Preek van de week

Ned-vlag

Hier staat mijn laatstgehouden ( nederlandstalige) preek die wordt ververst op de zondag (ca. 13.00 uur) waarop de volgende preek wordt gehouden.
Zie hiernaast onder Pagina’s voor de gebruikte orde van dienst
Onder Pagina’s vind je ook mijn laatste Stellingwerver of Friese preek.
Wil je een reactie geven? Stuur een mailtje

Scherpenzeel, 10-5-2026
Jesaja 41: 17-20 en Johannes 16: 16-25

Laat ik beginnen met een wat beschouwende gedachte. Er zit iets  paradoxaals in ons menselijk bestaan. Wij verlangen naar duidelijkheid, naar overzicht, naar een leven dat te begrijpen is – en tóch voltrekt datzelfde leven zich grotendeels buiten onze invloed. We plannen, we structureren, we proberen grip te krijgen op de tijd, maar telkens weer ervaren we dat het ánders loopt dan we dachten. Dat er breuken zijn, onderbrekingen, tegenslagen, momenten waarop het zicht ons ontvalt en we de controle kwijt zijn.

De Deense filosoof Søren Kierkegaard vatte dat kernachtig samen, en zei: “Het leven kan alleen achterwaarts begrepen worden, maar moet voorwaarts geleefd worden.” Met andere woorden: terwijl wij leven, hebben wij het overzicht niet. We staan midden in het verhaal, zonder de afloop te kennen. We moeten keuzes maken, maar zonder zekerheid. We gaan wel vooruit, maar tastend, zoekend.
De Fransman Paul Ricoeur voegde daar nog een extra aspect aan toe. Hij zei dat wij ons leven verstaan als een verhaal, een verhaal dat we al vertellend vormgeven. Maar dat verhaal valt nooit volledig samen met de werkelijkheid. Er blijft altijd iets open, iets onaf, iets dat zich niet laat vastleggen. Met andere woorden: wij leven in interpretaties, maar het leven zélf is altijd veel rijker dan onze interpretaties.

Als we die twee inzichten samen nemen, dan ontstaat er een indringend beeld van het menselijk bestaan: wij leven vooruit zonder volledig te begrijpen of grip te hebben, en we begrijpen achteraf – maar nooit volledig; altijd subjectief. En precies in die spanning klinken de Bijbelse woorden van vandaag.

Jezus zegt: “Een korte tijd en jullie zien mij niet meer, en weer een korte tijd en jullie zullen mij zien.” En in Jesaja lazen we: “De armen en de behoeftigen zoeken water – er is geen water… Ik zal rivieren doen ontspringen.” Twee stemmen, twee beelden – maar ze raken dezelfde werkelijkheid, namelijk: een leven dat zich afspeelt tussen gemis en belofte. Wij leven ons leven niet als een afgerond geheel. Wij leven in fragmenten.

Een gewone dag laat dat al zien. Het begint vaak met plannen: werk, afspraken, de tuin, misschien zelfs wel een moment van rust. Maar ondertussen gebeurt er van alles dat je niét had voorzien. Een telefoontje dat alles verandert. Een bericht dat je uit balans brengt. Of juist een onverwacht moment van vreugde dat je dag opeens een andere kleur geeft.
Misschien herkent u het wel uit eigen ervaring: je hebt een gesprek dat je nog dagen bezighoudt. Of je krijgt nieuws dat je hele perspectief verschuift. Op zo’n moment voel je: mijn verhaal verandert, maar ik begrijp nog niet hoe. Het leven is geen rechte lijn. Het is een weefsel van momenten, ervaringen en onderbrekingen.

Dát is wat Jezus zijn leerlingen probeert duidelijk te maken. Hij bereidt hen voor op een ervaring van verlies – dat zij hem niet meer zullen zien. Hun vertrouwde wereld valt uiteen. Maar hij voegt eraan toe: dat is niet het einde. Er komt een moment van “weer zien”.
De leerlingen reageren zoals ook wij zouden reageren: met verwarring. Ze begrijpen het niet. Ze proberen de woorden te ontrafelen, maar het blijft ongrijpbaar. En misschien is dat wel bevrijdend. Dat geloof niet begint met helderheid, maar met vragen.
Wij leven in een tijd waarin veel mensen het gevoel hebben dat ze het moeten weten, antwoorden moeten hebben. Dat ze een mening moeten hebben over alles: over de politiek, het klimaat, technologie, identiteit. Maar onder die laag van meningen zit vaak een mate van onzekerheid.

