Componist van stilte
(Nieuwe Ooststellingwerver en Stellingwerf 14-05-2026)
Tijdens een autorit vijf jaar geleden hoorde ik voor het eerst het nummer Spiegel im Spiegel van de Estse componist Arvo Pärt. Het raakte me zó, dat ik nog diezelfde week de CD kocht. Ontroerend qua eenvoud en daardoor meditatief en verstillend. Het is het bekendste werk Pärt. Hij is 90 jaar en de meest gedraaide nog levende componist. Onlangs verscheen er een boek over hem: ‘Componist van de stilte’. Een goed gevonden, treffende, titel.
In onze jachtige wereld lijkt stilte bijna verdacht te zijn. Alsof het leeg is en niets voorstelt. Maar in die stilte huist een diepere aanwezigheid.
Stilte is, zo las ik, een vorm van luisteren. Niet alleen met de oren, maar met je hele wezen. Dat is ook de kern van meditatie: merken dat er onder de oppervlakte van ons denken een stroom loopt – rustiger, wijzer en minder dwingend.
Pärt schrijft geen muziek om te vullen, maar om te openen. Elke toon is geboren uit aandacht en lijkt iets op te roepen dat niet gezegd wordt. Stilte is bij hem geen pauze tussen noten; het is de bedding waarin elke noot betekenis krijgt.
Dat leert ons dat ook ons leven niet gevuld hoeft te zijn met alleen maar doen en produceren. Het gaat immers om een andere manier van zijn: ontvankelijk, afgestemd, aanwezig.
Mensen die mediteren weten dat stilte geen doel is, maar een middel, een poort. Je wordt niet van de wereld weggeleid, maar er dieper ingetrokken. Wie mediteert en dus leert luisteren naar stilte, hoort ook anders naar anderen, naar de natuur en naar het leven zelf.
‘Componist van de stilte’ is daarmee niet alleen de titel van het boek, maar ook een uitnodiging om zelf te componeren. Geen muziek, maar aandacht. Momenten creëren waarin niets hoeft, maar alles mag zijn.
We leven in een tijd waarin geluid voortdurend op ons inwerkt: social media, gesprekken, meningen. Maar wat gebeurt er wanneer we bewust kiezen voor wat minder? Wanneer we niet direct reageren, invullen of oordelen? Dan ontstaat er ruimte; ruimte waarin iets onverwachts kan groeien: inzicht, zachtheid, begrip en mededogen. Elementen waar zo’n behoefte aan is in deze wereld.
Respectloos
(Nieuwe Ooststellingwerver en Stellingwerf 19-03-2026)
Een week geleden zat Gouke Moes, oud-minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, bij Pauw en de Wit. Dit in de hoedanigheid van bestuurder van de Stichting Democratische Vernieuwing die een rechtszaak tegen de staat begint. De stichting wil erkenning dat de reeds aanwezige (men hanteert het begrip ‘inheemse’) bevolking recht heeft op bescherming van cultuur, identiteit en leefwijze. Volgens de stichting merken burgers dat hun leefomgeving ingrijpend verandert door massa-immigratie.
Ik moest denken aan een Bijbelverhaal waarin een wijngaardenier land verpacht, maar dat de pachters zich dat land en de opbrengst ervan volledig toe-eigenen. Ze zetten er als het ware een groot hek omheen: “Afblijven! Van ons”! En ze willen de vruchten, de oogst, voor zichzelf houden.
Geen idee hoe het in de oudheid ontstaan is, maar ergens moet een moment gekomen zijn waarop iemand een stuk land claimde als zijn eigendom. Maar met welk recht? Wij zijn allemaal bewoners van deze aardkloot en moeten er samen iets van maken.
