Preek van de voorlaatste keer

Ned-vlag

Hier staat de voorlaatste nederlandstalige preek die ik gehouden heb. Soms staat de laatste preek (Preek van deze week) er erg kort op en hebben mensen geen gelegenheid gehad om hem te lezen. Nu gaat er dus minimaal nog een preek ‘overheen’ voordat deze wordt verwijderd.
Wil je een reactie geven? Stuur een mailtje !

===========================================

Veenhuizen, 27 november 2022

Lucas 1: 5-25

‘Je eigen levensverhaal’. Onder die titel hebben mijn vrouw en ik enkele seizoenen lang, binnen de kerk in Oosterwolde, een programma verzorgd voor gemeenteleden. Je eigen levensverhaal. Dat begon met enkele avonden waarop men nadacht en praatte over de eigen achtergrond, de eigen geschiedenis en ontwikkeling. Want je bent immers onderdeel van een gezin, een familie, opgegroeid in een zeker milieu en in een bepaalde omgeving. Het maakt nogal wat uit of je geboren wordt en opgroeit in een directeursgezin in Wassenaar, of in een arbeidersgezin ergens in de veengebieden. Je wordt gevormd door je omgeving.
Dat wil niét per sé zeggen dat je uiteindelijk niet dezelfde kansen hebt, maar de weg die je moet gaan is dan wel een heel andere. Ook ligt er bij de geboorte in onszelf al veel meer vast dan sommige mensen willen aannemen. Momenteel werk ik aan een boek over mijn voorouders en herken ik in mijzelf eigenschappen die mijn voorouders ook hadden. We dragen het leven van onze voorouders deels in onze genen mee.

Toen ik bij de voorbereiding op een opdracht voor één van die avonden, nadacht over een mooie, vroege, herinnering van mezelf, toen kwam het volgende bij mij naar boven. Mijn vader huurde op de Drents-Friese grens ongeveer 1,5 hectare land; hij had aardappels gerooid en ik mocht als kind van 5 of 6 jaar mee. De aardappels lagen in grote bulten aan de zijkant van het bouwland en werden door ons afgedekt tegen de regen. Toen we tussen de middag samen op het land zouden eten, maakte mijn vader een vuurtje van verdord aardappelloof en staken we aardappels aan een stok en hielden die boven het vuur. De op díé manier gegaarde aardappels aten we lekker op. Ik herinner me nóg – als de dag van gisteren – hoe ik van dát moment heb genoten. Niks eten met mes en vork; niet keurig op de stoel zitten, nee, lekker half op de grond liggen en de aardappels van de stok eten. In mijn herinnering hebben mijn vader en ik gedurende die maaltijd nauwelijks met elkaar gesproken. En ook de verdere middag was ik weinig spraakzaam, zó was ik aan het genieten én nagenieten van dat heerlijke moment. Een moment, met mijn vader, dat ik nooit meer zal vergeten.

Toen ik voor mijn werk  in een workshop over communicatie ook eens een mooie vroegere herinnering moest beschrijven, toen greep ik natuurlijk terug op dit verhaal, maar zei ik toen slechts: “Mijn mooiste herinnering? Dat is dat ik met mijn vader op het land een aardappel ging eten vanaf een stok.” Dat was mijn hele verhaal toen. Als commentaar kreeg ik van de docent natuurlijk te horen dat het waarschijnlijk een mooie herinnering was geweest, maar dat ik ook het verhaal er omhéén er bij moest vertellen: Hoe oud was je, wanneer gebeurde het, waar was dat land? enzovoort. Niet plompverloren de kern vertellen, maar het verhaal inleiden dus.

