Preek van de week

Ned-vlag

Hier staat mijn laatstgehouden ( nederlandstalige) preek die wordt ververst op de zondag (ca. 13.00 uur) waarop de volgende preek wordt gehouden.
Zie hiernaast onder Pagina’s voor de gebruikte orde van dienst
Onder Pagina’s vind je ook mijn laatste Stellingwerver of Friese preek.
Wil je een reactie geven? Stuur een mailtje

Oudwoude, 14-12-2025
Jesaja 35: 1-10 en Matteus 11: 2-11

We leven in een wereld vol met negatieve signalen. Er is sprake van oorlogen, vluchtelingen, armoede en onzekerheid, en oplopende tegenstellingen; veel mensen zijn moe. Zo kwam bijvoorbeeld uit recent onderzoek, van de Europese Commissie en ook van ons Sociaal Cultureel Planbureau, naar voren dat in Nederland kwetsbare groepen — mensen die opgroeien in armoede, asielzoekers en mensen met een migratieachtergrond — nog altijd onvoldoende sociaal en economisch beschermd worden.
En wereldwijd staan talloze mensen bloot aan humanitaire crises: honger, ontheemding, conflict, dakloosheid.
Het is niet zo vreemd dat in zulke tijden veel mensen met vragen zitten, zoals de profeet Johannes de Doper zijn vraag stelde in de gevangenis.
Onze vragen hebben dan het karakter van verwachting, maar ook van twijfel: “Is dit nu de wereld waarvan we droomden? Is God er wel? Is dit wat ons beloofd is? Of moeten we iets/iemand anders verwachten?”
De tekst uit Matteüs 11 laat ons zien dat het geloof niet altijd begint met zekerheid. Soms begint het zelfs met twijfels, met vragen; met het met een open blik durven kijken naar de werkelijkheid — met al haar pijn, al haar onrecht en kwetsbaarheid.
Matteus 11 brengt ons dichter bij Johannes de Doper dan welk ander verhaal misschien ook. Niét Johannes aan de Jordaan, niét Johannes die krachtig spreekt over bekering, niét Johannes die Jezus doopt. Nee, het is Johannes in de gevangenis, kwetsbaar en zoekend. Het is dié Johannes die een cruciale vraag stelt. Hij heeft nogal hoge verwachtingen gehad. Hij was de profeet die het volk opriep tot inkeer en omkeer, hij was de wachter die riep dat er iemand ná hem zou komen die met vuur en kracht zou dopen.…..Misschien had Johannes gedacht aan een Messias die wel eens even orde op zaken zou komen stellen: die recht zou spreken, die machtigen ter verantwoording zou roepen.

Maar nu zit Johannes gevangen. Alleen. En hij hoort verhalen over Jezus; verhalen die hem verwarren. Jezus eet namelijk met tollenaars, hij raakt melaatsen aan; hij verkondigt niét de vergelding, maar het goede nieuws aan de armen. Dat lijkt niet te passen in Johannes’ beeld van hoe God zou komen. En dan komt dus die ene, heel eerlijke, vraag bij hem naar boven, de vraag waarmee hij zijn leerlingen naar Jezus stuurt: “Bent U het die komen zou, of moeten wij iemand anders verwachten?”
Het is wél een moedige vraag van Johannes. Een vraag die niet vanuit ongeloof komt, maar vanuit eerlijkheid; vanuit een verlangen ook om te begrijpen wat God aan het doen is, en hoe wij dat kunnen herkennen. En ach, misschien komt ons dat wel bekend voor:

ook wij hebben zo onze verwachtingen gehad, over het geloof, over het leven, en over God. En soms breken ze. Soms lijkt God een andere weg te gaan dan wij hadden gedacht. En dan wordt de vraag van Johannes ineens ook ónze vraag: Is dit wel de echte God, ïs dit het werkelijke geloof, is dit nu het leven?