Dat geldt in mijn optiek ook voor Nederland. Het idee dat Nederland “van ons” is, komt voort uit menselijke groepsvorming en historisch identiteitsgevoel, maar ook uit angst voor verlies van middelen of cultuur. Tegenover dat nationalisme zie ik mezelf als kosmopoliet: we zijn allemaal burgers van één en dezelfde wereld. Nationale grenzen zijn moreel minder belangrijk dan de gedeelde menselijkheid. Uitsluiting op basis van nationaliteit of afkomst is daarom moeilijk te rechtvaardigen.
Volgens Moes en de zijnen moet onze cultuur dus worden beschermd. Hoe ver wil hij daarin gaan? Moeten Chinese restaurants en pizzeria’s verdwijnen omdat we ‘inheems’ moeten eten?
Moeten musea zich beperken tot het tentoonstellen van slechts Nederlandse cultuuruitingen?
Bovendien: cultuur is, ook zonder inmenging van buitenaf, altijd aan verandering onderhevig.
Onlangs las ik: “Geen twee mensen zijn gelijk. Geen twee harten slaan in hetzelfde ritme. Als God had gewild dat iedereen hetzelfde was, dan had hij ons wel hetzelfde gemaakt. Als je respectloos bent tegenover de verschillen, ben je ook respectloos tegenover Gods heilige plan.”
Juist diversiteit is dus iets dat beschermd moet worden, of op zijn minst overbrugd, maar moet zeker niet als een gevaar voor ‘ons land’ worden gezien.
Amerikaanse bruinhemden
(Nieuwe Ooststellingwerver en Stellingwerf 25 januari 2026)
“Toen de nazi’s de communisten arresteerden, heb ik gezwegen; ik was immers geen communist. Toen ze de sociaaldemocraten gevangenzetten, heb ik gezwegen; ik was immers geen sociaaldemocraat. Toen ze de vakbondsleden kwamen halen, heb ik niet geprotesteerd; ik was immers geen vakbondslid. Toen ze de Joden opsloten, heb ik niet geprotesteerd; ik was immers geen Jood. Toen ze mij kwamen halen was er niemand meer, die nog protesteren kon.”
Voorgaande tekst is tachtig jaar geleden uitgesproken door Martin Niemöller, een Duits predikant en theoloog. Hij was anticommunistisch en steunde in eerste instantie Hitler, totdat deze de staat boven religie stelde. Toen werd Niemöller leider van een groep Duitse geestelijken die zich juist tegen Hitler verzetten. Niemöller werd gearresteerd en belandde in de concentratiekampen Sachsenhausen en Dachau. In 1945 werd hij bevrijd door de geallieerden.
Tachtig jaar en één dag nadat Niemöller bovenstaande tekst uitsprak, werd in Amerika de 37-jarige Renee Nicole Good koelbloedig vermoord door een agent van de immigratiedienst ICE. Als ware Gestapo’s, zo houden de agenten van ICE razzia’s om immigranten op te pakken, gevangen te zetten en tenslotte weg te werken.
Niet voor het eerst was de regering Trump zo laf om ook hier weer de rol van slachtoffer en dader te verwisselen. Daarom is het fantastisch dat sinds de moord in veel Amerikaanse steden duizenden mensen de straat op gaan om te protesteren tegen ICE onder het motto No justice no peace. Als een variant op ‘Niet in mijn naam’ of de Rode Lijn-demonstraties, zorgen ze voor een massaal tegengeluid tegen het foute beleid van Trump en de zijnen.
Hier zijn de woorden van Jezus van toepassing: “Ik had honger en jullie gaven Mij niet te eten, Ik had dorst en jullie gaven Mij niet te drinken. Ik was een vreemdeling en jullie namen Mij niet op, Ik was naakt en jullie kleedden Mij niet. Ik was ziek en zat in de gevangenis en jullie bezochten Mij niet.”
De Franse filosoof Levinas zei al “Ik word ik in het aangezicht van de Ander.” Dat was een oproep voor een verantwoordelijkheid voor de ander die ons losmaakt van onze egocentristische wereld.