
Hier staat mijn laatstgehouden ( nederlandstalige) preek die wordt ververst op de zondag (ca. 13.00 uur) waarop de volgende preek wordt gehouden.
Zie hiernaast onder Pagina’s voor de gebruikte orde van dienst
Onder Pagina’s vind je ook mijn laatste Stellingwerver of Friese preek.
Wil je een reactie geven? Stuur een mailtje

Oldelamer, 22-3-2026
Johannes 11
Er zijn twee dingen in het leven waar geen mens omheen kan. Het ene is dat wij leven. En het andere is dat wij ooit een keer zullen sterven. Alleen: dat laatste, daar denken we liever niet te vaak over na. . . .
En toch zijn er momenten waarop het leven ons dwingt om er wel over na te denken. Wie het nieuws volgt, kan er bijna niet omheen: wij leven in een tijd waarin dood en leven voortdurend naast elkaar staan. We zien het in het wereldnieuws: oorlogen die maar doorgaan, conflicten die op scherp worden gezet, mensen die hun huizen verliezen, kinderen die opgroeien in angst. We horen berichten over natuurrampen, geweld en hongersnood. Soms lijkt het alsof de dood overal op de loer ligt.
Maar ook dichter bij huis merken we hoe kwetsbaar het leven is. Een onverwachte ziekte, een ongeluk, een bericht dat je hele bestaan ineens helemaal overhoop haalt.
En we kennen ook het stille verdriet van een lege stoel in huis, omdat iemand die ons lief was er niet meer is.
Tegelijkertijd gebeurt er iets merkwaardigs in onze samenleving. Aan de ene kant worden we dagelijks geconfronteerd met allerlei berichten over dood en lijden. Maar aan de andere kant proberen we die dood zoveel mogelijk uit ons leven weg te houden. We spreken er liever niet over. We organiseren ons leven zó dat het vooral om gezondheid, succes en vooruitgang draait.
Maar vroeg of laat kunnen we toch niet om de vraag heen: wat is leven eigenlijk? Is leven alleen maar dat ons hart klopt en dat we ademen? Of is er meer nodig om te kunnen zeggen dat we (echt) leven? Want er zijn ook andere vormen van dood: Niet alleen het sterven van het lichaam, maar ook de doodsheid die mensen soms ervaren midden ín het leven: wanneer hoop verdwijnt; wanneer relaties op de klippen lopen; wanneer een mens zich alleen voelt of wanneer de wereld zo hard lijkt dat liefde nauwelijks nog ruimte krijgt.
Misschien herkennen we dat ook wel in onze samenleving. Mensen spreken soms over een harde wereld, een verdeelde samenleving, een maatschappij waarin ieder vooral voor zichzelf moet zorgen.
En juist in zo’n wereld klinkt het evangelie van vandaag. Het is een verhaal dat begint met ziekte en dood — met verdriet dat we allemaal herkennen. Maar het is óók een verhaal waarin een stem klinkt die sterker blijkt te zijn dan de dood. Een stem die zegt: “Mens, kom naar buiten.” Daarover willen we vanmorgen nadenken.
Eerst maar even iets over wat voor velen een kernvraag is: Opstaan uit de dood — kan dat eigenlijk wel? …..
Veel mensen hebben hun geloof verloren omdat zij de ervaring hebben dat je de dingen uit de Bijbel alleen maar letterlijk mag nemen, terwijl zij dat niet kunnen. Zij vragen zich af wat voor hún de waarde van de Bijbelse verhalen is als die alleen op een letterlijke manier gelezen mogen worden.
Het is jammer dat veel van deze mensen de kerk — en soms zelfs ook het geloof — voorgoed vaarwel hebben gezegd, omdat ze geen ruimte kregen voor hun eigen manier van geloven.
Maar het is óók jammer dat er mensen zijn die juist moeite hebben met de kerk omdat er voor het letterlijk nemen van Bijbelteksten vaak nauwelijks meer ruimte lijkt te zijn. Die mensen hebben de neiging hun kerk in te ruilen voor een andere kerk waar sprake is van een duidelijk leergezag: zó hoor je te geloven en álle verhalen moeten letterlijk worden opgevat.
Deze ontwikkeling — het uitspelen van visies en manieren van geloven — is te betreuren. Want wanneer we hierover heftig gaan discussiëren of er zelfs strijdpunten van maken, dan verliezen we gemakkelijk de rijkdom van de Bijbelse verhalen uit het oog. En erger nog: we dreigen dan ook elkaar kwijt te raken.
