Preek van de voorlaatste keer

Oldeberkoop 31-5-2026
Exodus 34: 1-11a en Matteus 28: 16-20

Als het enigszins kan probeer ik me in mijn diensten te houden aan het zogenoemde Oecumenisch Leesrooster: het rooster van Bijbellezingen dat in de meeste kerken gebruikt wordt. Voor vandaag staat het gelezen gedeelte uit Matteus gepland. Over het dopen in de naam van de Vader, de Zoon en de Geest de tekst waarop het begrip Drie-eenheid is gebaseerd.

Bij het denken daaraan kwam er lange tijd maar één vraag bij me op: Trinitatis  – Drie-eenheid: wat moet – en wat kan ik daar mee ? Op de opleiding HBO-Theologie die ik in Leeuwarden volgde, kregen we over dit onderwerp een forse map van de leraar – een doorwrocht stukje dogmatiek van onze katholieke docent. Ik heb het stuk destijds twee keer goed doorgenomen, maar ik heb die docent eerlijk gezegd dat ik met zijn stuk niks kon. Dit stukje geloofsleer, het dogma van de drie-eenheid, is een van de meest ongrijpbare onderdelen in het christendom. Een ware puzzel dus om er een overdenking over te maken.
Natuurlijk: je kunt er allerlei boeken of preken van anderen bij halen. Maar een verhaal van een ander voorlezen – dat wordt wel erg gemaakt. Dus begon ik destijds ook bij dat studie-onderdeel zélf te zoeken naar mogelijke aanknopingspunten.

Toen ik wat doordacht over het tekstgedeelte van vandaag, toen loste mijn vraagstuk zich eigenlijk bijna als vanzelf op. Want …. als die hele drie-eenheidsleer is gebaseerd op ons tekstgedeelte, dan valt er misschien toch nog wel het een en ander over te melden. Laat ik mijn zoektocht maar gewoon met u delen.

Onze tekst begint met de zin: “De elf leerlingen gingen naar Galilea, naar de berg waar Jezus hen had onderricht.” De elf leerlingen….maar….er waren er toch steeds twaalf ? Ja, zeker, maar Judas, de leerling die zijn meester verraden heeft, kreeg enorme spijt en had een eind aan zijn eigen leven gemaakt.
Twaalf min één leerlingen dus, gingen naar de berg.

Ook dát staat er vrij eenvoudig: ze gingen naar de berg. Maar voor de hoorders en lezers van toen, voor wie Matteus zijn evangelie geschreven heeft, zat hier een hele wereld aan betekenissen achter. De berg, dat is de plaats waar Jezus zijn bergrede heeft uitgesproken. De berg , dat is de plaats waar de duivel Jezus aansprak en hem vroeg voor hem op de knieën te gaan om hem te aanbidden. De berg, dat is de plek waar Elia zijn hart voor God mocht uitstorten: Wat kom je hier doen Elia ? Wat brengt jou hier ?….En, we lazen het in Exodus: de berg,  dat is ook de plek waar Mozes van God de leefregels ontvangen heeft.
Als er in de bijbel gesproken wordt over “De berg” dan moet je dus vaak alert zijn, want dan doet zich vaak iets bijzonder voor. Op de berg maakt God namelijk zijn naam en zijn nabijheid bekend. Dat zal ook hier weer gebeuren in onze tekst uit Matteus.
De leerlingen gaan naar de berg en bewijzen Jezus eer als ze hem zien. Hoewel: sommigen twijfelen nog; en dat is wel opvallend natuurlijk, dat er onder de elf nog sommigen zijn die twijfelen. Wij denken vaak dat twijfel een teken is van een slecht geloof ! Maar zelfs leerlingen ……die dag in dag uit met Jezus optrokken, zelfs zij hadden hun twijfels. Niet ééntje, maar sommigen van hen, méér dan eentje dus.

Twijfel maakte blijkbaar onderdeel uit van hun geloof. Mensen worden in de bijbel dus niet mooier gemaakt dan ze zijn. Ze worden niet bovenmenselijk opgehemeld. Mogen wij dan misschien zo nu en dan ook ónze twijfels hebben ? Mogen wij ons dan ook eens op ons hoofd krabben als we bepaalde zaken niet begrijpen?