Als zo’n inleiding functioneert ook het gelezen gedeelte uit Lucas. De evangelisten Matteus en Marcus beginnen hun evangelie direct met het benoemen van de geboorte van Jezus, de Christus. Dát is immers de belangrijke boodschap die ze willen doorgeven. Zij hebben niets over Zacharias in hun evangelie opgenomen en beginnen dus plompverloren met dat geboorteverhaal. Lucas pakt het anders aan. Hij begint met het benoemen van plaats en tijd en namen. Hij plaatst Jezus daarmee in de context van zijn familie en omgeving. En dat maakt dat we er een beeld bij krijgen. Dat we voelen hoe de spanning in het verhaal wordt opgebouwd.
In vers vijf worden direct plaats en tijd en personen benoemd; ze zijn belangrijk voor het goed kunnen begrijpen van het verhaal: “Toen Herodes koning van Judea was, leefde er een priester die Zacharias heette en tot de priesterafdeling Abia behoorde. Zijn vrouw, Elisabeth, stamde af van Aäron.” Dat is erg veel informatie in één zin.
Als we de naam Herodes horen dan voelen we er al dreiging van uitgaan. En de combinatie met het gebied Judea belooft dan weinig goeds. Bijna zeshonderd jaar eerder immers was aan het koninkrijk Judea een einde gekomen door de Babylonische ballingschap. Zou Herodes opnieuw de joden wegvoeren uit het gebied? Zacharias betekent ‘de Heer gedenkt’ en Elisabeth: ‘gewijd aan God’. En ook wordt de priesterafdeling van Zacharias nog even genoemd en dat Elisabeth uiteindelijk van Aäron afstamt. Direct wordt ons in dit ene vers dus al heel veel duidelijk. Ook in dié jaren wist men al dat al die achtergronden veel betekenis hebben voor een kind dat geboren wordt en opgroeit net zoals wij dat betrokken bij de levensverhalen van gemeenteleden.

Maar . . .  de dreigende invloed van de naam Herodes wordt al snel naar de achtergrond gedrongen. Het verhaal gaat immers niet over deze gewelddadige heerser, nee, het belangrijkste in dit verhaal is:…. de terugkerende rust en stilte. Eerst de rust en de stilte in het leven van Zacharias en Elisabeth. Een rustig echtpaar: vroom en gelovig. Maar ook rust omdat er geen kinderen zijn. Het is stil in huis. Geen kinderen was voor Israëlieten bijna het ergste dat je kon gebeuren. In de bijbel is onvruchtbaarheid vaak symbool voor leven zonder toekomst. Het is dus stil in huis.
En in die stilte zullen Zacharias en Elisabeth hebben gebeden. Gebeden – wellicht om kinderen, maar naarmate ze ouder werden zullen dat gebeden geweest zijn om niet vernederd te worden. Want ons laatste vers geeft aan dat de mensen Elisabeth verachten. En, wie weet, misschien hebben ze ook wel gebeden om de Messias. Dat zal Zacharias, in de tempel, zéker gedaan hebben! Het was voor hem een bijzondere dag in meerdere opzichten. Zijn priesterafdeling heeft dit keer dienst in de tempel en het lot wijst Zacharias aan als dienstdoende priester voor die dag. Zoiets kon je maximaal één keer in je leven gebeuren. Zó bijzonder!

En daar – in het heiligdom van de tempel – daar is het opnieuw stil. De samengestroomde menigte staat buiten te bidden, maar Zacharias is binnen om het reukoffer aan de Heer op te dragen. Zal hij het mogen uitvoeren van die bijzondere taak hebben beschouwd als de grootste en mooiste gebeurtenis uit zijn hele leven? Is hij helemaal opgegaan in de blijdschap van en over dat moment? Hoe dan ook: hij schrikt enorm van de verschijning van een engel. Zijn rust en stilte en ingetogenheid worden wreed verstoord; en hij wordt door angst overvallen, zo staat er.