Jezus’ reactie is niet een direct antwoord op de vraag van Johannes, zo van “Ja hoor, ik bén het!” En hij citeert ook geen geloofsartikel. Hij geeft Johannes géén theologisch betoog over de profetie van Jesaja. Nee, in plaats van dat alles zegt Jezus: “Ga Johannes maar eens vertellen wat jullie horen en zien: blinden kunnen weer zien, lammen lopen, melaatsen worden gereinigd, doven horen, doden staan op, en armen krijgen goed nieuws te horen.” Met andere woorden: Kijk toch eens naar wat er gebéurt! Kijk toch eens naar het leven dat opbloeit wáár ik ook maar kom. Kijk naar mensen die worden gezien, genezen, opgenomen in het leven.

Jezus laat Johannes – en ook ons – zien dat de waarheid van zijn komst niet blijkt uit zijn afkomst, of titels of geloofsdogma’s, maar uit daden. Niet uit macht, maar uit ontferming. Niet uit grootse manifestaties, maar uit kleine tekenen van herstel. En misschien is dát precies waar mensen soms moeite mee hebben. Want veel mensen verwachten God bij uitstek in het spectaculaire, in grote antwoorden, grote gebaren, grote duidelijkheid, stevige kost. Maar Jezus wijst ons juist op het kwetsbare leven dat lééft.

Johannes’ vraag klinkt voor ons o zo vertrouwd, want wie van ons heeft niet af en toe diezelfde vragen gesteld: “God, bent U er wel? Bent U degene die ik hoopte dat U was? Of moet ik iets of iemand anders verwachten?”
En het bijzondere is dus: Jezus wijst de twijfelende Johannes niet af. Er volgt geen verwijt, geen oordeel, geen teleurstelling. Niks. Twijfel is in het evangelie geen zonde, maar juist een opening. Een deur naar verdieping. Twijfel is de bodem waarin geloof wortel kan schieten, omdat het eerlijk is en ruimte laat. Misschien is dat juist de kern van echt, waarachtig geloof: je niét vastklampen en vasthouden aan vermeende zekerheden, maar openblijven voor wat zich aandient, voor de manier waarop God telkens weer anders verschijnt dan gedacht.
Het thema van advent is dit jaar niet voor niets “Kijk! Laat je verrassen door Gods weg in deze wereld.” En bij de nevendienst is het “Zie je het voor je?” Kijk eens om je heen!

Jezus spreekt vervolgens met groot respect over Johannes, en zegt: “Onder hen die uit vrouwen zijn geboren, is niemand opgestaan gróter dan Johannes.” Maar hij zegt er direct óók achteraan: “De kleinste in het Koninkrijk van de hemel is groter dan hij.” Dat klinkt nogal tegenstrijdig, maar het is eigenlijk een uitnodiging. Johannes staat aan het einde van een lange traditie van profeten, maar met Jezus breekt iets nieuws door, namelijk een Koninkrijk dat niét van bovenaf komt, maar dat groeit in mensen die elkaar zién. Een Koninkrijk dat vorm krijgt in kleine gebaren van recht en liefde. In genezing waar wonden waren, in waardigheid waar mensen werden vergeten. Het Koninkrijk van God is geen instituut, geen machtssysteem, nee, het is een beweging van liefdevol leven. Een beweging die begint in het kleine, het kwetsbare, het onverwachte. En iedereen die dáárin meebeweegt—zelfs de “kleinste” dus— die is groter dan Johannes, omdat hij of zij deelheeft aan iets nieuws dat groeiende is.

Wat betekent dit voor ons, gemeente? Wat hebben wij eraan? Welke lessen kunnen wij trekken uit dit verhaal? Ik noem er een aantal.
De eerste is: durf vragen te stellen. Johannes’ vraag is heilig. En ook wij mogen vragen, zoeken, twijfelen. Geloof is geen slot op de deur maar een open horizon aan mogelijkheden. Daar wacht ons geen oordeel, maar de open armen van God.

De tweede les is: kijk niet naar de woorden, maar let op de daden. Waar in ons leven en in de politiek ontstaat heling? Waar worden mensen gezien die anders onzichtbaar waren? Waar klinkt goed nieuws voor wie het moeilijk hebben? Daaraan herkennen we namelijk “hij die komen zou”, dáár zien we iets van Gods Koninkrijk oplichten. Misschien is dat God in de vorm van een bezoek bij iemand die eenzaam is of ziek; of God in een gesprek dat iemand ruimte geeft; God in een hand die optilt in plaats van duwt; God in stille aanwezigheid die troost in plaats van platte dooddoeners. God die de sterkste schouders de zwaarste lasten laat dragen.

