Preek van de week

Ned-vlag

Hier staat mijn laatstgehouden ( nederlandstalige) preek die wordt ververst op de zondag (ca. 13.00 uur) waarop de volgende preek wordt gehouden.
Zie hiernaast onder Pagina’s voor de gebruikte orde van dienst
Onder Pagina’s vind je ook mijn laatste Stellingwerver of Friese preek.
Wil je een reactie geven? Stuur een mailtje

Steggerda, 25-1-2026
Matteus 4: 12-22

We leven in een tijd waarin veel mensen het gevoel hebben dat de wereld onder hun voeten beweegt, dat alles onzeker is. Wat gisteren nog vanzelfsprekend leek, staat vandaag ter discussie.
In ons eigen land is sprake van toenemende polarisatie, van het afbrokkelen van vertrouwen in instituties, zoals de politiek, en bijvoorbeeld over de vraag wie er wel en niet bij hoort in dit land. Er zijn discussies over migratie, over bestaanszekerheid, over de druk op de zorg en het onderwijs.
En ook buiten ons eigen kleine landje zien we een wereld die nauwelijks tot rust komt: machtsverhoudingen op wereldniveau die sterk veranderen; wereldleiders die menen dat ze een spelletje Stratego aan het spelen zijn; oorlogen die zich voortslepen, nieuwe dreigingen die zich aandienen, klimaatveranderingen die steeds minder abstract zijn en juist steeds vaker voelbaar worden in ons dagelijks leven.

Tegelijkertijd is er een versnelling gaande die ons leven diepgaand verandert. Technologische ontwikkelingen — kunstmatige intelligentie, digitalisering, permanente bereikbaarheid — ze maken ons leven weliswaar efficiënter, maar ze roepen ook vragen op over menselijkheid, nabijheid en betekenis. Veel mensen ervaren een vorm van vermoeidheid: niet zozeer lichamelijk, maar existentieel: Waar doe ik het eigenlijk voor? Wat vraagt deze tijd van mij? En ook: hoe blijf ik mens in een wereld die steeds complexer wordt?

Het zijn geen nieuwe vragen. Ze zijn zo oud als de mensheid zelf. Maar ze klinken vandaag met een bijzondere urgentie. En juist daarom is het opvallend hoe actueel een oud verhaal kan zijn — een verhaal dat zich afspeelt aan de rand van de samenleving, aan het water, ver weg van de centra van macht en religieuze zekerheid.

In het gelezen gedeelte uit Matteus horen we hoe Jezus, na de arrestatie van Johannes de Doper, zich terugtrekt naar Galilea. Niet naar Jeruzalem, niet naar de tempel, niet naar de plekken waar religieuze autoriteit geconcentreerd is. Nee, hij gaat naar een grensgebied, een cultureel en geografisch grensgebied. Galilea was in die tijd geen centrum, maar een regio waar verschillende invloeden samenkwamen, waar mensen leefden die vaak niet volledig meetelden in de officiële verhalen. Een plek van vermenging, onzekerheid en dagelijkse arbeid.

Dat is geen toevallige achtergrond. Het is precies dáár, aan het Meer van Galilea, dat Jezus begint met wat wordt genoemd ‘zijn openbare optreden’. Alsof hij wil zeggen: hier, in dit gewone leven, tussen mensen die werken, zorgen, hopen en ploeteren — hiér begint het.

Jezus hoort dat Johannes gevangen is genomen. Dat detail is belangrijk. De wereld waarin dit verhaal begint, is dus geen vredige wereld. Het is een wereld waarin profetische stemmen worden gesmoord, waarin machthebbers hun positie veiligstellen, waarin waarheid gevaarlijk kan zijn. Er lijkt sindsdien niets veranderd. En juist in dié context klinkt Jezus’ eerste boodschap: “Kom tot inkeer, want het koninkrijk van de hemel is nabij.”

Dat koninkrijk is geen politieke staat, geen nieuw regime. Het is een manier van leven, een andere manier van kijken. Een wereld van nabijheid, gerechtigheid en medemenselijkheid En dié wereld begint niet met grote manifesten of machtsvertoon, maar met een eenvoudige ontmoeting aan het water.

Jezus loopt langs het meer en ziet twee broers: Simon, die later Petrus zal worden genoemd, en Andreas. Ze zijn bezig met hun netten. Dat is hun léven, hun werk, hun zekerheid, hun dagelijkse ritme. Ze doen niets bijzonders, niets heldhaftigs. Ze doen wat ze elke dag doen. En precies daar, midden in dat gewone leven, klinkt die ene zin: “Kom, volg Mij, en Ik zal jullie vissers van mensen maken.” Een korte zin, maar hij zit wel vol spanning. Want wat betekent het om te volgen? Wat vraagt dat? En wie en wat laat je dan achter?