Voor Jezus maakt het blijkbaar ook niets uit. Hij maakt geen onderscheid tussen beide groepen leerlingen. De twijfelaars horen er wat Jezus betreft gewoon bij ! Hij spreekt hen allemaal aan en betrekt dus iedereen, ook de twijfelaars, bij zijn missie. Hij doet dat door zelf naar de leerlingen toe te gaan, in plaats van hen bij zich te roepen. Jezus overbrugt zélf de afstand tussen hemzelf en de leerlingen.

En dan zegt Hij: “Mij is alle macht gegeven in de hemel en op de aarde.”
De macht is hem gegéven; Jezus heeft die dus niét genomen ! En die macht is bij Jezus ook geen heersende maar een dienende macht.
Dat is wel even wat anders dan wat de duivel, hem en ons, op de berg probeerde wijs te maken, namelijk dat wij de duivel zouden moeten aanbidden. Jezus zei toen: “Aanbid de Heer, uw God, vereer alleen hem!” En hier zegt Jezus dus: Mij is alle macht gegeven. Jezus, de Zoon,  stelt zich dus hier op één lijn met God, de Vader.  Zoon…….., Vader……..
Een klein stukje van mijn drie-eenheidspuzzel was hiermee al ingevuld.

Jezus gaat verder: “Ga dus op weg en maak alle volken tot mijn leerlingen.”
Leerling ben je….. als je in de voetsporen van de meester treedt. Leerling ben je als je Jezus wilt navolgen in zijn doen en laten. Zolang wij nog met beide benen op de grond staan is er dus werk aan de winkel. En er is werk genoeg. Heel veel werk.

Want……wie zal er, nu Jezus niet meer lijfelijk onder ons is, wie zal zich nu dan ontfermen over mensen die altijd achteraan in de rij staan? Zeker nu de kloof tussen arm en rijk steeds groter blijkt te worden.
In een samenleving waarin angst voor vreemdelingen steeds sterker wordt, wie komt er dan nog op voor vluchtelingen en asielzoekers?
Wie komt er nu, in een wereld waar rijken rijker worden en armen armer, wie komt dan nog op voor armen en verdrukten?
Wie zal er nu, in een wereld die dreigt aan individualisme ten onder te gaan, wie zal er nu de gemeenschapszin en de dienstbaarheid nog verdedigen ?
Dan krijg je al snel het stempel softy, of loser. En dat komt weer omdat er mensen zijn die menen met beledigingen en ophitsende opmerkingen bepaalde bevolkingsgroepen te mogen uitsluiten van onze samenleving.
Dat is wel heel wat anders dan gemeenschapszin en dienstbaarheid.
In een boekje met levenslessen van Awraham Soetendorp haalt hij het volgende gezegde aan:
“Voor het slagen van het kwaad is niets anders nodig, dan dat goede mensen niets doen. Iéder moment, iéder moment is een kans om iets ten goede te veranderen.”
Het boekje staat overigens vol met dit soort lessen en prachtige verhalen uit het leven van Soetendorp.

Jezus gaf zijn leerlingen en ons de opdracht om zó te leven dat er nieuwe leerlingen ontstaan, ‘goede mensen’ die ‘goed’ doén. “Ga dus op weg en maak alle volken tot mijn leerlingen” Leerlingen – geen letterknechters dus – geen slaven.
Slaven, dat zijn mensen die een andere huidskleur hebben  en daarom gediscrimineerd worden en de meest vuile karweitjes mogen opknappen.
Slaven, dat zijn mensen die hun identiteit moeten prijsgeven.
Slaven, dat zijn zij, die afhankelijk gemaakt worden – of zichzelf afhankelijk gemaakt hebben – van macht, van bezit, van geld.
Slaaf ben je, als je niet vrij in het leven kunt staan.
Slaaf kun je dus ook zijn van je baan, van je hypotheek, van je status.
Jezus heeft ons gevraagd geen slaaf, maar leerling te zijn; en geen slaven, maar leerlingen te maken. Dat houdt dus in dat we mensen leren om vrij te zijn !