De derde les is: wees zélf een teken van het Koninkrijk. Het gaat daarbij niét om grootse prestaties. Het gaat om een manier van leven waarin we elkaar niét laten vallen. Waarin we de ogen openen voor wie pijn draagt en om hulp vraagt; waarin we proberen op te bouwen in plaats van af te breken; waarin we problemen oplossen in plaats van ze te creëren.

En de vierde les is deze: laat je verwachtingen los. Johannes had een beeld van de Messias: sterk, oordelend, zuiverend. Maar Jezus kwam heel anders: zacht, vergevend, genezend, luisterend en uitnodigend. Misschien komt God ook in óns leven heel anders dan we verwachten. Zachter. Inclusiever. Misschien wel heel onopvallend. Soms via een mens die je eigenlijk over het hoofd zou zien. Dat is God die komt in het gewone. Laat je dus verrassen!

En tóch, gemeente, toch blijft Johannes’ vraag in de lucht hangen: “Bent U het die komen zou?” Jezus antwoord was: “Je ziet het toch vóór je?! Kijk maar. Kijk maar waar leven opbloeit. Kijk waar mensen tot hun recht komen. Kijk waar liefde sterker blijkt dan angst. Kijk waar mensen die monddood gemaakt waren een stem krijgen. Kijk waar mensen niet naar het eigen belang kijken, maar naar het algemene belang: het goede voor iedereen!”
Misschien kan dát ook voor ons genoeg zijn: Niet altijd een sluitend antwoord willen krijgen, maar een uitnodiging om goed te blijven kijken, om open te blijven voor het onverwachte, om te geloven dat het Koninkrijk groeit in kleine gebaren van menselijke nabijheid. God komt niet altijd zoals wij denken. Maar God komt wél, en vaak dichterbij dan wij vermoeden.

In Jesaja 35 wordt een toekomst geschetst waarin God zijn volk bevrijdt: blinden zullen zien, doven horen, lammen springen, de woestijn zal bloeien en er komt een weg van verlossing. Het is een beeld van Gods komende redding en herstel.
In Matteüs 11 vraagt Johannes de Doper of Jezus werkelijk de Messias is. En Jezus’ antwoord lijkt wel een echo van de lezing uit Jesaja 35: Kijk om je heen: blinden zien, lammen lopen, doven horen, melaatsen worden rein en armen krijgen goed nieuws te horen.
Dit laat dus zien dat de woorden van Jesaja in Jezus werkelijkheid zijn geworden. De tekenen die Jesaja noemde, gebeuren in Jezus’ optreden. De zachte krachten – zoals die van Jezus –  die zullen zeker winnen in ’t eind. Zo bevestigt Jezus dat Hij de Messias is en dat Gods redding werkelijk is aangebroken.Daarom zei hij ook “Zien jullie het niet vóór je? 

Vandaag, op deze derde advent, staan we stil bij het verwachten. En we leven toe naar het vervullen ván die verwachting. Maar wát verwachten we eigenlijk? Wat is het licht van Kerst? Zijn dat de kerstboom en -verlichting die ons al zo lang toeschreeuwen? Zijn het pakjes die we krijgen of de kerstdiners waar we bij aanschuiven? Vieren we de zoveelste geboortedag van Jezus als een gewone verjaardag? Of geven we Advent een extra dimensie door vooral op onszélf te hopen? Te hopen dat ook in ons de Christusgeest wordt geboren; dat in óns eindelijk het licht doorbreekt en dat we verlost worden van doemdenken en angst en wanhoop; dat we verlost worden ook van negativisme, twijfel en cynisme. Dan pas gaan wij echt bevrijd door het leven en helpen we anderen om ook zichzélf te bevrijden. Wat zou de wereld er dan anders uitzien: Zien we het al voor ons??

Wil je een reactie geven? Stuur een mailtje !

===========================================
De eerstvolgende Nederlandstalige preek wordt geplaatst op de eerstvolgende dag waarop ik een dienst heb om circa 15.00 uur.