Het doet me denken aan de oproep van de Stichting Ideële Reclame. Die heeft de laatste tijd tv-spot “Verlies elkaar niet als polarisatie dichtbij komt.” In plaats van elkaar te verketteren vanwege een afwijkende mening, zouden we elkaar moeten respecteren in elkaars opvattingen en ons laten inspireren door de rijkdom van de Bijbel. Veel Bijbelverhalen hebben namelijk meerdere betekenislagen. In de rabbijnse traditie probeert men die zoveel mogelijk naast elkaar te laten bestaan. Misschien zouden wij elkaar binnen de kerk ook meer die ruimte moeten gunnen.
Neem bijvoorbeeld het verhaal van vandaag: het eerste deel van het verhaal over de opwekking van Lazarus.
Een opwekking uit de dood — dat ligt buiten onze dagelijkse werkelijkheid. In die zin heeft het verhaal trekken van een wonderverhaal. Maar tegelijk is de situatie waarin het verhaal zich afspeelt heel herkenbaar en alledaags.
Marta en Maria laten via een boodschapper aan Jezus weten dat zijn vriend Lazarus ziek is, doodziek zelfs. Dat is een heel gewone situatie. Ziekte hoort nu eenmaal bij het leven. Maar, zoals zo vaak in het leven, het wordt ingewikkelder. Want die o zo gewone situatie krijgt een heel andere lading als Jezus zegt dat Lazarus gestorven is.
De dood hoort onvermijdelijk bij het leven, en toch kunnen wij dat soms maar moeilijk accepteren. Marta en Maria reageren dan ook op een manier die wij heel goed herkennen: “Had ik maar dit of dat…” en “Was U maar hier geweest…” Het is alsof we onszelf horen spreken. Ook wij maken onszelf soms verwijten of verwijten anderen iets. Hadden we maar eerder gewaarschuwd. Was hij maar later vertrokken. Had zij maar…
En al snel dringen zich dan de vragen op: “Waarom, o God? Waarom ik? Waarom nu?”
Toch dreigen we bij dit alles te vergeten dat de dood — hoe vreselijk ook — onvermijdelijk eens een einde zal maken aan het leven van ieder mens. Ook mensen die nooit roken, zullen eens sterven. Ook mensen die gezond leven, zullen we eens moeten loslaten. Zelfs mensen die na gebedsgenezing herstellen, blijken niet het eeuwige leven te hebben.
Wij proberen de dood zo ver mogelijk van ons af te schuiven en ziekte en sterven uit ons dagelijks leven te verdringen. Dat is begrijpelijk. In een oud gezang klonk immers al “Wie kiest, o verdwaasde, voor het leven de dood? “ Het is zelfs een goed teken dat we dat niét doen — het betekent dat we het leven liefhebben. Daarom kunnen we ’s morgens na het wakker worden zingen met de woorden uit Klaagliederen: “Wij zijn nog in leven. De Heer bewijst zijn liefde; zijn ontferming kent geen einde.”
In dat Bijbelboek staan wanhoop en hoop dicht naast elkaar. Want ook daar klinkt: “de Heer verwerpt niet voor eeuwig; als Hij leed berokkent, ontfermt Hij zich ook.”
Maar ondanks die belofte blijft het een harde werkelijkheid dat ons eens de bittere dood wacht. Daarom kan het geen kwaad om de realiteit van onze eigen sterfelijkheid onder ogen te zien en er niet te geheimzinnig over te doen. Het is altijd een heel bijzondere ervaring wanneer je met iemand open over de dood kunt spreken. De mooiste afscheidsrituelen waarbij ik betrokken ben geweest, waren die waarin vooraf nog gesprekken mogelijk waren over het leven — en over het naderende einde van dat leven: de dood.
Dat zijn kostbare gesprekken, omdat het dan ergens echt over gaat en mensen nader tot elkaar kunnen komen. Ik zou bijna zeggen: partners moeten het elkaar gunnen — en ouders hun kinderen — om samen over de dood te spreken. Het haalt vaak spanning weg, zowel voor degene die achterblijft als voor degene die moet loslaten.