Maar, zoals engelen dat horen te zeggen, zegt Gabriël tegen Zacharias: “Wees niet bang”. Het zijn typische engelenwoorden. Wees niet bang. Het zijn de troostende woorden van ouders voor een kind als het ’s nachts wakker wordt en angstig is. Het zijn de bemoedigende woorden van iemand die een arm om je heen legt als je het moeilijk hebt. Het is dat kleine zinnetje dat je over een moeilijk punt heen kan helpen als je na het verlies van een dierbare,  de draad van het leven weer langzaam probeert op te pakken: Wees niet bang. ik ga die eerste keer wel met je mee naar de kerk. Wees niet bang, ik ga met je mee naar die verjaardag. Wees niet bang, kom oudejaarsavond maar bij ons uitzitten. Wees .. niet .. bang. Drie woorden, door mensen uitgesproken. Maar ze maken van die mensen engelen voor hun omgeving.
Zacharias hoort dat ook: Wees niet bang … voor de toekomst, je vrouw Elisabeth zal tóch een zoon krijgen. Hij zal Johannes heten. Johannes. Hoe kan het ook anders: dat betekent immers: God is genadig. Hij zal, zo hebben we gelezen, ouders verzoenen met hun kinderen, zondaars weer tot rechtvaardigheid brengen en zo het volk gereedmaken voor de Heer.

Van dát bericht, van die blijde boodschap, wordt Zacharias stil. Vaak wordt gedacht dat het een straf was voor zijn ongeloof. Immers, de engel zei: “Maar omdat je geen geloof hecht aan mijn woorden, zul je stom zijn en niet kunnen spreken.” Maar er staat niét bij dat het een straf is. Het overkómt Zacharias. Hij is stom-verbaasd over het bericht van de engel. Het wordt hem teveel. De overweldigende ervaring van het moment kan mensen inderdaad sprakeloos doen zijn, met stomheid geslagen. Niet als straf, maar na een erváring, soms ook na een weldadige ervaring. Zoals ik zelf stil was na het eten van die aardappelen op het land. Zoals mensen vaak stil de bioscoop of het theater verlaten na het zien van een indrukwekkende film of andere voorstelling. Zoals mensen in deze tijd van herrie, drukte en veel indrukken graag juist de stilte zoeken om op adem te komen. De stilte van de natuur, de stilte van een klooster, de stilte van het hart.
We kunnen – bij de stomheid van Zacharias in de tempel – ook denken aan psalm 65: “De stilte zingt u toe, o Here, in uw verheven oord” Stilte hier dus ook niet als straf, maar als eerbied voor God.

Zacharias is sprakeloos. En de mensen buiten maar wachten. “Het ritueel in de tempel duurt vandaag veel langer dan anders. Wat kan er toch aan de hand zijn?” En dan komt eindelijk Zacharias naar buiten. Maar alles is anders. Elisabeth mag dan onvruchtbaar heten, ook met Zacharias is het een en ander mis. In elk geval is hij sprakeloos. Er komt niets meer uit zijn mond: geen gebeden en zelfs geen zegen. Wat is dit eigenlijk voor een priester? Wat moeten we met een leider die met de mond vol tanden staat? Met allerlei gebaren maakt Zacharias de mensen duidelijk dat hij in de tempel een visioen heeft gezien. En vervolgens druipt hij af; naar huis. Een enerverende ervaring rijker.
En dan staat er droogjes: “Korte tijd later werd zijn vrouw Elisabeth zwanger.” Maar hoe is in de tussentijd de communicatie tussen die twee verlopen? Heeft Zacharias op een kleitablet geschreven dat ze zwanger zou worden? En hoe heeft Elisabeth daar dan op gereageerd? Of heeft Zacharias stil-zwijgend afgewacht  tot het moment dat Elisabeth zélf ontdekte dat ze zwanger was? En hoe zal Elisabeth überhaupt gereageerd hebben op de letterlijke stom-heid van haar man? Naast het gemis van kinderen, waardoor het al stil was in huis, moet ze nu ook de gesprekken met haar man missen. Naast de ellende van het onvruchtbaar zijn, waardoor ze door mensen toch al wordt veracht, wordt ze nu misschien ook nog nagewezen vanwege Zacharias. Het zal een vreemde periode zijn geweest in hun huwelijk.