Maar toch zegt Jezus er achteraan: “…..maak alle volken tot mijn leerlingen……door hen te dopen en hun te leren dat ze zich moeten houden aan alles wat ik jullie opgedragen heb.”
Opgedragen, hij heeft het hen geleerd vanaf dezelfde berg. Maar dat is toch een grote tegenstelling? Vrij mogen zijn en toch doen wat ons opgedragen wordt…..Nee, gemeente, nee dat is géén tegenstelling. Want Jezus’ juk is zacht en zijn last is licht. Jezus’ oproep leidt niet naar de dood maar naar het leven. In Exodus lazen we al dat God liefdevol is en genadig, En ook in 1 Johannes 4 vers 16 staat: God is liefde. Lied 316 geeft het ook zo mooi weer. “Rondom ons klinkt de stem van God: VRIJspraak, vertroosting en gebod, vlak vóór ons ligt de weg ten leven!”
De leerlingen moeten die weg gaan, die ‘weg ten leven’ en de volken tot vrije leerlingen maken door hen te dopen en te leren. Leren en dopen horen hier bij elkaar, zoals woord en daad.

Die doop vindt plaats in de naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest. Waarom dopen in de naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest? Dat gebeurt om bij de ervaringen van mensen aan te sluiten.
Israël heeft God de Vader leren kennen, omdat God zich aan Israël openbaarde in allerlei bijzondere momenten. Dát is het eerste. De ervaringen van Abraham, de tocht uit Egypte, Mozes op de berg, het optreden van de profeten, het waren allemaal mensen zoals u en ik die dóór het geloof  al die bijzondere momenten herkenden en opschreven en zeiden “Dit is onze God!” Zo groeide het geloof in God als een vader; een vader voor zijn volk. Een God die een Verbond met ons sluit. 

En wat gebeurt er met de eerste en latere leerlingen van Jezus? (Dat is de tweede stap) Die leerlingen ervaren in Jezus datzelfde, diezelfde Goddelijke goedheid, diezelfde genezende liefde, diezelfde zorg, wijsheid, kracht, trouw, geduld en eenvoud. Zo ervaren zij God- in Jezus – die zich ontpopt als iemand met een aardje naar zijn vaartje – als ‘de Zoon’ van God.

En de derde fase is de fase van na Pinksteren. “Ik zend jullie de Helper. Ik zend jullie de Geest.” En de leerlingen gingen die Geest ervaren. En WIJ kunnen die Geest ervaren: De troost van de Geest, het vuur van de Geest,

de liefde van de Geest, steeds opnieuw.
De Geest doet wónderen door mensen, de Geest spreekt door mensen, de Geest bouwt een gemeenschap op in liefde en waarheid. Soms zie je dat heel dichtbij gebeuren. Mensen die vluchtelingen helpen met taal of papieren. Mensen die boodschappen doen voor een zieke buurvrouw. Jongeren die opstaan tegen pesten of uitsluiting.
Kleine dingen misschien — maar daarin kan iets van die Geest zichtbaar worden. Juist in een tijd waarin mensen snel tegenover elkaar komen te staan, waarin discussies verharden en mensen elkaar soms nauwelijks meer verdragen, kan het een werk van de Geest zijn wanneer mensen tóch blijven luisteren, tóch verbinding zoeken, tóch menselijk blijven.

In alles ervaren de leerlingen het: door die Geest is God – de Vader,  door die Geest is Jezus – de Zoon, bij hen alle dagen tot de voltooiing van de wereld.

De leerlingen moeten de volken dopen in de naam van de Vader en de Zoon en de Geest In die naam gedoopt te worden houdt dus in: je toevertrouwen aan de Vader die tegen Mozes zei: Ik zal er zijn, en ik ben er – óók voor jou !
En in die naam gedoopt te worden is het navolgen van Jezus, zijn Zoon, die genoemd wordt Immanuël, God met ons.
En…het is toebehoren aan – en geïnspireerd worden door de Christusgeest die er voor zorgt dat de Geest van God en van Jezus met ons is, alle dagen, tot aan de voltooiing van de wereld. Ik ben mét jullie !

Zó, gemeente, zó is de drie-eenheid geen dogma, geen leerstuk en geen puzzel. Nee, zó is de drie-eenheid een ervaringsgegeven geworden voor mensen, die Licht hebben ervaren in de duistere wereld om hen heen.
Zo heb ik het ook zelf ervaren. In mensen om me heen, in liederen, in boeken. Zo heb ik het ervaren in stilte, in gemeenschapszin.
En zo, geïnspireerd door die Christusgeest, mogen wij het licht ervaren en het óók doorgeven aan anderen. Want: Liefde luidt de naam der namen waarmee God zich kennen laat. Liefde vraagt om ja en amen, ziel en zinnen metterdaad.

Wil je een reactie geven? Stuur een mailtje !