Het staat me nog helder voor ogen dat mijn jongste dochter, toen ze een jaar of twintig was, plotseling aan mijn moeder vroeg: “Oma, bent u eigenlijk bang voor de dood?” Mijn moeder antwoordde heel rustig dat ze een mooi leven had gehad en nergens bang voor was. Voor ons alle drie was het daaropvolgende gesprek een kostbaar moment, een pareltje, waarin het taboe rond de dood werd doorbroken.
Wanneer de Bijbel over de dood spreekt, gaat het echter niet alléén over het fysieke sterven. ‘Dood’ betekent in de Bijbel vaak ook: niet leven uit Gods Geest — afgesloten zijn van God, je bestemming missen.
In die zin is er veel doodsheid in de wereld om ons heen. We zien het bij mensen die leven ten koste van anderen. Bij onverschilligheid tegenover de naaste, het milieu of tegenover God. Bij mensen die alleen nog het halflege glas zien. Bij eenzaamheid, werkloosheid, armoede en bij onrecht dat mensen hun eigenwaarde ontneemt. Denk aan toeslagenouders of aan inwoners van het Gronings gasgebied. Allemaal vormen van doodsheid.
Veel mensen zeggen tegenwoordig: onze maatschappij is verziekt. Die hopeloosheid klinkt ook door in het evangelie van Johannes. Denk aan een bruiloft zonder wijn, een lamme die al jaren wacht, vijf broden voor een enorme menigte, of een blindgeborene. Steeds weer lijken het uitzichtloze situaties — en tóch brengt Jezus daar elke keer een vorm van nieuw leven.
Zo spreekt ook ons verhaal van vanmorgen niet alleen over ziekte en dood, maar ook over redding. Jezus zegt dat deze gebeurtenis de leerlingen tot geloof zal brengen. Geloven betekent: in Christus al nieuwe mensen zijn. De eigenlijke dood ligt dan achter ons, en het ware leven ligt vóór ons.
Onze opstanding is volgens Jezus niet alleen iets van de toekomst of van na ons sterfbed. Nee, zij begint wanneer wij nú Gods stem horen en ernaar leven. Opstaan betekent: je verzetten tegen een doods bestaan. Tegen een leven waaruit de liefde verdwenen is. Tegen een wereld waarin Gods bedoelingen niet tot hun recht komen. Zoals Jezus later Lazarus uit zijn graf zal roepen, zo roept hij ook ons hier en nu: “Mens, kom naar buiten!”
Ook wij kunnen kiezen voor het leven. Want er zijn vele vormen van dood: geweld, honger, onderdrukking, maar ook een leeg bestaan waarin geld, status of eigenbelang ons gevangen houden.
Deels zijn dat gevolgen van keuzes die wij zelf maken. We willen meer dan onze buren. We willen vooruitkomen. We komen gemakkelijk op voor onszelf — ook als dat ten koste gaat van anderen. Maar mét dat alles roepen we soms een leeg en doods bestaan over onszelf af.
Heeft Jezus ons niet laten zien wat het ware leven is? Hij kiest ervoor om anderen te laten leven — zelfs ten koste van zichzelf. Daarmee leven we al toe naar Goede Vrijdag. Jezus weet wat hem te wachten staat, en toch kiest hij voor de weg van de liefde.
Juist in zijn leven, zijn daden, zijn gelijkenissen en genezingen heeft Jezus ons laten zien wat Gods bedoeling met deze wereld is. Het evangelie is rijker dan alleen geboorte en sterven; het laat zien hoe écht leven, tussen geboorte en dood, eruitziet.
De dood lijkt vaak sterker dan het leven. Maar leggen wij ons daarbij neer? Of gaan wij op zoek naar het wonder — óók in ons eigen leven? Laten wij ons door God uit onze doodsheid halen, zoals Lazarus door Jezus wordt geroepen?
Ik sluit af met het gedicht De gestorvene van Ida Gerhardt
Zwijgend staan wij rondom het bed
waarin gij niet meer zijt.
Het licht is anders dan voorheen,
het huis een vreemde tijd.
Maar in het zwijgen groeit een woord
dat niemand spreken kan:
dat Gij, o God, niet loslaat wat
uw hand eenmaal begon.
Zoals we in Klaagliederen lazen: Want de Heer verwerpt niet voor eeuwig. Als Hij leed berokkent, ontfermt Hij zich ook, zo groot is zijn liefde.
Wil je een reactie geven? Stuur een mailtje !
===========================================
De eerstvolgende Nederlandstalige preek wordt geplaatst op de eerstvolgende dag waarop ik een dienst heb om circa 15.00 uur.