
Westergeest, 23-2-2025
Lucas 6: 26 – 37 (en Genesis 45: 3-11 en 15)
Vijftien jaar geleden werd een nieuw begrip geïntroduceerd, dat prachtig weergeeft waar het in de evangelielezing van vandaag over gaat: Om-denken. Bedoeld wordt eigenlijk: ándersom-denken. Er is een website en er zijn verschillende boeken over dit om-denken en op Facebook en X hebben ze ene half miljoen volgers.
Het uitgangspunt is simpel gezegd: Zie iets niet als een ‘probleem’, maar als een ‘mogelijkheid’, een uitdaging. Als voorbeeld werd via dat Omdenken eens voorgesteld dat Mexicanen en Amerikanen gaan volleyballen met de Trumpmuur als net. Of: Een vader ging met zijn zoon en dochter hardlopen. De dochter kwam als laatste over de streep en zei: “Maar ik heb het wel het langste volgehouden.” Kijk, dát is om-denken!
Via datzelfde Omdenken kwam eens de volgende tekst voorbij: “Vrijheid is – wat je doet met wat je is aangedaan.” Het is een uitspraak van de Franse filosoof Jean Paul Sartre, en het is een mooi voorbeeld van dat omdenken. En die uitspraak geeft ook perfect aan hoe de lezing uit Lucas het beste geïnterpreteerd kan worden. “Vrijheid is – wat je doet met wat je is aangedaan.”
De Lucaslezing, die we in een iets ander vorm ook in de bergrede van Jezus in het Matteusevangelie vinden, die tekst begint met vier kernopdrachten: je vijand liefhebben, goed zijn voor wie jou haten, zegenen die jou vervloeken en bidden voor wie jou slecht behandelen.
Dat is nogal wat, gemeente, maar het is wel de kern van Jezus’ optreden. De ondertoon van alle uitspraken en daden van Jezus is dat wijzélf niét tot onze bestemming komen als wij de ánderen om ons heen niet zien staan, of als we alleen maar hún kwalijke gedrag overnemen. Immers: als die ander ons dwarszit, als we last hebben van haar of zijn gedrag, waarom zouden wij ons dan laten verleiden hetzelfde terug te doen? Dat is dan misschien wel onze eerste impulsieve en logische reactie, maar waarom zouden wij er niet voor kiezen om juist ánders te reageren? Immers: Vrijheid is – wat je doet met wat je is aangedaan.
Die ander verwácht juist vaak dat we een stomp teruggeven, of dat we protesteren en het afgenomen onderkleed terug willen hebben, Dát is de wereld zoals veel mensen die verwachten, hún werkelijkheid. Maar het doel van het evangelie is juist om níét te worden zoals die ander. Het gaat erom dat wij onze éígen bestemming bereiken. En dan is het van belang dat we juist een ándere keuze maken dan die van ons verwacht wordt.
Ik las dat iemand één van de verzen uit de Matteusversie als volgt vertaalde: “Als iemand je dwingt één mijl met hem mee te lopen, bedrieg hem dan met twee.” Dat vind ik een schitterende vertaling. Immers: je doorbreekt het verwachtingspatroon van die ander. Die verwacht dat je niet mee gaat lopen of maximaal die ene mijl, maar je gaat er meer. Je bedriegt hem met twee. Dát is om-denken! Je doet iets origineels, iets onverwachts, namelijk méér dan het gewone.
Veel mensen beschouwen dit als gedrag van watjes, angsthazerij. Hun reactie is: “Kom op! Laat je niet kennen! Sla terug!” Maar als wij iemand anders zouden slaan, wat zegt dat dan over ons? willen we dan eigenlijk dat we teruggeslagen worden? Of is dat slaan van ons ten diepste wellicht een teken van onmacht en een roep om aandacht, en zouden we daarom graag zien dat iemand ons helpt om ánders met die onmacht om te gaan? Als het eropaan komt hebben we behoefte aan iemand die zegt: “Jij bent radeloos en je neemt mijn onderkleed? Hier, heb ook mijn bovenkleed; warm je wat en kom even lekker bij, dan heb je gelegenheid om na te denken over je leven en hoe je daar wellicht verandering in kunt brengen.” We hebben behoefte aan iemand die zegt: “Één mijl met je meelopen? Prima, ik trek mijn jas aan en loop er twee met je op. Dan hebben we de tijd om samen wat te praten en te ontdekken waar jouw behoefte vandaan komt.”