De tekst zegt dat zij onmiddellijk hun netten achterlaten en Hem volgen. Dat klinkt radicaal, bijna onrealistisch. Alsof ze zonder twijfel of aarzeling alles loslaten…..Maar misschien moeten we dat niet te romantisch lezen. Misschien gaat het hier minder om het letterlijk achterlaten van spullen, en meer om het innerlijk loslaten van een vanzelfsprekende koers. Volgen hoeft geen sprong in het duister te zijn, het kan ook een eerste, voorzichtige stap zijn, een stap misschien wel vol twijfels.
Netten zijn meer dan werktuigen. Ze staan voor zekerheid, voor patronen, voor datgene waar je op terugvalt. Netten zijn ook datgene wat je vasthoudt — soms zelfs als ze je beginnen te belemmeren. En wie eerlijk kijkt naar zijn eigen leven, herkent dat wel.
We hebben allemaal van die symbolische netten: bijvoorbeeld overtuigingen die ons ooit hielpen maar nu knellen, angsten die ons veiligheid boden maar ons nu klein houden, routines die comfort geven maar ons afhouden van groei. Soms zijn het ook beelden van onszelf: wie we denken te móéten zijn, terwijl het leven ons misschien uitnodigt om juist anders te worden.

De uitnodiging van Jezus is geen veroordeling van dát leven. Hij zegt niet: wat jullie doen is verkeerd. Eigenlijk zegt hij: er is meer! Er is een diepere betrokkenheid mogelijk. Een andere manier van leven waarin je niet zozeer bezig bent met overleven, maar met verbinden.

“Vissers van mensen” — het is een beeld dat soms ongemakkelijk voelt. Alsof mensen gevangen moeten worden. Maar als we het beeld serieus nemen, zien we iets anders. …….Vissen vraagt geduld. Aandacht. Kennis van stromingen. Je kunt niet dwingen. Je kunt alleen aanwezig zijn, je net uitwerpen, en dan maar wachten. En soms moet je loslaten wat je gevangen hebt, omdat het niet kan blijven.
Misschien gaat het hier niet over mensen binnenhalen, maar over mensen ontmoeten. Over ruimte scheppen waarin mensen tot hun recht kunnen komen. Over het besef dat we niet los van elkaar leven, maar in een netwerk van relaties waarin ieders welzijn verbonden is met dat van de ander.

Even verderop ziet Jezus nog twee broers, Jakobus en Johannes. Ze zitten in een boot bij hun vader, Zebedeüs, en zijn bezig hun netten te herstellen. Ook zij worden geroepen. En ook zij laten iets achter: niet alleen hun werk, maar ook hun vader. Dat detail snijdt diep. Want het wijst op de spanning tussen loyaliteit en roeping, tussen familiebanden en persoonlijke verantwoordelijkheid.
Ook vandaag kennen we die spanning. Hoe vaak worden mensen niet heen en weer getrokken tussen verwachtingen van anderen en wat ze diep vanbinnen voelen dat van hen gevraagd wordt? Tussen enerzijds zorg voor wie dichtbij is en anderzijds betrokkenheid bij wat groter is dan henzelf?
Het volgen van een innerlijke roeping betekent niet dat relaties onbelangrijk worden, maar wél dat ze opnieuw worden gewogen in het licht van wat levengevend is — voor jezelf én voor anderen.

Wat opvalt, is dat Jezus geen elite selecteert. Hij roept geen theologen of schriftgeleerden; geen mensen met status. Hij roept gewone mensen, midden in hun werk. Alsof hij wil laten zien dat verandering niet begint bij perfectie, maar bij beschikbaarheid. Het begint niet bij weten, maar bij bereidheid. Niet bij zekerheid, maar bij vertrouwen dat je gaandeweg zult leren wat nodig is.
Dat is misschien een van de meest hoopvolle boodschappen van dit verhaal. In een tijd waarin we het gevoel kunnen hebben dat de problemen van de wereld te groot zijn, dat onze bijdrage te klein is, dat we niet deskundig genoeg zijn — zegt dit verhaal: let op, het begint met jou, precies waar jij nu bent. Mét jouw vragen en jouw twijfels, maar ook met jouw mogelijkheden.
Volgen betekent hier niet: alles weten, alles kunnen, alles begrijpen. Volgen betekent: je laten aanspreken. Je laten raken.  En stap voor stap meegaan op een weg die zich pas gaandeweg ontvouwt. Misschien is volgen wel minder een beslissing voor eens en altijd, maar meer een dagelijkse oefening: telkens opnieuw kiezen voor aandacht, voor medemenselijkheid, voor hoop, ook als het gemakkelijker zou zijn om je af te sluiten.

