belang van onszelf, want het trekt ons af van de verkeerde weg en brengt ons op een weg die naar onze bestemming leidt, namelijk: Volmaakt te zijn, zoals God volmaakt is.
Dat lijkt een erg moeilijke opgave, maar het is eigenlijk heel eenvoudig. Waar het op aankomt is: als we geconfronteerd worden met tegenslag, dan moeten we tot tien tellen, voordat we reageren. En in die tien tellen kunnen we proberen de zaak om te draaien: omdenken! Waar doe ik nú goed aan? En de kernhouding waarmee we zouden moeten handelen is: Liefde. Wát anderen ons ook kunnen aandoen, wij hebben de vrijheid om onze reactie daarop zélf bewust te kiezen. En de meest krachtige reactie is altijd: Liefde,want liefde – zo zegt het Paaslied – liefde heeft nooit de hoop verloren, liefde leeft langer dan de haat; en liefde blust – door de vijand te beminnen – haarden van hoog oplaaiend vuur. (lied 636)

(C) Jan Koops

Wil je een reactie geven? Stuur een mailtje ! (klik op mailtje)

===========================================
De eerstvolgende Nederlandstalige preek wordt geplaatst op de eerstvolgende dag waarop ik een dienst heb om circa 15.00 uur.
==========================================