Samen met een kinderpsychiater schreef Oprah Winfrey het boek “Wat is je overkomen?” Hun stelling is dat je iemand die vreemd gedrag vertoont niet de mond moet snoeren door te zeggen dat die zo vervelend doet, maar dat je die persoon juist zijn of haar verhaal moet laten doen: ‘Vertel eens, wat is jou overkomen, dat je nu zó doet?’ Dus als iemand je dwingt een mijl mee te lopen ‘bedrieg’ hem dan met twee, en laat die persoon het verhaal doen van zijn of haar leven.
Om agressief gedrag tegen te gaan, werkt een knuffel of een arm om iemand heen slaan, vaak beter dan straf, ook bij de opvoeding van kinderen. Sterker nog, straffen schaadt het onderlinge vertrouwen en de veiligheid. Want, is niet elke vorm van geweld, of dat nu fysiek geweld is of verbaal geweld, is niet elke uiting van geweld een uiting van frustratie of onmacht?
Je kunt het merken in discussies. Als iemand begint te schreeuwen, dan blijkt vaak dat hij of zij geen steekhoudende argumenten heeft voor het standpunt. En dan moet met verbaal geweld de ander maar worden overtuigd. Iemand die controle heeft over zijn eigen leven, straalt juist rust uit. Die heeft het niet nodig anderen fysiek of verbaal te kwetsen. “Vrijheid is – wat je doet met wat je is aangedaan.”
Het gaat erom dat wij zélf bepalen hoe we reageren op iets dat anderen ons aandoen. Onze reactie moeten we niet door die ánder laten bepalen, maar door wat wij zélf als onze eigen bestemming zien.
Een sprekend voorbeeld is dat van Abel Herzberg, overlevende uit de kampen Westerbork en Bergen-Belsen. Herzberg schreef over zijn ervaringen een boek en hield lezingen over de verschrikkingen van de oorlog. Tijdens een lezing vroeg iemand hem eens: ‘Hoe kunnen wij ervoor zorgen dat onze kinderen niet opnieuw slachtoffers worden van haat en geweld?’ Zijn antwoord was: “Dat kunnen we niet voorkomen, en het is ook een verkeerde vraag. De belangrijkste vraag is”, zo zei Herzberg: “Hoe kunnen we ervoor zorgen dat onze kinderen geen beulen worden? We moeten hen leren wat liefde is.”
En kijk dan hoe Israël handelde de afgelopen tijd. en wat er gebeurt in Rusland en Oekraïne. Daar is steeds sprake van vergelding vanuit de wraakgedachte. Oog om oog! Die kunnen nog veel van Herzberg leren.
Ook bij het beleid over asielzoekers kunnen we Herzberg toepassen. In plaats van angst en vijandigheid, moedigt Jezus’ boodschap aan om asielzoekers te behandelen zoals wij zelf behandeld willen worden. Jezus zegt: “Is het een verdienste, als je liefhebt wie jullie liefhebben?” Dit wijst erop dat echte gerechtigheid zich uitstrekt naar hen die juist geen macht of rijkdom hebben, of die ver van ons af staan. Dit kan een oproep zijn tot sociaal beleid dat de minstbedeelden en de armsten ondersteunt, in plaats van alleen de elite te bevoordelen.
Het begrip ‘zonde’ betekent in de bijbel niet ‘iets verkeerds doen’, nee, ‘zonde‘ is als we niet tot onze bestemming komen. Ónze bestemming, niet die van anderen of wat anderen voor ons goed vinden. En als wij het slechte gedrag van anderen kopiëren, dan zijn we geen haar beter dan die anderen, dan zijn we hetzelfde als zij; maar … dát was toch niet ónze bestemming?
Het vervolg van de tekst uit Lucas laat zien dat van ons meer dan het gewone wordt gevraagd. Liefhebben wie ons liefhebben, dat is niets bijzonders, en weldaden doen als iemand ook óns weldadig is, ach, dat zou toch eigenlijk iedereen moeten kunnen. Dat doen de zondaars toch ook al? “Nee, heb je vijanden lief, doe goed en leen geld aan anderen zonder iets terug te verwachten; dan zullen jullie rijkelijk worden beloond.”
Zó moet het dus: niet wreken of met gelijke munt terugbetalen maar een onverwachte en daarmee verrassende reactie geven. Dat is niet alleen in het belang van die ander, maar ook van onszelf. In het belang van de ander, want die krijgt een spiegel voorgeschoteld: “Wat ben ik eigenlijk aan het doen, dat had toch ook wel anders gekund? Laat ik leren van degene die mij de andere houding laat zien.”