Wat betekent het om mens te zijn in een wereld die zo snel verandert? Hoe verhouden we ons tot technologie die steeds meer van ons leven bepaalt? Hoe gaan we om met een planeet die onder druk staat? Het zijn vragen, zonder eenvoudige antwoorden. En misschien hoeven we die antwoorden ook niet te hebben.

Als we naar Jesaja luisteren, horen we een beeld dat opvallend actueel is: mensen die zoeken naar water, en het maar niet vinden. Dat beeld kunnen we op meerdere niveaus begrijpen. Natuurlijk is er de letterlijke betekenis: er zijn gebieden waar de droogte levensbedreigend is. En de klimaatverandering maakt dat probleem steeds urgenter.
Maar, ook figuurlijk herkennen we die dorst. Er is een dorst naar rust in een wereld die nooit stil lijkt te staan. Mensen checken voortdurend hun telefoon, alsof ze bang zijn iets te missen, en tegelijk blijft er een gevoel van leegte. Er is een dorst naar verbinding. Ondanks alle manieren om contact te hebben, voelen velen zich alleen. Er is een dorst naar betekenis. Waar doe ik het voor? Wat maakt mijn leven waardevol? Sommigen zitten ’s avonds uitgeput op de bank en scrollen of zappen, op zoek naar iets – maar zonder precies te weten wat ze zoeken.

In dat licht heeft bijvoorbeeld het onderwijs een bijzondere functie. Scholen zijn plekken waar jonge mensen leren kijken naar de wereld, waar zij woorden krijgen voor wat zij ervaren. Maar juist dáár wordt die spanning ook voelbaar. Leerlingen groeien op in een wereld vol informatie, maar niet altijd met houvast. Ze leren feiten, vaardigheden, toetsen – maar tegelijk hebben ze vragen die niet in een lesprogramma passen: Wie ben ik? Waar hoor ik bij? Wat heeft zin?
Docenten staan vaak midden in die spanning. Ze willen meer doen dan kennis overdragen; ze willen begeleiden, vormen, richting geven. Maar de druk van systemen, doelen, prestaties en verwachtingen maakt dat niet altijd eenvoudig.
En tóch gebeurt het daar, soms onverwacht: een docent die écht luistert naar een leerling. Een klas waarin een gesprek ontstaat dat verder gaat dan de stof. Een moment waarop iemand zich gezien voelt. Dat zijn momenten waarop, midden in de ‘woestijn’  – van prestatiedruk en onzekerheid –  iets van water zichtbaar wordt. Niet groots, maar wel wezenlijk.

Vergelijkbare elementen zien we ook in de zorg. Ziekenhuizen, verpleeghuizen, thuiszorg – het zijn plekken waar het leven zich vaak in zijn meest kwetsbare vorm laat zien. Daar waar gezondheid niet vanzelfsprekend is, waar mensen afhankelijk worden van anderen, waar grenzen zichtbaar worden. Ook daar is die ervaring van dorst. Dorst naar herstel, naar verlichting van pijn, naar menselijke nabijheid. Niet alles kan opgelost worden. Niet alles kan genezen worden. En dat maakt de zorg tot een plek waar de spanning van ons bestaan scherp naar voren komt.
Voor zorgverleners is dat de dagelijkse werkelijkheid. Zij bewegen zich tussen hoop en realiteit. Ze willen helpen, verlichten, genezen – en tegelijk weten ze dat hun mogelijkheden begrensd zijn. Dat niet elke patiënt beter wordt. Dat niet elk verhaal een goed einde kent.
En toch gebeurt er ook dáár iets wezenlijks. In een verpleegkundige die even gaat zitten bij iemand die angstig is. In een arts die niet alleen naar de ziekte kijkt, maar ook naar de mens. In een verzorger die iemand helpt eten, met aandacht en geduld. Het zijn kleine momenten, maar ze hebben vaak een grote impact. Momenten waarin iemand zich gezien weet, niet alleen als patiënt, maar als mens.