Als we dit verhaal lezen tegen de achtergrond van onze eigen tijd, krijgt het extra scherpte. Ook wij leven in een wereld waarin oude zekerheden ankelen. Ook wij staan aan oevers van verandering. De vraag is niet óf er iets van ons gevraagd wordt, maar wát. En misschien ook: wat zijn wij bereid los te laten om ruimte te maken voor wat komen wil?
Misschien wordt er van ons gevraagd om anders te kijken, bijvoorbeeld naar mensen die anders zijn dan wij. Om niet meteen te oordelen, maar te luisteren.
Misschien wordt er van ons gevraagd om onze stem te gebruiken waar onrecht genormaliseerd raakt.
Of om juist stilte te durven laten vallen waar het gesprek verhardt en woorden hun betekenis verliezen.
Misschien wordt er van ons gevraagd om verantwoordelijkheid te nemen voor de aarde, niet uit schuldgevoel, maar uit verbondenheid.
Of om zorg te dragen voor gemeenschappen die onder druk staan — in buurten, scholen, kerken, gezinnen.
Ook kerk-zijn kan hier een oefenplaats zijn: niet als bolwerk van gelijkgezinden, maar als open ruimte waar vragen mogen klinken en waar mensen elkaar dragen.
Dat zijn geen spectaculaire daden. Ze vragen geen heldendom. Ze vragen aandacht, moed en volharding. En misschien is dat wel precies wat “volgen” vandaag betekent: niet wegvluchten uit deze wereld, maar dieper aanwezig zijn. Niet alles oplossen, maar beschikbaar zijn. Niet groter denken over jezelf,  maar groter denken over wat mogelijk is tussen mensen.

Het koninkrijk waar Jezus over spreekt, is geen verre toekomst. Het is nabij, zegt hij. Het komt dichterbij waar mensen zich laten aanspreken door wat groter is dan hun eigen belang. Waar mensen bereid zijn hun netten te herzien. Waar gemeenschap ontstaat in plaats van verdeeldheid. Waar hoop het wint van frustratie.
Dat koninkrijk is kwetsbaar. Het groeit niet door macht, maar door vertrouwen. Niet door dwang, maar door uitnodiging. En het vraagt steeds opnieuw om mensen die willen meebewegen, ook als de uitkomst nog niet vastligt.

Als deze overdenking iets mag zijn, dan géén oproep tot grootse daden, maar een uitnodiging tot aandachtig leven. Tot luisteren naar de stemmen aan de rand. Tot het herkennen van de momenten waarop het leven ons aanspreekt en vraagt: wil jij meegaan? Misschien niet met zekerheid. Misschien zelfs met twijfel. Maar wel met open handen.

In dit kader herhaal ik nog maar eens het gedicht dat ik hier drie jaar geleden ook heb gebruikt; omdat het zo goed past.

Mensen gevraagd

Mensen gevraagd om de vrede te leren
waar geweld door de eeuwen heen model heeft gestaan.

Mensen gevraagd die de wegen markeren
waarop alles wat leven heeft verder kan gaan.

Mensen gevraagd om de noodklok te luiden
en om tegen de waanzin de straat op te gaan.

Mensen gevraagd om de tekens te duiden
die alleen nog moedwillig zijn mis te verstaan.

Mensen gevraagd om hun nek uit te steken
voor een andere tijd en een nieuwe moraal.

Mensen om ijzer met handen te breken
ook al lijkt het ondoenlijk en paradoxaal.

Mensen gevraagd om hun stem te verheffen
verontrust door een wapen dat niemand ontziet.

Mensen die helder de waarheid beseffen
dat wie mikt op een ander zichzelf ook beschiet.

Mensen gevraagd die in naam van de vrede voor behoud van de aarde
en al wat daar leeft – wapens het liefst tot een ploeg willen smeden
voor de oogst die aan allen weer overvloed geeft.

Mensen gevraagd. Er worden mensen gevraagd. Dringend mensen gevraagd. Mensen te midden van mensen gevraagd.

Soms begint alles met een eenvoudige zin, uitgesproken aan het water, in een wereld die niet af is; drie woordjes maar: “Kom, volg Mij.”

Wil je een reactie geven? Stuur een mailtje !

===========================================
De eerstvolgende Nederlandstalige preek wordt geplaatst op de eerstvolgende dag waarop ik een dienst heb om circa 15.00 uur.