En het is in het belang van onszelf, want het trekt ons af van de verkeerde weg van wrok en weerwraak en brengt ons op een weg die naar onze bestemming leidt, namelijk: kinderen van de Allerhoogste te zijn. Dat lijkt een erg moeilijke opgave, maar het is eigenlijk heel eenvoudig.
Waar het op aankomt is: als we geconfronteerd worden met tegenslag, dan moeten we tot tien tellen, voordat we reageren. En in die tien tellen kunnen we proberen de zaak om te draaien: omdenken! “Waar doe ik nú goed aan?”
Én we kunnen onze reactie dan bepalen vanuit de gedachte die afgelopen zondag ook in de preek naar voren kwam: Als jou kwaad overkomt van de kant van mensen, weet dan dat de Eeuwige jou nabij is.
En de kernhouding waarmee we zouden moeten handelen is dan: Liefde. Wát anderen ons ook kunnen aandoen, hóé anderen ook over ons kunnen praten of roddelen, wij moeten onze reactie daarop zélf bewust kiezen. Vrijheid is immers: wat je doet met wat je is aangedaan.
En de meest krachtige reactie is: handelen vanuit liefde. Want liefde – zo zegt het Paaslied dat we straks zingen – liefde heeft nooit de hoop verloren, liefde leeft langer dan de haat; en liefde blust – door de vijand te beminnen -haarden van hoog oplaaiend vuur. Jezus roept ons dus op tot een leven van radicaal liefdevol handelen: “Heb uw vijanden lief, doe goed aan wie u haten.” Dat lijkt een onmogelijke opdracht, maar Jezus liet zien dat echte liefde onvoorwaardelijk is, zelfs voor wie ons kwaad doet. Het is een uitnodiging om te leven als kinderen van de Allerhoogste, die óók goed is voor ondankbaren en kwaadwilligen.
Deze radicale liefde wordt prachtig geïllustreerd in het Genesisverhaal, waar Jozef zijn broers vergeeft, ondanks het verraad dat ze hem aandeden. Hij ziet Gods grotere plan in hun daden en zegt tegen zijn broers: “Nu dan, wees niet verdrietig en wees niet boos op uzelf dat u mij hierheen verkocht hebt, want God heeft mij voor u uitgezonden om levens te behouden.” Jozef herkende Gods hand in zijn leven en dat bracht hem tot een ultieme vorm van vergeving, verzoening zelfs.
Wat betekent dit alles voor ons vandaag, hier en nu?
Het is een oproep om de liefde en genade van God door te laten werken in ons hart. Zoals Jozef zijn broers niet vergold naar wat ze verdienden, en zoals Jezus ons oproept onze vijanden lief te hebben, zo worden wij dus door hem uitgenodigd om het kwaad niet met kwaad te vergelden. We mogen leven vanuit de overvloed van Gods liefde, zelfs te midden ván of ná pijn of onrecht, en dus vanuit liefde reageren op die pijn of dat onrecht.
Ergens las ik: “Religie is als de diepste kalme zeebodem, die rustig blijft, hoe hoog de golven daarboven ook rijzen.”
Het zou mooi zijn als wij als gelovigen ons zo zouden kunnen gedragen: als een diepe kalme zeebodem die zich niet van de wijs laat brengen door de woeste golven daarboven.
Die zeebodem wordt pas ontwricht, die raakt van slag, als er aan de fundamenten wordt gerommeld door een aardbeving.
Dat geldt ook voor ons. Als wij losraken van óns fundament, dat is van het vertrouwen op de Eeuwige, ja, dan raken we verward; dan raken we onze kalmte kwijt en reageren we vanuit onze negatieve impulsen: dan slaan we iemand terug, dan haten wij onze vijanden en dan vervloeken we mensen die ons slecht behandelen. We vergeten dan dat we een andere keuze kunnen maken, immers: “Vrijheid is – wat je doet met wat je is aangedaan.”
Maar laten we eerlijk zijn, deze houding ligt niet voor de hand. We willen graag ons gelijk halen, onze eer verdedigen, en soms gewoon een koekje van eigen deeg uitdelen. Maar Jezus zegt: “Wees barmhartig, zoals jullie Vader barmhartig is”, want liefde leeft langer dan de haat.