Juist in die kwetsbare omgeving kan dus zichtbaar worden wat Jesaja bedoelt: dat er water kan zijn in de woestijn. Niet als een spectaculaire omkering, maar als een stille aanwezigheid. Als zorg die blijft, ook wanneer genezing niet meer mogelijk is. Misschien is dat een van de diepste vormen van “weer zien”: dat, midden in ziekte en beperking, iets oplicht van menselijkheid, van verbondenheid, van betekenis. Niet omdat de situatie verandert, maar omdat er iemand is die blijft. Die aandacht geeft. Die nabij is. En juist daarin kan iets zichtbaar worden van de kracht die ons draagt, van God.

“Ik zal de woestijn maken tot een waterplas,” zegt Jesaja. Dat is geen beschrijving van hoe het is, maar een visioen van hoe het kan worden. Een vertrouwen dat er, zelfs waar het droog is, bronnen kunnen ontstaan. Soms kunnen we dat zien en ervaren: in mensen die opnieuw beginnen, in contact dat hersteld wordt, in gemeenschappen die samenwerken, in kleine gebaren van aandacht en zorg. Maar we moeten ook eerlijk zijn: die verandering gaat niet zonder moeite. Jezus spreekt over een vrouw die baart. Dat is een intens beeld. Het betekent dat nieuw leven niet komt zonder pijn.

We herkennen dat wel in ons eigen leven. In afscheid dat nodig is om verder te kunnen. In keuzes die onzekerheid met zich meebrengen. In situaties waarin we los moeten laten wat ons vertrouwd was. En juist dáár, in die kwetsbaarheid, die woestijn, kan iets nieuws ontstaan.

“Jullie zullen mij weer zien,” zegt Jezus. Misschien betekent dit dat niet dat alles wordt zoals het was. Misschien betekent het dat wij anders leren kijken. Dat we, na een periode van verwarring, ineens iets herkennen. Dat we in kleine momenten ervaren dat er tóch betekenis is. Een gesprek dat je raakt. Een stilte die juist niét leeg voelt. Een onverwacht gebaar van verbondenheid. Langzaam, bijna ongemerkt, kan er dan iets verschuiven. Niet omdat alle vragen verdwenen zijn,  maar omdat we anders leren ómgaan met die vragen.

Misschien ontdekken we dat betekenis niet alleen ligt in grote antwoorden, maar juist in kleine ervaringen. In het alledaagse. Een kopje koffie of thee delen. Een moment van echte aandacht. Een blik die zegt: ik zie je. Het zijn eenvoudige dingen, maar ze kunnen voelen als een oase, als ‘water in de woestijn’.

En zo worden ook de woorden van Jezus begrijpelijker: “Vraag en jullie zullen ontvangen.” Niet als een garantie dat alles wordt zoals wij het willen, maar als een uitnodiging om open te blijven. Om te blijven zoeken, te blijven vragen, te blijven luisteren. Want in die openheid kan iets ontstaan wat we niet hadden voorzien. En misschien is dat ook wat Jesaja bedoelt wanneer hij zegt dat mensen zullen zien en erkennen en begrijpen. Niet in één keer, niet volledig – maar gaandeweg, in een proces – soms van jaren – van aandacht en ervaring.

Kierkegaard leerde ons dat we het leven pas achteraf begrijpen. Ricoeur zei dat ons verhaal altijd groter is dan wat wij er zelf van kunnen maken. Jezus sprak over niet-zien en weer zien en Jesaja over dorst en water.
Samen wijzen zij ons een weg. Niet een weg van zekerheid, maar van vertrouwen. Niet een weg zonder vragen, maar een weg waarop vragen mogen blijven.
Misschien is geloof dan dit: Dat we voorwaarts leven, ook als we niet alles kunnen begrijpen. Dat we de dorst erkennen, maar tegelijk blijven zoeken naar water. Dat we open blijven voor momenten waarop we ineens weer zien. En dat we, midden in het gewone leven van alledag, soms iets mogen ervaren van een diepe stroom van liefde.
Dan zijn ons hart en onze ziel vervuld met de Geest van God.

Wil je een reactie geven? Stuur een mailtje !

===========================================
De eerstvolgende Nederlandstalige preek wordt geplaatst op de eerstvolgende dag waarop ik een dienst heb om circa 15.00 uur.