Dan staat er: “Elisabeth trekt zich de eerste vijf maanden terug.” Maar dat is niet vanwege de schaamte van de onvruchtbaarheid, want ze weet nú dat ze zwanger is. Het is ook niet vanwege de gehandicapte Zacharias. Ook niet de angst om de zwangerschap bekend te maken. Zo van “Wie weet gaat het alsnog mis, zeker vanwege mijn hoge leeftijd.” Nee, dát zijn niét de redenen waarom Elisabeth zich afzondert. Die stilte zocht ze op want, zo staat er: “De Heer heeft zich mijn lot aangetrokken. Hij heeft dit voor mij gedaan opdat de mensen mij niet langer verachten.” Opnieuw dus het stil worden door een positieve ervaring. Genieten van het mooie moment. Stil genieten van de blijde verwachting waarin ze verkeert.

Niet de naam Herodes maakt hier diepe indruk in het verhaal en ook niet de herinnering aan de Babylonische ballingschap, nee, wat de boventoon voert in dit evangeliegedeelte, dat wat hier indringend naar voren komt, dat is de “verwondering in de stilte”. Zacharias en Elisabeth zouden het wellicht kunnen uitschreeuwen: “Wij? Wij zijn in blijde verwachting!” Maar Zacharias kan niet eens meer spreken, laat staan schreeuwen en Elisabeth trekt zich terug om in stilte te genieten.

Misschien, gemeente, misschien moeten wij hier lering uit trekken. Het is logisch dat wij onze zorgen hebben. Zorgen over Poetin met zijn onmenselijkheid en onberekenbaarheid. Zorgen over ons land dat steeds minder een samen-leving wordt; in toenemende mate gaat het om eigenbelangen  en het tegen elkaar uitspelen van groepen en personen. Zorgen om de kerk: hoe lang houden we het nog vol als kleine gemeente? Zorgen ook over ons werk, onze toekomst, onze kinderen: Hoe komt het allemaal?
Het zijn stuk voor stuk logische vragen. Maar ….ze zouden ons niét moeten beheersen of ons leven verlammen. In deze tijd van advent, in deze tijd van verwachting dus, zouden wij ons – net als Zacharias en Elisabeth – moeten verheugen over het ontluikende en nieuwe leven. Nog verborgen – tot het uitkomt. Gods geschiedenis met ons – mensen – gaat door. Het lijkt er niet altijd op, als we teevee kijken en de krant lezen. Maar door dreigingen en doodsheid heen – de Herodessen van deze tijd – mogen we hopen op Gods trouw en liefde, zelfs door de dood heen.

Jezus, de Christus, werd ruim 2000 jaar geleden geboren. Dié geboorte, daar hoeven we dus niet meer naar uit te zien. Maar .. wát verwachten we dan wél in advent? Waar hopen we dan op? Als het goed is, gemeente, zijn wij hoopvol over de komst van Christus. Niet de Jezus, zoals die in de Bijbel tot ons is gekomen, want die ís immers al geboren, nee, wij kunnen hopen op de geboorte van de Christusgeest in onszelf. Dát zouden we moeten verwachten en dáár moeten we aan werken. Want als Christus niet elke keer weer ook in onszelf geboren wordt, met andere woorden, als we hem niet telkens weer toelaten in ons hart, dan blijft dat hart – ook al wordt het wel weer eens voorjaar – dan blijft dat hart toch winters koud en versteend. Als wij in alle drukte en hectiek en overdaad aan licht de komende weken niet tussendoor ook de rust zoeken en stil worden, om ons hart te openen voor de komst van de Christus in onszélf, dan hoeven we over enkele weken ook geen groot feest te vieren.
De engel zegt vandaag ook tegen ons: “Wees niet bang, stil maar, Christus kan ook in jou geboren worden. En dat zal jouw leven veranderen! Je wordt er een ander mens door. Een mens die zich als een engel wil opstellen voor anderen.”
Het is aan ons of wij daarvoor open willen staan. Als we dat doen, dan kunnen we ons over die geboorte verheugen en dan kunnen we van harte meezingen: In de koude van de winter groeit de lente ondergronds, nog verborgen tot het uitkomt, God ziet naar zijn schepping om.

(C) Jan Koops

Wil je een reactie geven? Stuur een mailtje ! (klik op mailtje)

===========================================
De eerstvolgende Nederlandstalige preek wordt geplaatst op de eerstvolgende dag waarop ik een dienst heb om circa 15.00 uur.
==========================================